Tjitske Reidinga: ‘Ik heb de hele dag een tros bananen van schuldgevoel boven mijn hoofd hangen’

Deel dit artikel:

Na jarenlang heel hard werken en privé de nodige ingrijpende gebeurtenissen besloot Tjitske Reidinga (46) een werkpauze in te lassen. Even léven. Maar nu is ze terug met een hoofdrol in de tragikomedie Doris, over een gescheiden vrouw met twee puberkinderen, die haar leven opnieuw vorm moet geven.

De eerste vijf minuten van het interview praat Tjitske vrolijk en geanimeerd, terwijl ze ondertussen haar hoofd consequent schuin houdt. Ze heeft al een paar dagen last van dichte oren en hoopt dat naar één kant hangen zal helpen, dat ze dan ineens open zullen ploppen. Het zorgt voor een wat 
komische situatie en toont meteen aan hoe de 
actrice is: zichzelf, maling aan ‘hoe het heurt’.
Ze zit (hangt) er ontspannen bij. “Ik kom net terug van een vakantie met Peter en mijn zonen. We hebben een wandeltocht gemaakt door het hoge Atlasgebergte in Marokko, met van die bergezeltjes die ons begeleidden. Het was geweldig, maar ook verschrikkelijk, want het was primitief en we zaten dagenlang op elkaars lip. Vaak kwamen we al om één uur ‘s middags aan bij de berghut of het pensionnetje waar we die avond sliepen. Het regende veel en er was geen wifi, dus we vermaakten ons met praten, lezen, voor ons uit staren en eindeloos wachten. Normaal ben je – zo ontdekte ik – altijd bezig bent met het verleden of de toekomst, maar daar was ik alleen maar bezig met vragen als: hoe krijgen we het warm? Wat gaan we eten? Verder kon ik alles loslaten. Nou, daar krijg je dus heel 
heldere gedachten van en kom je erg van tot rust. Mindful, het is een verschrikkelijk woord, maar zo wás het wel.”

De gezinsvakantie was het sluitstuk van een heel 
bewuste werkpauze van een halfjaar. Zes jaar lang speelde Tjitske als leading lady twee voorstellingen per jaar in het Amsterdamse DeLaMar Theater, maandenlang vijf keer in de week een voorstelling. Het was als een trein die maar doorraasde en dat gaf een behoorlijke druk. Tjitske: “Het is een groot 
bedrijf, er komen heel veel mensen kijken, je wilt dat de mensen met wie je werkt het fijn hebben en er was ook veel publicitaire druk. Die werd nog erger door de scheiding (Tjitske scheidde in 2014 van haar man Vincent Croiset en kreeg een relatie met acteur Peter Blok, red.). Ik deed natuurlijk interviews om mijn toneelstukken te promoten, maar zat ondertussen midden in een scheiding en wilde daar niet over praten. Terwijl de pers het er wél over wilde hebben. Er was zelfs een landelijke krant die, omdat ik niets wilde zeggen, een heel interview met me afblies. Die druk, dat vind ik een hoge prijs om te betalen hoor. Mensen zeggen dan: ‘Maar daar heb je voor gekozen, want jij wilde beroemd worden.’ Terwijl ik dan denk: ik wilde helemaal niet beroemd worden. Ik ben 
gewoon een vrouw die het leuk vindt om toneel te spelen en mensen daarmee te vermaken. Maar ik ben niet iemand die daarna heel graag in de schijnwerpers staat. Nu denk ik: wát een jaren waren het! Heel leuk hoor, maar ook pittig, want ik moest gewoon dóór. Werk was in die woelige tijden trouwens wel vaak mijn redding. Hup, elke avond dat toneel weer op, het gaf me regelmaat. Maar op een gegeven 
moment is het ook goed om je even terug te trekken in je nest, even je veren en de takken te herschikken. Gewoon, een beetje verbouwen thuis, marinades maken, het leven leiden.”

Hoe was dat?

“De eerste zes weken was ik euforisch, ik wilde de hele tijd met vriendinnen afspreken. Maar daarna dacht ik: ik ben toch wel heel erg moe. En toen kreeg ik die heel erge griep die weken duurde. Maar het waren al met al fijne maanden waar ik erg van heb genoten. Mijn oudste twee jongens, Foppe en Klaas, zijn nu bijna veertien en eentje ging in die periode ook naar de middelbare school. Dat zijn van die reusachtige overgangen. Tegenwoordig is het een soort studie geworden als je kind naar de 
middelbare school gaat, alleen al omdat je er 86 moet bezoeken. Dus qua timing kon het niet beter dat ik er lekker veel was.”

Wat ben je voor moeder?

