Martijn Fischer: ‘Ik zie er best stoer uit, maar heb een hart van peperkoek’

Deel dit artikel:

Acteur Martijn Fischer (48) 
doet niet aan carrièreplanning. Wél aan uiteenlopende rollen; hij speelde André Hazes, maar ook Jezus. En wie weet zingt hij binnenkort alleen nog maar.

“Laten we pizza bestellen,” zegt Martijn. Geamuseerd kijkt hij om zich heen. Hij is uitgerust, ontspannen en een stuk lichter. De man die ruim twee jaar André Hazes speelde is tien kilo kwijt. “Dat moest ook wel, want mijn lichaam zat in de weg.
 Ik ben dus erg op mijn eten gaan letten.” Voor de bourgondiër die hij is, is dat nog geen gemakkelijke opgave. Zijn geheim? “Overdag eet ik zo veel mogelijk gezond: fruit, groentes, geen koolhydraten, en
’s avonds eet ik wat ik wil. Dat werkt prima.” En dus is er pizza. En witte wijn. Hij zit lekker in zijn vel, zit in een mooie fase in zijn leven. “Met mijn twee jongens gaat het goed, ik heb een fijn huis 
gekocht, speel in mooie producties, sta op het podium met mijn band en, misschien het belangrijkst, ik weet beter wat ik kan. Er is meer vertrouwen. Ik was gewend om achter acteurs als Loes Luca en Peter Blok te spelen. Daar was ik meer dan tevreden mee. Maar nu heb ik twee jaar als André Hazes vooraan gestaan en speelde ik Jezus in The Passion. De regisseur van Zij gelooft in mij zei: ‘Je was gewend een goede rechtsback te zijn bij Ajax en nu sta je in de spits bij AC Milan.’ Zo voelde dat ook.” Dat maakt hem overigens niet minder 
bescheiden. “Weten wat je kunt is een lekker gevoel. Wat niet wegneemt dat ik ook zenuwachtig kan zijn. Zelfs zó, dat het me bijna aanvliegt. Vlak voor ik opmoest bij The Passion dacht ik: wow, wat geweldig dat ik dit mag doen. En tegelijk: wow, ík moet dit doen, niemand anders kan dit nu doen. Dat zorgt dat de euforie niet onbezonnen wordt. Ik kan dit, maar moet ook bewijzen dat ik het kan.”

Je speelt nu in Slikken en stikken van De Verleiders. De andere acteurs hebben al drie voorstellingen met elkaar gespeeld. Maakt dat je onzeker?
“Onzeker is niet het goede woord. Ik stel me wel bescheiden op. Ik neem de plek in van Pierre (acteur Pierre Bokma, red.) en sta haaks op hem. Hij is niet alleen een 
totaal ander type mens, maar ook een ander type speler. Ik moet het dus doen met wat ik meeneem en inbreng. Dan 
lees ik bijvoorbeeld een scène zo gênant 
mogelijk op. Dan zie je de anderen kijken: wat gebeurt hier nou?”

De voorstelling gaat over misstanden in de zorg. Is dat nog een beetje leuk te vertalen naar het podium?
“We spelen heel performance-achtig.
We zitten wel in een rol, maar staan ook als vertellers op het toneel. We pakken er papieren bij en tekenen een grafiek om iets duidelijker te maken. We hebben 
allemaal te maken met zorg, dat maakt dit stuk herkenbaar en soms komt het voor mensen ook dichtbij. Ik kan me voorstellen dat je in de zaal zit en denkt: dit gaat over mij. En, laat dat duidelijk zijn, er wordt veel gelachen. Na afloop ben je aan het denken gezet én heb je hard gelachen. Het is ook interessante materie waar we mee werken. Wist je dat er een boek 
bestaat, Diagnostic and statistical manual of mental disorders, waarin allerlei 
psychische stoornissen staan? Dat boek wordt steeds aangepast omdat er ziektes verdwijnen en bij komen. Homoseksualiteit stond daar ooit in als psychische aandoening. Dat staat er nu niet meer in. Nu staat ADHD erin en, wat ze nu dan zo mooi noemen, het autistisch spectrum. Dat vind ik interessant. Dat boek ken ik van mijn vader. Hij was hoogleraar psychiatrie en gebruikte dat boek ook. Dat brengt zijn wereld en mijn 
wereld op een gekke manier samen nu.”

‘Ik probeer mijn twee jongens de structuur te bieden die voor mij zelf ook handig was geweest’

Je vader heeft alzheimer, hij leeft als het ware in een andere wereld. Hoe is dat?
“In het begin vond ik het heel moeilijk dat hij niet alles meer precies wist en kon plaatsen. Daar worstelde hijzelf ook mee. Dat psychische aftakelen is erg zwaar. Voor mijn vader die het treft, maar ook voor iedereen die van hem houdt. Mijn vader is uiterlijk nog steeds mijn vader, maar van binnen is hij iemand anders 
geworden. Dat is bijna niet verenigbaar. Alzheimer doet iets met iemands 
identiteit. Mijn vader was hoogleraar, dat is niet meer terug te vinden. Hij woont nog thuis. Zijn vriendin zorgt voor hem.
 Dat vind ik mooi, dat je dat kunt. Ik merk dat het verdriet om hem minder wordt. Ik kan wel heel boos denken: hij herkent mij niet meer, maar het is niet dat hij me niet wíl kennen, het is gewoon die rotziekte. Het verzacht het een beetje door er zo
 tegenaan te kijken. Toen mijn vader 
alzheimer kreeg ontdekte ik dat ik eigenlijk veel op hem lijk. We zijn beiden 
emotionele mensen. Mijn vader heeft dat altijd verborgen, maar toen de schillen wegvielen zag ik het. Hij vond dat zelf 
lastig, dat plotseling worden overvallen door emoties. Daar heb ik dan weer geen last van. Ik kan zonder aanleiding ergens door worden gegrepen. Ik raak vaak 
ontroerd door mijn zoons. Dan stuurt de oudste me een appje waar ik bijna om moet huilen. Ook als ik zie dat twee 
mensen gelukkig zijn kan me dat raken. 
Ik zie er best stoer uit, maar heb een hart van peperkoek.”

Wat voor vader ben je?
“Ik probeer een bewuste vader te zijn en mijn jongens de structuur te bieden die voor mij ook handig was geweest. Het was een leuke weg die ik heb bewandeld, maar niet de eenvoudigste. Ik was 23 toen ik mijn mavo-diploma haalde, dat had ook wel anders gekund.”

interview: saskia smith
fotografie: ester gebuis

Dit is een gedeelte uit het interview met Martijn Fischer. Het volledige interview lees je in Margriet 46-2016. Dit nummer nabestellen? Dat kan bij Tijdschrift365.nl of koop het artikel ‘Ik zie er best stoer uit, maar heb een hart van peperkoek’ op Blendle.

Lees ook:

Rick Nieman: ‘Ik heb weleens een droom laten varen’
Kristien Hemmerechts: ‘Ik denk dat ik het leven altijd als een opdracht heb gezien’
– Fidan Ekiz: ‘Ik kom uit een gezin waarin veel wordt gelachen en gedanst’

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox? Schrijf je in op Margriet.nl/nieuwsbrief