Beppie Melissen: ‘Ik heb weleens botox laten doen, je gaat toch ook naar de kapper?’

Deel dit artikel:

Sommige mensen nemen wat gas terug zodra ze 
de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt. Zo niet actrice Beppie Melissen (67).

Haar agenda 
staat zó bomvol werk, dat zelfs een datum prikken voor 
dit interview al een uitdaging bleek.

Je wordt gezien als een grappige vrouw. Vind je jezelf grappig?

Meteen: “Ja! Ik denk het wel. Ik sla 
mezelf er niet voor op de borst, want 
het overkomt me gewoon, maar ik kan echt lachen om mezelf, bijvoorbeeld als ik radio zit te luisteren en dan mijn eigen commentaar lever op wat er wordt gezegd. Soms kan ik mezelf 
verrassen. Dat ik ineens iets denk waarvan ik denk: wat grappig, waar komt dát vandaan? En ik vind het leuk om 
anderen aan het lachen te maken.”

Hoe belangrijk is humor in je leven?

“Extreem belangrijk. Het komt weleens voor dat ik in een gezelschap vol lieve mensen zit en me afvraag: waarom verveel ik me nou zo verschrikkelijk? Maar dan is er gewoon geen spiritualiteit. Ja, humor is voor mij een vorm van spiritualiteit.

Zonder dat vind ik er echt geen bal aan. Ik zeg weleens: ‘Als ik moet 
kiezen tussen met een heel lief iemand zonder humor op een onbewoond eiland zitten of met een slechterik mét humor, dan kies ik voor dat laatste.’ Net zoals je een gewone verliefdheid hebt, kun je ook een soort verliefdheid hebben met humor. Je kunt het niet uitleggen, je moet gewoon om elkaar lachen. Het is een soort dansen met elkaars ziel.”

Wat ben je nu allemaal aan het doen?

“Ik heb net een kinderfilm afgerond, Kapsalon Romy. Daarin speel ik een oma die begint te dementeren en dat zie je gebeuren door de ogen van haar 
kleindochter Romy. Binnenkort heb ik de laatste draaidag voor Shit Happens, toevallig ook een film over alzheimer. 
En in het voorjaar ga ik weer een keer of vijftig het toneel op met een voorstelling waarin een huis centraal staat van 
waaruit in de Tweede Wereldoorlog Joden zijn weggevoerd.”

En dat voor een vrouw die zichzelf heel lang geen actrice durfde te noemen.

“Ik zou bijna zeggen dat ik het tot op de dag van vandaag niet durf, maar dat kan ik niet meer maken. Hoewel: mijn allereerste grote filmrol kreeg ik pas twee jaar geleden, in Oude liefde. Daarvoor had ik alleen af en toe een bijrol. Het vele filmen dat ik de afgelopen twee jaar heb gedaan is eigenlijk erg nieuw.”

Wat leuk dat dat allemaal op je pad komt.

“Ja, want ik dacht eerlijk gezegd toen vier jaar geleden mijn eigen gezelschap Carver na 23 jaar stopte: nou, het is klaar. En ik vind het ook wel best. Ga ik lekker lezen en naar de film. Maar zolang dit doorgaat, vind ik het enig!”

Herman van Veen zei een tijdje terug in DWDD naar aanleiding van zijn boek over ouder worden: ‘Als je ouder wordt, gaat er een wereld voor je dicht.’ Bij jou niet zo te zien.

“Ik ken dat gevoel wel hoor, eventjes, maar eigenlijk kijk ik nog heel erg naar van alles uit. Mijn geest is gretig; jongens, kom maar binnen, ik omarm het wel.

Ik heb met mijn man een beeldschoon appartement in Scheveningen gekocht, met uitzicht op zee. Dat zijn we nu aan het verbouwen. We hebben echt een project alsof we dertig zijn. Dat geeft een enórme energie en een gevoel alsof je nog alle tijd van de wereld hebt. Terwijl we dat niet hebben. Maar tijd is natuurlijk tegelijkertijd een volstrekt abstract begrip.”

Heb je moeite met ouder worden?

“Ik vind ouder worden helemáál niet erg tot nu toe. Nou ja, ik wil het niet 
overdrijven, want ouderdom heeft 
grote nadelen, denk ik. Maar ik heb 
ze gelukkig nog niet aan den lijve 
ondervonden. Ik denk dat het vooral heel erg te maken heeft met je fysiek, want dat kan je natuurlijk enorm de 
das omdoen.

Gelukkig voel ik me goed, al heb ik een beetje last van mijn knieën en ben ik wat sneller moe dan vroeger. Ik ben er bewust mee bezig om mijn 
lichaam goed te houden, want ik wil mobiel en zelfstandig blijven. En dat 
bereik je door veel te blijven bewegen. 
Ik had een personal trainer en dat vond ik te gek! Krachttraining is heel erg 
goed voor je kop. En ik doe veel aan aquajoggen.”

Je hebt weleens gezegd dat je tussen je vijftigste en zestigste meer moeite had met ouder worden: ‘50 vond ik zo’n seksloos getal. Minder sexy dan 60.’

