Caroline de Bruijn: ‘Wij vieren kerst met alle toeters en bellen’

Deel dit artikel:

Pinterest

Het zou zo fijn zijn, vinden zwemlegende Maarten van der Weijden en GTST-icoon Caroline De Bruijn, als we niet alleen rond de kerstdagen iets doen voor een ander. Wat meteen de vragen oproept: hoe vieren zij zelf kerst en hoe belangrijk is dat ‘iets voor een ander doen’ voor hen?

“We wonen in een klein dorp en een paar huizen verderop kweken ze kerstbomen,” vertelt Maarten. “Daar gaan we er altijd eentje uitzoeken. En we gaan naar mijn ouders en die van Daisy. Een paar dagen van samenzijn, rust en verbinding. Maar kerstfilms en -muziek, nee, dat is niet echt mijn ding…”

‘Bij GSTS staan eind september al kerstbomen in de studio’

Caroline: “Ik denk vaak: laat die kerst even zitten. Maar bij Goede Tijden staan de kerstbomen al eind september in de studio en mijn dochter begint rond die tijd ook al te vragen welke kleur de kerstboom dit jaar moet krijgen. Dus dat er geen kerstboom is, dat niet de hele familie beide dagen over de vloer is en dat er geen pakjes worden gegeven, is ondenkbaar. Het is the whole shabang bij ons thuis, met alle toeters en bellen en The Sound of Music.”

Verschillende werelden maar wel degelijk een connectie

Natuurlijk kent Caroline Maarten van der Weijden, de boomlange zwemlegende. En uiteraard weet hij dat Caroline De Bruijn in Goede Tijden, Slechte Tijden speelt. Maar daar houdt hun kennis van elkaar op. Ze zitten ook in een totaal ander vakgebied; zij is de beroemde actrice in Nederlands langstlopende soap, hij de olympisch en wereldkampioen openwaterzwemmen, maar toch vooral de man die dit jaar vijf miljoen euro bij elkaar ploeterde met zijn epische Elfstedenzwemtocht. Verschillende werelden dus, maar er is wel degelijk een connectie: Het Goede Doel.

Met hoofdletters, want voor beiden geldt dat ze er een flink deel van hun leven druk mee zijn. Maarten (37) nog wat meer dan Caroline (56). “Het is in 2018 een fulltimebaan geworden,” zegt hij, die hem trouwens niet per se “de leukste man” voor zijn vrouw en kinderen maakte. “Maar dat is ook de essentie van een goed doel; je geeft iets op om een ander te helpen.”

Gaat het bij jullie ook zover, Caroline? Jij zet je al sinds 2005 samen met je man, GTST-acteur Erik de Vogel, in voor KidsRights

“Er is bij ons geen sprake van een fysieke opoffering zoals bij Maarten,” vertelt de actrice. Al doen wij inmiddels al zo lang Goede tijden dat sommigen bij ons ook zullen spreken van een lijdensweg, haha. Je ziet weleens dat mensen denken dat ze anderen helpen door naar getroffen gebieden te gaan. Het ‘mee-lijden’. Daar heeft niemand wat aan, hoe goedbedoeld ook. Het heeft in mijn ogen iets heel decadents, omdat het ticket voor de terugvlucht al in je koffer zit.”

Maarten: “Je opoffering moet inderdaad wel zin hebben.”

Caroline: “Het had voor jou ook geen zin gehad om al die kilometers te zwemmen als er niemand was komen kijken.”

Is het frustrerend om te zien hoeveel aandacht en geld Maarten dit jaar bij elkaar heeft gezwommen, terwijl er veel mensen zijn die nog nooit van KidsRights hebben gehoord?

Caroline: “Laten we vooropstellen dat het geweldig is, die vijf miljoen die Maarten ophaalde. Maar voor KWF Kankerbestrijding is met name geld heel belangrijk, terwijl het bij KidsRights meer om bewustwording gaat. Wij hebben een andere invalshoek, de twee zijn moeilijk te vergelijken. KidsRights is een Nederlandse organisatie, maar heeft vooral in het buitenland bekendheid. Dat komt onder meer omdat elk jaar de door KidsRights in het leven geroepen Internationale Kindervredesprijs wordt uitgereikt door een winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede, in de Ridderzaal in Den Haag. Afgelopen november werd de uitreiking gedaan door bisschop Desmond Tutu, deze keer in Kaapstad. De laatste jaren was het breaking news bij BBC en CNN, nationaal krijgen we op de een of andere manier wat minder aandacht.”

Maarten: “Wat doet KidsRights precies?”

Caroline: “We zetten ons in om kinderen zo mondig mogelijk te maken, om ze advocaat van hun eigen rechten te laten zijn. De meeste hulporganisaties die zich richten op kinderen gaan uit van hun kwetsbaarheid, terwijl KidsRights juist uitgaat van de kracht van kinderen, laat zien wat ze allemaal zelf kunnen bewerkstelligen.”

