Susan Smit in gesprek met Waldemar Torenstra: “Ik vind het af en toe lastig een volwassen meneer te moeten zijn”

Waldemar

Deel dit artikel:

Speciaal voor Margriet maakt auteur Susan Smit vier extra 
lange zomerinterviews. Deze week is ze met acteur 
Waldemar Torenstra (43) op het strand. Na een druk jaar is hij deze zomer een paar maanden thuis. Susan ziet zo’n zomer ook wel zitten.

Waldemar, hoe is dat voor jou, zo’n lege agenda?
“Ik vind die rust heel fijn. En die heb ik bewust zo gepland. Ik heb een drukke periode achter de rug, waarin ik programma’s ontwikkelde, meeschreef en meespeelde. Voor de serie Vechtershart moest ik daarnaast bijna dagelijks 
trainen, ik was dus veel weg. Dan is het heerlijk om nu alles in rust te kunnen doen en niet even snel-snel, omdat er opnames zijn of moet worden gespeeld. Nu heb ik tijd om de kinderen naar school te brengen én ze weer te halen.”

Word je er niet onrustig van? Ik kan zelf meer van rust genieten als ik weet dat er na een tijd weer iets gaat gebeuren.
“Ik word er niet meer onrustig van. Dat is misschien toch de leeftijd. Ik heb een bepaalde zekerheid dat het goedkomt, ook al zijn er nu nog geen concrete 
plannen. Tien jaar geleden was ik daar zenuwachtig van geworden. Ik vind die ruimte ergens ook wel prettig, het geeft me de kans om ook andere dingen te ontplooien. Het afgelopen seizoen heb ik Vechtershart ontwikkeld, een Telefilm geschreven en nog een ander serie-idee bedacht. Van schrijven werd ik heel blij, het is op een andere manier bezig zijn met mijn vak. Maar het is niet iets wat je er zomaar even naast doet. In die zin zijn die vrije maanden ook heel fijn.”

Omdat je dan de ruimte hebt om iets nieuws te ontwikkelen?
“Ja. En of dat dan schrijven wordt, een programma bedenken of iets anders, dat zie ik dan wel weer. Ik heb veel ideeën en daar wil ik vooral iets mee doen. In welke vorm, dat zal zich gaandeweg wel ontwikkelen.”

De laatste keer dat wij elkaar zagen kwam je net terug uit Irak, waar je was voor Stichting Vluchteling. Je was flink 
aangeslagen. Hoe verwerk je alles wat je ziet in die vluchtelingenkampen?
“Ik vind dat moeilijk om uit te leggen. Toen ik terugkwam heb ik die vreselijke ervaringen als het ware weggestopt. Omdat het moeilijk verenigbaar is met mijn leven hier. Ik ben dus eigenlijk 
gewoon doorgegaan. Dat betekent 
overigens niet dat het me dan niets meer doet, alleen ik kon er niet zo veel mee. Het is als het ware onder mijn huid gaan zitten. Zodra iemand ernaar vraagt, komt een golf van emotie los. Dan kan ik ineens heel boos worden, of verdrietig, of gefrustreerd… Weet je, er is denk ik geen juiste manier om ermee om te gaan. Het beste wat ik kan doen is 
me inzetten om de verhalen van die vluchtelingen zo goed en kwaad als het gaat te vertellen. Als ik íéts kan doen, is het wel hun een stem geven.”

Heb je dat maatschappelijke bewustzijn altijd al gehad?
“Mijn ouders zijn altijd heel maatschappelijk betrokken geweest, het is dus zeker iets wat ik heb meegekregen. En mijn ‘theateropvoeding’ heeft er ook aan bijgedragen. Als je een podium hebt, moet je dat goed gebruiken. Wees scherp, maak mensen boos, praat vanuit je kwaadheid over dingen, breng dingen in beweging, wees zelf geraakt. Vluchtelingen, waar ook ter wereld, zijn mensen die alles kwijt zijn en voor wie niemand zorgt. De internationale 
gemeenschap krijgt niet genoeg geld bij elkaar om hen te helpen. Daar word ik verdrietig van. Hoezo is er geen geld? Er liggen daar mensen dood te gaan, met een kind in hun armen. Doe iets! Al is het maar twintig cent van die ene euro. Door mijn opvoeding en karakter ben ik er wel van doordrongen dat als je hier wordt geboren je een heleboel leuke dingen mag meemaken en flink mag 
genieten, maar dat je ook in elk geval moet probéren de wereld beter achter te laten dan toen je erop kwam.”

