André Kuipers: ‘Opvoeden vanuit de ruimte is lastig’

Deel dit artikel:

Maar liefst 204 dagen zweefde André Kuipers door het heelal. Over de avonturen die hij daar beleefde, geeft de astronaut komende zaterdag drie spectaculaire voorstellingen in de Ziggo Dome.

Je maakte de boekjes en voorstelling André het astronautje, je was het gezicht van de plakplaatjesactie van Albert Heijn, je krijgt fanmail… Na twee ruimtemissies ben je een heuse BN’er. Hoe is dat?
“Die bekendheid overkomt je en is vaak leuk. Zo kwam er pas nog iemand naar me toe die mij wilde aanraken, omdat ik in de ruimte was geweest. Alsof je in een museum een oude kelk van de Romeinen wilt vasthouden. Maar soms is het ook ongemakkelijk. Als ik met mijn kinderen naar Science Museum Nemo in Amsterdam wil, kom ik die trap niet eens op. Dan wil iedereen een foto of handtekening. En in het zwembad, op skivakantie of in het vliegtuig worden we af en toe zomaar gefilmd of gefotografeerd. Daarin gaan mensen soms te ver. Daarom mijden we nu drukke plekken. Maar als dat het ergste is… Vroeger hingen mensen als trofee een hertenkop aan de muur. Nu willen ze een selfie met een BN’er. Eigenlijk had ik na mijn missies gedacht een kantoorbaan bij het European Space Agency te krijgen en thuis meer te kunnen helpen. Dan had mijn vrouw Helen zich op haar loopbaan kunnen concentreren. Zij heeft een journalistieke achtergrond, had een eigen bedrijf. Maar door mijn missies en bekendheid heb ik het alleen maar drukker gekregen. Ik ging werken voor ministeries, werd gevraagd voor lezingen en mocht ambassadeur worden van het Rode Kruis en het Wereld Natuur Fonds. Mijn persoon is een bedrijf geworden en Helen geeft leiding aan de BV Kuipers. Gelukkig maar, want zelf ben ik een chaoot. Helen runt de boel heel efficiënt en adequaat. Ze vindt het werk prachtig, met als voorlopig nieuw hoogtepunt SpaceXperience LIVE.”

Wat ga je in die shows laten zien?
“Ik wil de mensen laten ervaren hoe het is om astronaut te zijn. En hoe indrukwekkend onze planeet en het universum zijn. Daarbij probeer ik iedereen te enthousiasmeren voor techniek, wetenschap en dus ook de ruimtevaart. Het wordt zeker geen musical waarin ik ga zingen, dansen en zweven. Maar spectaculair wordt het zeker. We bootsen het heelal na en de muziek is van Vangelis, één van mijn favoriete componisten die de soundtracks maakte voor films als Conquest of paradise, Chariots of fire en Blade runner. Al sinds zijn leader-muziekje voor de Teleac-cursus Sterrenkunde ben ik fan van hem. Tijdens mijn tweede missie heb ik hem vanuit de ruimte gesproken en sindsdien zijn we vrienden.”

‘iemand wilde me aanraken omdat ik in de ruimte was geweest. Alsof je in een museum een oude kelk van de Romeinen wilt vasthouden’

Wanneer wist je: ik word astronaut?
“Ik was elf jaar toen ik ruimtevaart leuk begon te vinden. Op televisie had je de serie Thunderbirds en ik zag de landing op de maan. Dankzij mijn oma raakte ik verder gefascineerd. Van haar kreeg ik boekjes van Perry Rhodan, een fantastische sciencefictionreeks over mensen in het heelal, ruimteschepen en aliens. Ook Sprong in het heelal, de hoorspelserie uit de jaren vijftig, heeft mij geïnspireerd daadwerkelijk astronaut te worden. Elke week nam ik de nieuwe aflevering met de bandrecorder van mijn vader op. Die spannende verhalen vol dreiging, die specifieke geluidjes, de stemmen van de acteurs… Toen al wist ik zeker: ooit ga ik zelf de aarde vanuit het heelal bekijken.”