Maarten: “Kan het niet zo zijn dat de stichting hier minder aandacht krijgt omdat het met de kinderrechten in Nederland goed gesteld is?”

Caroline: “Dat zal je nog verbazen… Het is hier geen Sierra Leone, maar er zijn genoeg verbeterpunten. KidsRights heeft een index opgesteld om te meten hoe het met kinderrechten is gesteld; Nederland staat niet eens in de top 5. Kinderen moeten hier bijvoorbeeld soms te lang wachten op psychische hulp als ze acuut in de problemen zitten. We doen het niet slecht, maar er wordt toch nog vaak over de hoofden van kinderen besloten.”

Maarten: “Houden wij onze kinderen te lang kind?”

Caroline: “We hebben hier inderdaad een sterke traditie om een kind kind te laten zijn, maar daarmee houd je ze natuurlijk ook onmondig. Ik denk dat het goed is om kinderen sneller mee te laten denken over dingen die hen aangaan. Daar zijn ze ook beter toe in staat dan je misschien zou denken. Ook zijn we soms te voorzichtig met kinderen. Erik en ik waren ooit op bezoek bij een crèche in een Zuid-Afrikaans township. Dat gebouwtje bestond uit een paar palen, wat golfplaten en prikkeldraad. Daar liepen allemaal twee-, driejarigen rond. Dat leek ons gevaarlijk, maar de leidsters zeiden dat de kinderen nu in elk geval niet wegliepen en als ze zich toch een keer zouden openhalen, wisten ze meteen dat ze beter moesten oppassen.

Dat is natuurlijk het andere uiterste, en het gevolg van een gebrek aan middelen, maar er zit wat in: als je kinderen van alles weghoudt, leren ze niks. Aan de andere kant, als ik eerlijk ben: ik ben ook zo’n voorzichtige moeder. Toen onze dochter Solane heel klein was, had ik haar buiten altijd in een tuigje, zodat ze niet de straat op zou schieten. Die angst kan ik nóg in mijn knieholtes voelen. Maar ik werd destijds echt uitgejouwd in Amsterdam: ‘Wat doe JIJ nou?!’”

Voelen jullie druk om je in te zetten voor een goed doel? Het lijkt soms wel een verplichting; een BN’er zonder goed doel hoort er niet bij

Maarten: “Nee. Mijn drijfveer is dankbaarheid. Dankbaarheid dat ik mocht herstellen van mijn ziekte, dat ik olympisch goud heb gewonnen, dat ik ondanks een zware behandeling niet onvruchtbaar raakte en nu twee prachtige dochters heb. Als ik dan om me heen kijk en zie dat anderen het slechter hebben, is het volgens mij heel menselijk om te willen helpen. Ik vind het normaal dat je iets terugdoet. Ik zou het eigenlijk wel heel mooi vinden als iedere BN’er een goed doel zou uitkiezen.”

Caroline: “Het feit dat ik bekend ben, is misschien handig voor een hulporganisatie, maar voor mijzelf heeft het te maken met de bevoorrechte positie die ik hier in Nederland heb. Ik vind het een kwestie van fatsoen dat je verder kijkt dan je eigen voordeur.”

Voelen jullie je weleens onmachtig? Het lijken soms druppels op de gloeiende plaat

Caroline: “Nou, die vijf miljoen van Maarten was een flinke plens, haha.”

Maarten: “Je moet accepteren dat jouw ‘druppel’ de wereld niet gaat veranderen. In Nederland krijgen elk jaar honderdduizend mensen de diagnose kanker. Het probleem is dus heel groot, maar ik kan in elk geval mijn stinkende best doen om een steentje bij te dragen. Ik kan alles doen wat binnen mijn mogelijkheden ligt.”

Caroline: “Dat onderschrijf ik helemaal. En als er maar genoeg druppels op die plaat vallen, koelt-ie vanzelf af. Het mag geen reden zijn om niks te doen.”

Bieden die goede doelen ook zingeving aan jullie eigen levens?

Caroline: “Ja, ik doe dit om de diepe, diepe leegte in mijn leven te bestrijden, haha. Nee, weet je, sommige mensen klagen veel en zijn vooral gefocust op zichzelf, terwijl je daar niet gelukkiger van wordt. Dan denk ik: doe eens iets voor een ander. Dat helpt namelijk, het is heel fijn om iets voor een ander te doen.”

Maarten: “Om in de kerstsfeer te blijven: het is sowieso fijn om verbinding te hebben met mensen. En als je daar een goed doel aan kunt koppelen, geeft dat inderdaad zin aan je leven.”

Caroline: “Daar gaat het om: verbinding. We zijn niet alleen op de wereld, we zijn onderdeel van een geheel. Dat zag je bij de zwemtocht van Maarten; het hele land was ermee bezig, iedereen voelt zich daar fijn bij, voelt zich een radertje in dat hele circus.”

Hebben jullie dat morele besef van jullie ouders meegekregen?