“Ik dacht altijd dat ik heel consequent en een beetje militaristisch was. Dat kwam omdat ik een tweeling kreeg en die moet je meteen in een voedingsschema krijgen als ze zijn geboren, anders loop je de hele dag topless en uitgemergeld rond. En je kunt je niet blindstaren op één kind, want je hebt er twee. Dus in mijn hoofd was ik een strenge moeder. Maar ik blijk met de jaren een soort hippie die maar wat aanrotzooit; ik ben niet consequent en met mij kun je heel goed overleggen. Ik heb gelukkig een heel goed contact met ze. Al verlies je ze een beetje hè, als ze in de puberteit komen. Ze verdwijnen steeds meer in hun eigen wereldje. Je voelt de hormonen en de onzekerheden opkomen. Ik vind pubers heel erg grappig, maar soms ook niet te doen. Die van mij hebben van die stadse grote bekken. Ik moet 
de hele tijd zo áán staan om ze een weerwoord te kunnen geven.”
Ze pakt haar smartphone die voor haar ligt en zegt: “Dít! Dit is met stip op één mijn grootste, dagelijkse gevecht, die apparaten. Hier speelt hun hele leven zich op af. Waar ik vroeger met vriendinnen op mijn kamer zat te hangen, hangen zij nu op die 
telefoon met elkaar. En ze krijgen er hun huiswerk op, hun cijfers. Het valt bijna niet te controleren op deze leeftijd. Soms zie ik ze weer zitten, voorovergebogen en starend op dat scherm en dan wil ik 
wel gillen: ‘Sodemieter op met die dingen!’ Wat erg, denk ik dan, ze hebben helemaal geen lange 
concentratieboog. Daar kan ik mezelf gek mee maken. En dan kan ik me echt een slechte moeder voelen. Och man, ik heb de hele dag een tros bananen van schuldgevoel boven mijn hoofd hangen.”
Over schuldgevoel gesproken: dat was prominent aanwezig tijdens die eerdergenoemde scheiding van Vincent Croiset, de vader van haar zonen. Tjitske: “Dat was de keizerin van het schuldgevoel! En dat gum je nooit helemaal weg.” Maar inmiddels, na een paar jaar, loopt het eigenlijk heel erg gesmeerd met het co-ouderschap.

Ik zag jou en Peter een keer met Vincent en zijn vriendin Tina in het park op een terras, alle kinderen erbij. Dat zag er bijna idyllisch uit. Hoe krijgen jullie dat voor elkaar?

“Omdat je de kinderen met een scheiding al iets heel pittigs aandoet en je het voor hen zo goed 
mogelijk wilt regelen. En we vinden elkaar allemaal ook oprecht leuk en aardig. Ik hou nog steeds van Vincent, hij is wel de vader van de grootste liefdes in mijn leven. Daarbij komt: het is enorm veel 
geregel met kinderen. Ik weet eerlijk gezegd niet hoe mensen het doen die elkaar níét zien.”

Ging het vanaf het begin van de scheiding zo goed?

“We hebben de kinderen altijd vooropgezet, ja. Natuurlijk moet je je in het begin wel over bepaalde dingen heen zetten. Maar op een gegeven moment gaat dat voorbij en dan maakt dat al best snel plaats voor een raar soort trots. Trots dat we er zo goed zijn uitgekomen, dat we het met z’n allen zo goed doen.”

En hoe gaan de kinderen om met het wonen in twee huizen?

“Het heen en weer gaan tussen de huizen vinden ze niet ideaal, maar ze leven wel met gelukkige ouders en dat is het belangrijkst. Dat klinkt misschien egocentrisch, maar dat is het uiteindelijk helemaal niet. Het is veel lastiger om op te groeien in een huis waar jarenlang spanningen heersen en het niet fijn is.”

Vincent heeft inmiddels nog een kind gekregen.

“Ja, geweldig. Ik hou heel veel van dat jongetje. Ik zie in hem een stuk van mijn jongens terug, daar stroomt toch voor de helft hetzelfde bloed door. Ik vreet ’m echt op, zo lief vind ik hem.”

Voedt Peter jouw kinderen eigenlijk mee op?

“Ja, zeker. Hij maakt volledig deel uit van het 
gezinsleven. Dat vindt hij heel fijn en doet hij heel erg goed. Ik zou het ook niet anders willen en 
kunnen. Maar dat het zo goed loopt is vooral zijn verdienste; hij heeft het rustig opgebouwd en er veel geduld in gestopt. Onze jongens accepteren 
het ook, dat vind ik heel groots van ze. Peter is 
opa en we zitten geregeld met zijn kleindochter 
en mijn kinderen enorm een modern family te zijn. Ik realiseer me dat het ook heel anders had kunnen lopen en dat we geluk hebben dat het allemaal zo goed heeft uitgepakt.”