Wat trok je dan zo aan in de ruimtevaart?
“De combinatie van avontuur, schoonheid en nut. Het leek me geweldig onderdeel te zijn van de spannende sciencefictiondromen die ik had. Ook wilde ik ooit daar in dat grote zwarte niks die prachtige blauwe aardbol van ons zien. En ik wilde de mensheid helpen. De ruimtevaart zit al in communicatie, navigatie en meteorologie. Ook is het belangrijk voor industriële innovatie en de exploratiedrang die wij mensen hebben: is op de maan energiewinning mogelijk? Mijnbouw op planetoïden misschien? En dan zijn er nog de medische en natuurwetenschappelijke experimenten. In de ruimte heb ik onderzoek gedaan naar botontkalking. Ik heb echo’s van mijn hart en bloedvaten gemaakt. En door research kunnen we nu de beademingsprotocollen op intensive cares verbeteren.”

Hoe heeft het thuisfront jouw ruimtemissies ervaren?
“Bij mijn eerste missie dachten mijn oudste dochters: papa is astronaut en gaat gewoon naar zijn werk. Zij waren meer geïnteresseerd in paardrijden. Maar toen mijn oudste bij de eerste lancering die raket zag, werd ze toch nerveus. Later zag ik ook opnames van mijn vader, moeder en twee broers: tranen in de ogen. Toen dacht ik wel: wat heb ik ze aangedaan? Wij astronauten zijn geconcentreerd in de capsule bezig. Maar zij horen het lawaai en zien het felle licht. Dat maakt indruk! Maar ze hebben me nooit proberen tegen te houden. En als zij niet hadden gewild dat ik was gegaan, had ik het toch gedaan.”

Waarom?
“Bij de eerste missie in 2004 was mijn drive zó groot, daar moest alles voor
wijken. Schooltoneelstukken en diploma-uitreikingen, de verjaardag van mijn moeder. Het kon misschien haar laatste zijn. Maar ik had drieëndertig jaar naar die lancering toegewerkt… Mijn grootste angst was dat de boel zou worden afgeblazen. Door opschorting van het ruimtevaartprogramma, een technisch mankement of een medische afkeuring.
Bij mijn tweede missie in 2011 ging ik al minder ‘over lijken’. Als er iets ernstigs met mijn kinderen was geweest, was ik er zonder meer uitgestapt. Daarbij leerde mijn tweede vrouw Helen mij kennen als astronaut. Zij was redactrice en voor National Geographic Magazine moest ze mij interviewen. Het klikte meteen en ze wist ook wat mijn werk inhield. Bij mijn tweede lancering – we hadden inmiddels twee kinderen – zeiden we: ‘We gaan er geen drama van maken.’ Ik heb geen afscheidsbrief geschreven, geen testament opgemaakt en geen tweede levensverzekering afgesloten. Ik vertrouwde ons ruimteschip, de Sojoez. Ik was wel bang voor de reactie van onze kinderen Stijn en Sterre. Mijn dochtertje was toen pas drie. Maar toen Helen later vroeg hoe ze het vond, zei ze: ‘Nog een keer!’ Ze zag die raket als een grote vuurpijl en was totaal niet bang.”

Lees het hele interview met André Kuipers in Margriet nr. 46. Je kunt het hele interview ook online lezen via Blendle.

Tekst | Eric le Duc
Fotografie | Marloes Bosch
Styling | Esther Loonstijn
Visagie | Carmen Zomers

Lees ook eens

Bekijk ook

Ben je ook altijd zo blij verrast als de barista van je favoriete koffietentje speciaal voor jou een hartje in je koffie maakt? Ha, dat kun je ook heel makkelijk zelf! Een hartje in je melk maken is misschien alleen weggelegd voor de echte pro’s, als je ‘m maakt van cacaopoeder is het zó gepiept.

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox? Schrijf je in op margriet.nl/nieuwsbrief