Het klinkt misschien een beetje weeïg, maar toen ik vader werd, had ik eindelijk het gevoel:
 ik doe ertoe’

Dat ben je min of meer verplicht aan je kinderen, toch? Je hebt een dochter 
van zeven en een zoon van vijf. Heeft het vaderschap je veranderd?
“Het heeft me completer gemaakt. Het klinkt misschien een beetje weeïg, maar toen ik vader werd, voelde het alsof 
mijn man-zijn tot functionaliteit werd verheven. Ik doe ertoe, dat idee. Ik ben nodig om dit wezentje te beschermen en verzorgen. Mijn kinderen verrijken me op veel manieren. Bijvoorbeeld in hoe ik naar de wereld kijk of in de dingen die ik over mezelf leer via hen. Dat zijn heel simpele dingen; hoe ik mijn geduld 
terugkrijg of hoe ik mijn kinderen belast met het idee dat ze goed moeten zijn, terwijl ik beter mezelf nog een duwtje kan geven. Kinderen zorgen ook dat je meer geniet van het nu. Ik kan wel 
denken: ik heb een waslijst aan dingen die ik moet doen en volgende week moet ik daarnaartoe, maar zij dwingen me om niet te piepen en ruimte te maken om niets te doen behalve eindeloos legoblokjes in elkaar duwen. Zo simpel is dat dus. Daar verbaas ik me eigenlijk elke keer weer over. Dat soort simpele 
dingen heeft ook mijn relatie verrijkt. ”

Op welke manier dan?
“Sophie en ik zijn beiden vrij eigenwijze mensen die hechten aan een eigen leven, en dat kan dan turbulent zijn. Door onze kinderen blijven we, zeg maar, in het nu. Het krijgen van kinderen legt 
sowieso een betonvloer onder je relatie, het houdt alles stevig bij elkaar.”

Omdat kinderen de verbinding zijn?
“Ja, die vanzelfsprekende verbinding. Omdat ons leven vrij druk is, maken we bijvoorbeeld tijd vrij om lang met elkaar te reizen. Eén keer per jaar gaan we met het hele gezin weg. Dat hadden we 
minder gedaan als we geen gezin 
hadden. Die rustpunten zijn heel fijn.”

Hoe zorgen jullie ervoor dat jullie geen BV Het Gezin worden?
“Door te focussen op het genieten, de lol en de passie. En heel concreet: door een goede oppas. Wat ik vooral heel fijn 
vind is dat we de taken heel duidelijk scheiden. Je kunt alles heel erg samen gaan doen, maar ook zeggen: ‘Jij doet de kinderagenda en ik merk het wel.’ En dat komt dan niet voort uit luiheid, maar uit praktische overwegingen. Daar zit voor mij in elk geval veel hulp in; dat je niet in die bedrijfsmodus vervalt van hoe je dingen doet, maar gewoon taken verdeelt en daardoor tijd overhoudt, zodat je wat leuks kunt gaan doen.”

Anders is het van: ‘Jíj zou dit toch doen?’ en blijf je de hele tijd in het overleg zitten.
“Juist. En dat overleggen vind ik best wel niet-sexy.”

Omdat je dan een soort collega’s wordt.
“Ja. En daarbij, ik heb liever gewoon 
iemand die er verantwoordelijk voor is. Regel het en ik hoor het wel.”

Heel praktisch dus, van: dit is mijn 
afdeling, dit is jouw afdeling. Als er 
problemen zijn, hoor ik het wel. Ik houd er ook van. Dat je niet vervalt in: ‘Jij zou deze week de was toch doen?’ Maar dat die was is gedaan en je dus meer tijd overhoudt. Het grappige is dat je dan ook wel afgestompt raakt op sommige 
gebieden. Mijn ex kookte altijd. Nu we uit elkaar zijn, heb ik dat moeten leren. Weet je wat ik me afvroeg: wat is nou echt 
liefhebben en wat is het niet?
“Voor mij kan liefde gaan over met z’n tweeën op een duin liggen, terwijl de wind zachtjes door je haar waait en je stil bent, maar het kan ook heel ruige seks zijn. Dat is een enorm spectrum. Als je het hebt over liefhebben, gaat het vrijwel altijd over dingen als vertrouwen, onvoorwaardelijkheid, maar als je dit soort woorden gebruikt, haal je de 
tegenstelling eruit. Terwijl liefde voor mij ook heel veel te maken heeft met 
paradox. Dus hoe groter het vertrouwen is, hoe harder de grap die je kunt maken die het vertrouwen schendt. Waardoor je enorm kunt lachen samen, waardoor er juist een diepere verbinding komt.”

Dit is een gedeelte uit het interview uit Margriet 2017-30. Dit nummer nabestellen? Dat kan via magazine.nl. Je kunt het hele interview ook online lezen via Blendle.

Interview| Susan Smit
Tekst | Saskia Smith
Fotografie | Ester Gebuis
Visagie | Carmen Zomers
Styling | Brigitte Kramer

Lees ook

Bekijk ook: 

Deze koninginnen en prinsessen lieten aan zich sleutelen

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox? Schrijf je in op Margriet.nl/nieuwsbrief