Thom Hoffman: ‘De liefde die ik voor mijn vrouw en kind voel? Ik wist niet dat het zó leuk en goed kon zijn’

Deel dit artikel:

Wat is toch de magie van Dokter Tinus, de SBS6-serie waarvan een zesde seizoen in de maak is en waarvan binnenkort het tweede boek verschijnt? We vroegen dat en méér aan hoofdrolspeler Thom Hoffman.

Een zesde seizoen én een tweede roman over dokter Tinus. Het succes blijft maar doorgaan.
Thom: “SBS plaatste laatst een kort filmpje op Facebook waarin ik vertel dat we weer doorgaan met Dokter Tinus en dat er dus een zesde seizoen komt. Naar dat filmpje hebben bijna tweehonderdduizend mensen gekeken. Daarom is er dat boek. Dat zit zo. In Groot Brittannië zit soms een jaar tussen de verschillende ‘seizoenen’. Om te zorgen dat de kijkers betrokken blijven bij de serie, zijn die romans in het leven geroepen. In Nederland nemen we elk halfjaar op, maar ook hier worden de boekjes gewaardeerd! Ik ben betrokken bij de samenstelling ervan. En we krijgen vaak te horen dat mensen het leuk vinden om te lezen. Gedurende vijf jaar hebben we een groot publiek opgebouwd. ”

Dat kun je wel zeggen: naar de serie kijken zo’n anderhalf miljoen mensen per aflevering. Waarom is Dokter Tinus zo populair?
“Nu ik dit zes jaar lang, zes maanden per jaar doe, ben ik erachter wat de verborgen kracht van Dokter Tinus is. Het is van origine dus een Engels concept. Die Engelsen hebben er allemaal vakkundige constructies in verwerkt die de kijker niet echt ziet, maar door de verhalen heen wordt hij er wel door aan de hand meegenomen. Zo kwamen Tygo (Gernandt, hij speelt wijkagent Ken, red.) en ik er pas halverwege seizoen twee achter dat alle vijf de hoofdkarakters eenzaam en alleen zijn. En telkens komt een indringer hun rust verstoren. Neem nou de zus van Ken. Zij komt in seizoen twee aanwaaien – terwijl we überhaupt niet van haar bestaan afwisten – en verlaat aan het eind van die aflevering het dorp. Ze zet het hele leven van agent Ken op zijn kop, zodanig dat het tot een climax komt. Zo komen we opeens veel te weten over Ken. En daarna zijn de juf, agent Ken, tante Jannie, de loodgieter en dokter Tinus allemaal weer alleen. En dat biedt allerlei openingen voor nieuwe verhaalcombinaties. En zo leren we elk Dokter Tinus-karakter verrassend goed kennen, ook in de romans, waarvan dus nu deel twee verschijnt. ”

In hoeverre lijk jij op Martinus?

“Niet. Er zijn misschien zeer kleine overeenkomsten, in de kern. Zo hebben we allebei een medische achtergrond: mijn vader was tandarts, dus ik ken die wereld. Ik kan me hierdoor goed verplaatsen in hoe een medicus denkt. Waarom je met een zekere emotionele afstand naar problemen moet kijken. Want alleen zo kun je ze oplossen. Als een arts te veel meeleeft met z’n patiënt, raakt hij het overzicht kwijt. Verder ben ik net als Martinus een studieus typje; ik vind het fijn om met mijn neus in de boeken te zitten. Ook weet ik dat je door de wollige problematiek heen moet blijven kijken, naar wat er écht met iemand aan de hand is. Ik kijk, net als Martinus, graag als een psycholoog of psychiater naar hoe iemand in elkaar zit. Maar verder ben ik natuurlijk niet zo’n gefrustreerde, obsessieve gek als hij. Hij is echt een comedykarakter. Ook in dat stuntelige, onhandige met vrouwen herken ik mezelf niet. Ik ga niet opscheppen, maar ik heb alleen al op de middelbare school meer contacten met vrouwen gehad dan dokter Tinus ooit in z’n leven zal krijgen.”

‘Ik kijk, net als Martinus, graag als een psycholoog of psychiater naar hoe iemand in elkaar zit’

Maar überhaupt ben jij wat beter in contacten leggen dan dokter Tinus, toch?
“Dat is ook niet zo moeilijk. Als er dametjes van negentig door Woudrichem lopen en ze zien dokter Tinus, roepen ze: ‘Ah, dokter Tinus, zo even op de foto!’ Dan maak ik altijd dezelfde grap: ‘Kleedt u zich maar even uit, ik kom er zo aan!’ Dan roepen ze: ‘Oh, dokter Tinus, wat brutaal!’ Heerlijk toch? Maar ik kan inderdaad met iedereen omgaan. Ik maak geen onderscheid. Ik babbel net zo makkelijk met een ambassadeur als met die oude dametjes. En als ik een beroemdheid moet fotograferen, kijk ik ook niet tegen hem of haar op. Ik heb met Nicole Kidman en Gérard Depardieu gefilmd, dan denk ik niet: o jee. Ik 
werk al bijna veertig jaar, telkens met tientallen verschillende mensen op de film- of tv-set, dan kan het natuurlijk wel gebeuren dat je een of twee mensen ontmoet met wie het minder goed klikt.”

Je bent onlangs zestig geworden, hoe vond je dat?
“Ik ervaar het als iets vreemds. Een gek getal, omdat ik niet vind dat het bij mij past. Ik heb een jong gezin, werk veel met jonge mensen. Bovendien, ik voel me echt geen zestig. Ik heb ook niet minder aanbod qua werk. Je moet je hoofd blijven voeden en dat gaat bij mij vanzelf. Mijn hoofd is net een spons die alles opneemt. Ik heb daarom de wens dat ik honderdtwintig mag worden in plaats van tachtig. Want dat zou betekenen dat ik nog maar twintig jaar heb en dat vind ik veel te weinig. Ik heb te veel interesses en activiteiten. En ik houd te veel van de mensen om me heen om het bij nog maar twintig jaar te laten.”

tekst: thea tijssen
fotografie: iris planting
styling: esther loonstijn

Dit interview met Thom Hoffman komt uit Margriet-18. Dit nummer nabestellen? Dat kan via magazine.nl. Je kunt het hele interview ook online lezen via Blendle.

Lees ook:

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox? Schrijf je in op Margriet.nl/nieuwsbrief