Kristien Hemmerechts: ‘Ik denk dat ik het leven altijd als een opdracht heb gezien’

Deel dit artikel:

Ze kende in haar leven een onevenredige hoeveelheid persoonlijk leed. En had momenten dat ze de zin in het leven verloor. Toch durft 
Kristien Hemmerechts (61), mede sinds de geboorte van haar 
kleindochter, weer te vóelen.

Als Kristien Hemmerechts de deur van haar 
majestueuze huis bij Antwerpen heeft opengedaan, maakt ze een afwachtende, ietwat gereserveerde indruk. Maar die maakt al snel plaats voor een makkelijke lach en een grote openhartigheid. Haar nieuwe boek Er gebeurde dit, er gebeurde dat is een bundeling van haar beste 
autobiografische verhalen. Waaronder het hartverscheurende Sprookje over het 
verlies van haar beide zoontjes die zij met haar eerste echtgenoot kreeg: Benjamin stierf in 1983, Robert in 1984, beiden aan wiegendood. In Jij en Tikken in de nacht schrijft ze teder over de liefde tussen haar en haar tweede man, de bekende dichter Herman de Coninck, die in 1997 plotseling overleed. Ook verhalen over haar jeugd en haar eerste kleinkind zijn erin te vinden. Maar het boek begint met de diagnose borstkanker die zij in oktober 2015 kreeg. In de typische Hemmerechts-stijl, 
feitelijk, gedetailleerd en nooit larmoyant, beschrijft Hemmerechts haar emoties en de wil om absoluut geen patiënt te willen zijn en ook niet als zodanig te willen 
worden behandeld. Haar autonomie is haar alles, ze blijft gewoon lesgeven – Hemmerechts is ook universitair docent – en schrijven. Deze geschiedenis kent gelukkig wel een goede afloop: een operatie – geen amputatie – en bestraling bleken vooralsnog afdoende als behandeling. 
Een mammografie, is in het boek te lezen, had Kristien al een aantal jaren niet meer laten maken. “Geen eeuwigheid hoor, vijf jaar misschien,” zegt ze relativerend. “Ik moet bekennen dat ik niet goed weet waarom. Mogelijk omdat ik in het 
verleden altijd te horen kreeg: ‘Mevrouw, u heeft veel klierweefsel, dat kan gevaarlijk zijn, maar voorlopig is het dat niet.’ Er speelden meer dingen mee. De artsen vond ik heel goed en correct, maar de mensen achter de ziekenhuisbalie niet 
altijd even vriendelijk en vaak enorm 
betuttelend. Altijd die verkleinwoorden: ‘Mag ik uw identiteitskaartje? Hier heeft u uw vignetje.’ Waar is dat voor nodig? Het pleit niet voor mij, maar ik kan mij daar zo aan ergeren. Ik word niet graag betutteld, en hier word je, anders dan in Nederland, nog te veel in de rol van onmondige 
patiënt geduwd.”

Het was dus een algehele aversie.

Knikt. “Een algehele aversie, ja. Dat is heel goed omschreven. Veel mensen 
zeiden na de diagnose tegen mij: ‘Maar Kristien, gij zijt een intelligente vrouw, gij zult toch wel regelmatig een mammo-
grafie hebben laten maken?’ Toen ik het verhaal schreef, merkte ik pas dat ik met die ziekte eigenlijk minder problemen had dan met de houding van mensen.”

Zelfonderzoek, deed je dat wel of ook niet?

Bijna afwerend: “Waarschijnlijk niet, nee.”

Misschien was het een beetje struisvogel-
politiek? Bang dat je wat vindt? Dat hebben veel vrouwen.

“Ik denk dat je daar gelijk in hebt. Maar het is niet slim.” Met een lach: “Schrijf vooral dat Kristien heeft gezegd dat 
vrouwen mijn voorbeeld niet moeten 
volgen. Dus ook niet als je je ergert aan medisch personeel.”

Je beschrijft hoe je, nog groggy van de 
narcose, direct in conflict raakte met 
verpleegkundigen die je niet overeind wilden laten zitten, die je bij je voornaam noemden en weigerden iets over de operatie te zeggen.

“Je kunt je afvragen of het wel zo erg is dat ze mij Kristien noemden, maar ik werd daar woedend over. Ik had zelfs zin om te zeggen: ‘Het is professor doctor, hoor!’ Ik kon dat op dat moment gewoon niet 
hanteren. In zo’n situatie heb je behoefte aan zachtheid. Dat is iets wat ik met de jaren meer ben gaan inzien. Ik neem al jaren examens af en hoe ouder ik word, hoe zachter ik ben voor de studenten. Ik besef dat zij zich in een situatie bevinden waarin zij zich onzeker voelen, gestrest zijn; dus als ik even glimlach en vraag: ‘Hoe gaat het met je?’ ontspant dat enorm. Dat zijn dingen die je gewoon moet doen voor je medemens. Het is niet iets groots, het gaat juist om de kleine dingetjes.”

Je vond het ook belangrijk dat de ziekte niet je identiteit zou worden…

“…en niet de allesoverheersende realiteit. Dit zeg ik voorzichtig, niet iedereen kan dat of wil dat. Een vriendin met darm-
kanker zei: ‘Ik moet heel hard knokken om mijzelf te blijven.’ Dat is zeer herkenbaar. Daarom ging ik ook altijd alleen naar het ziekenhuis. Autonoom, met de fiets, hop. Dan kun je zeggen: absurd. De meeste mensen denken in zo’n situatie juist: ik ben ziek, ik wil dat mijn partner, mijn kind of wie dan ook meegaat.”

De gedachte ‘ik ben niet alleen’ speelt dan waarschijnlijk ook mee.

“Maar je bent wel alleen. Het is jouw 
lichaam. Jij bent degene die ziek is. Dat verandert niet omdat iemand jou naar het ziekenhuis brengt. Van de eenzaamheid die zo’n ziekte met zich meebrengt, ben ik erg geschrokken. Dit had ik nooit beseft.”

tekst: heleen spanjaard
fotografie: ester gebuisboek-kristien

Dit is een gedeelte uit het interview met Kristien Hemmerechts. Het volledige interview lees je in Margriet 43-2016. Dit nummer nabestellen? Dat kan bij Tijdschrift365.nl of koop het artikel ‘Ik denk dat ik het leven altijd als een opdracht heb gezien’ op Blendle.

Lees ook:

– Fidan Ekiz: ‘Ik kom uit een gezin waarin veel wordt gelachen en gedanst’
– Anita Witzier: ‘Een column schrijven is toneelspelen met letters op de vierkante centimeter’
– Anneke Blok: ‘Ik denk dat ik blijf doorspelen tot ik erbij neerval’

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox? Schrijf je in op Margriet.nl/nieuwsbrief

Redactie Margriet