Maarten: “Ik kreeg van hen toch vooral een individualistische boodschap mee: zorg voor jezelf, ben onafhankelijk, red jezelf. Toen ik op mijn negentiende in het ziekenhuis terechtkwam, realiseerde ik me dat die boodschap niet klopte. Ik heb andere mensen nodig; vrienden, familie, de artsen die me beter willen maken, de verpleegkundigen die me verzorgen. De behandeling die ik destijds kreeg, werd pas een paar jaar toegepast. Vijftien jaar voordat ik die diagnose kreeg, was je kansloos: iedereen stierf aan leukemie. Je hebt elkaar dus juist heel erg nodig, want ik heb mijn leven te danken aan de inspanningen van de generaties voor de mijne. Daarom vind ik mijn Elfstedenzwemtocht mooier dan mijn olympische medaille. Bij die medaille ging het namelijk om winnen, om sneller zijn dan de ander. Bij de Elfstedentocht ging het om verbinding.”

Caroline: “Ik kan niet zeggen dat er bij ons thuis veel over dit onderwerp werd gesproken, maar mijn moeder doet bijvoorbeeld al jaren vrijwilligerswerk voor bejaarden in de omgeving. Dat is een dagtaak, maar er wordt verder niet moeilijk over gedaan en het wordt door haar niet als een boodschap gebracht. Misschien kun je je kinderen daarin ook niet echt opvoeden. Je kunt het voordoen, meer niet.”

Houden jullie tijd over voor de zaken waar jullie zelf mee worstelen?

Caroline: “Ik ben al snel geneigd om mijn eigen zorgen opzij te zetten. Niet zeuren, doorgaan. Wat heb ik te klagen, ik voel me zó bevoorrecht… Ik ben er bovendien van doordrongen dat we maar één leven hebben en dat dat angstwekkend snel voorbijgaat. Dus ik kan vooral boos worden over het gebrek aan tijd; ik wil nog zo veel. Daardoor kan ik mezelf weleens in de weg zitten.”

Maarten: “Ik vind dat je pech gewoon moet accepteren. Er zijn dingen in het leven die klote zijn, maar als je dat accepteert, is het makkelijker te dragen. Dat probeer ik ook in de opvoeding van de kinderen door te laten schemeren. Phileine, mijn oudste dochter, houdt erg van wedstrijdjes doen – dat competitieve zit er toch een beetje in. Ik laat haar dan de eerste twee spelletjes winnen, maar de derde win ik. Dan vergaat haar wereld, gooit ze zichzelf op de grond. Daarna geef ik haar een knuffel en leg ik uit dat je soms iets heel graag wil in het leven, maar dat niet altijd alles lukt.”

Wat moet er in 2019 lukken voor jullie?

Caroline: “Ik wil me minder laten afleiden door alle dagelijkse ‘dingetjes’ die je moet doen, waardoor je te veel tijd verliest voor zaken die je écht belangrijk vindt. Niet dat ik daar precies op 1 januari mee ga beginnen, maar ik wil me in 2019 meer focussen en meer doen voor andere mensen.”

Maarten: “Ik ga een Elfstedentheatertocht doen; elf theatervoorstellingen in elf theaters, waarvan elf euro per kaartje naar het KWF Kankerfonds gaat. En voor de rest voel ik hetzelfde wat Caroline voelt: het leven gaat zó snel voorbij, dat we de tijd die we hebben zo goed mogelijk moeten besteden. Dus als er iets heftigs in mijn leven gebeurt – of dat nou olympisch goud is of mijn Elfstedentocht – vind ik het belangrijk dat ik een stapje terug zet. Even niks, zodat ik mezelf nog eens kan afvragen wie ik nou echt ben, waar ik voor sta.”

Jij weet inmiddels toch wel wie je bent en waar je voor staat?

Maarten: “Dat verandert steeds. Natuurlijk weet ik het voor een heel groot deel, maar ik wil wel blijven kijken of hetgeen ik doe nog altijd matcht met wat ik echt wil. Toen ik olympisch goud had gewonnen, kwam ik erachter dat ik het zwemmen niet als doel wilde hebben, maar als middel om geld mee te vergaren. Ik wil blijven finetunen. Ik heb dat altijd gehad. Toen ik kanker had, was mijn grootste angst niet om te sterven. Ik was vooral bezig met de vraag of ik mijn tijd op aarde wel goed had besteed.”

Ben jij tot nu toe tevreden, Caroline?

Caroline: “Op de meeste dagen ben ik vooral heel blij met wat ik om me heen heb. Maar ik denk nooit: goh, wat heb ik het allemaal ge-wel-dig gedaan, haha.”

Fotografie | Iris Planting
Tekst | Marcel Langedijk

Dit artikel verscheen eerder in Margriet 2018-52. Je kunt deze editie nabestellen via magazine.nl.

Artikelen van Margriet ontvangen in je mailbox? Schrijf je in op margriet.nl/nieuwsbrief.