‘Ik vind pubers heel erg grappig, maar soms ook niet te doen. Die van mij hebben van die stadse grote bekken’

En als je met Peter samen bent, wat doen jullie dan graag?

“We lummelen. Ik hou van koken, hij van klussen, dus het is zagen en boren en snipperen en snijden. Erg spannend.” Lacht. “We zijn heel erg gelukkig.”

Kun je uitleggen waarom je voor Peter bent gevallen?

“Ik vind hem ongelooflijk grappig en een heel sterke en eerlijke man. Het is niet echt in woorden uit te leggen, het is een soort chemie. Als ik hem zie wil ik hem, en andersom. Dat klinkt heel seksueel, maar zo bedoel ik het niet. Waar het op neerkomt is dat als ik hem zie ik altijd weer denk: ja, die is van mij.”

Nu de werkpauze erop zit, heeft Tjitske weer heel veel zin om aan de slag te gaan. Ze gaat in september de theaters weer in, met het toneelstuk Sophie, en is binnenkort te zien in de bioscoop in de tragikomedie Doris, waarin zij de titelrol speelt. Doris gaat over een vrouw van midden veertig die gescheiden is en moeder van twee puberkinderen. Ze heeft 
tijdens haar huwelijk niet gewerkt, dus moet ze na de scheiding haar leven op poten krijgen. Daarnaast wordt ze smoorverliefd op haar beste vriend. Tjitske: “Het script is geschreven door Roos Ouwehand. Zij heeft een personage bedacht waar ik eigenlijk meteen van hield en mezelf in herkende. Doris is een vrouw met veel twijfels, onzekerheden en gestuntel. Het is een mooie, kleine film geworden over een gewone vrouw in een gewoon leven, zonder dat het erg is opgeklopt. Dat vind ik er heel leuk aan. Het komt niet zo vaak voor dat je iets maakt wat helemaal je smaak is.”

Ga je zelf stuntelend door het leven?

“Ja, het leven ís een groot gestuntel. Er is toch elke dag wel iets waar je mee zit, wat je dwarszit? Ik vind het leven best heftig. Zeker in deze fase met ouders die ouder worden en puberende kinderen; die zorg voor de generaties om je heen vind ik heel mooi, maar ook pittig. En dan hoor je vrouwen zeggen over ouder worden: ‘Ooo, ik heb zo veel rust gevonden!’ Nou, dat heb ik helemáál niet. Dingen worden mooier en intenser, maar ook naarder en lelijker. Het wordt allemaal wat extremer, vind ik.”

Je wordt toch ook zekerder?

“Nou, nee, ik niet. Ik heb sommige dingen al eens meegemaakt en kan beter relativeren. Maar ik heb het idee dat we in een tijd leven waarin het hip is om het ouder worden heel erg te vieren. Nou, ik kan de slingers nog niet echt vinden, zeg maar. Ik heb een hartstikke leuk leven, maar ik ben echt niet de hele tijd aan het celebraten. Dat ouder worden vind ik best een crime. De kwaaltjes die je krijgt, dat je lichaam minder sterk is, dat ik een half interview met een dicht oor doe, dat alles gaat hangen… 
Dat vind ik bepaald niet feestelijk. Toen ik Doris 
terugkeek schrok ik echt een beetje; ik zag aan mijn gezicht dat het leven eroverheen is gegaan. Wat normaal is, maar toch. En dan lees ik weer over vrouwen die op latere leeftijd zo ‘in hun kracht staan’. Lul d’r maar een punt aan, denk ik dan. Jij moet ook gewoon boodschappen doen en hebt ook weleens obstipatie, daar helpt geen yogaoefening aan. Of deze: dat je lekkerder in je vel komt te 
zitten. Ja, logisch dat je lekkerder in je vel komt, 
het wordt ook allemaal veel ruimer!”

Doe je al iets tegen het fysieke verval?

“Ik doe niks. Ik heb laatst wel even zitten uitzoeken of ik mijn kaak zal bevriezen. Dat schijnt te helpen bij hangend vel. Kijk, hier, heel irritant. Maar ik kwam zulke gruwelijke verhalen tegen… 
Peter zegt altijd dat iedereen een soort leeftijd heeft die heel erg bij je past. Voor mij is dat zo midden dertig. Maar ja, zo zie ik er natuurlijk niet meer uit. Maar ik ben niet geobsedeerd hoor, door mijn 
leeftijd. Welnee, daar heb ik het te druk voor.”

Tekst | Charlotte Latten
Fotografie | Ester Gebuis
Styling | Brigitte Kramer
Visagie | Zygia Jongbloed

Dit interview stond in Margriet 2018-33. Je kunt deze editie nabestellen via magazine.nl.

Ook leuk en interessant om te lezen

Artikelen van Margriet ontvangen in je mailbox? Schrijf je in op margriet.nl/nieuwsbrief.