“Ja, vind ik nog steeds. Gek hè? Ik heb nu ook heus weleens dat ik in de spiegel kijk en denk: o nee, mag ik er iets leuker uitzien vandaag? Maar meestal ben ik er helemaal niet mee bezig. Op mijn leeftijd moet je niet verwachten dat je eruitziet als iemand van twintig. Moet je ook niet willen. Ik vind zelf vrouwen pas mooi als ik ze ook geestig of spiritueel vind. Maar ik zal er wel altijd mijn best voor doen om er verzorgd uit te zien.”

En hoe denk je over botox en dat soort ingrepen?

“Ik heb weleens botox laten doen op mijn voorhoofd. Ik vind dat ook helemaal niet gek. Waarom zou je het niet doen? Je gaat toch ook naar de kapper, 
je gaat toch ook trainen en naar de 
tandarts? Ik heb ook een paar valse 
tanden. Wat wel gek is: ik denk dat een ander anders naar mij kijkt dan ik naar mezelf kijk. Als ik ergens binnenkom, zal een jong iemand zeker denken: daar komt een oudere vrouw binnen. Maar zo denk ik nooit over mezelf, nèver. Ik voel me hetzelfde als twintig jaar geleden. 
Je verandert vanbinnen niet zo.”

Zou jij nog veertig willen zijn?

“Ja, ik zou best veertig willen zijn, maar dan met het leven dat ik nu heb.”

En de wijsheid?

“Ik weet niet of ik wijs ben geworden, dat geloof ik niet. Ze zeggen weleens: ‘Als je oud wordt, word je wijs.’ Nou, ik heb nog steeds geen idee. Ik geloof wel dat ik me meer dan ooit realiseer dat ik eigenlijk niet zo goed weet hoe ik overkom op mensen.”

Je hebt een beleving van jezelf, ik zeg maar wat, dat het 
gezellig was met iemand of dat je een goed gesprek hebt gehad. Maar het zou zomaar kunnen zijn dat je diegene 
zonder dat je er erg in had hebt gekwetst of dat je te open bent geweest. Een ander kan mij heel anders ervaren dan ik 
mezelf ervaar. Dat vind ik wel gek. Ik heb me erbij neergelegd dat er heel veel raadsels zullen blijven.”

Je hebt op latere leeftijd nog een grote liefde gevonden.

“Ja, op mijn 58ste. Ik ben heel blij dat het opnieuw is gelukt een héél leuke man binnen te sleuren.”

Waar ken je hem van?

“Via een vriendin. Ik had hem ooit 
ontmoet en vond hem meteen leuk. Maar hij was getrouwd. Daarna werd hij weduwnaar en kwamen we elkaar weer tegen. En toen ging het vrij organisch.”

Waarom is hij zo leuk?

“Ik denk dat er in eerste instantie een aantrekking moet zijn die vrij oer is. Dat is iets wat in de lucht zit tussen twee mensen, dat kun je niet benoemen. 
En verder… De mannen in mijn leven hebben gemeenschappelijk dat ze allemaal intelligent zijn – ik houd niet van domme mannen – en gevoel voor humor hebben. En ik vind ze er natuurlijk 
allemaal leuk uitzien”, lacht ze.

“Ik val goddank ook altijd op iemand die mij ook echt wil. Er zijn vrouwen die vallen op een man die hen niet ziet staan en gaan daar dan achteraan hobbelen. Nou, dat ken ik echt helemaal niet. Mijn man laat elke dag merken dat hij blij met me is. En natuurlijk kun je elkaar soms ook in de gracht flikkeren, maar dat heeft elke relatie.”

Je vertelde net dat je het eigenlijk nog steeds heel druk hebt met werk. Zie je jezelf al met pensioen gaan?

“Nee, ik zie mezelf dit nog wel tien of twintig jaar doen. Werk is voor mij een heel leuke manier om mijn dag door te komen. Maar als het stopt, is dat ook geen probleem. Ik heb plannen zat en kom tijd tekort. Ik wil nog zo veel!”

Wat wil je nog allemaal?

“Léven. Er zijn nog duizend boeken 
die ik wil lezen, ik zou heel graag een detectiveserie willen maken, willen schrijven en met mijn broer Sipco en mijn twee zusjes, met wie ik heel hecht ben, uitstapjes maken naar plekken waar we vroeger kwamen. Natuurlijk overvalt mij ook melancholie: jongens, het is al bijna klaar. Dat vind ik wel
 lastig en benauwend, dat je denkt: het gaat zó hard. Ik ben 67, als je 87 wordt ben je al oud en dat is nog maar twintig jaar!

Wat mij het állerergst lijkt, is als mijn dierbaren mij gaan ontvallen. Dat gaat zeker een keer gebeuren, of ik moet de eerste zijn. Oei. En wat dan? Dat ellendige oneindige, daar kan ik me helemaal niks bij voorstellen. Wat dat betreft vind ik ons een zielig soort, hoor. Dieren, daar ga ik vanuit, hebben geen besef van tijd of eindigheid. Wij wel, maar we kunnen er niks mee. Voor altijd weg. Dat is toch niet te bevatten?”

Je vaders sterven was ‘een ramp’, heb je weleens gezegd. Zijn dood was één van de redenen dat je geen kinderen wilde.

“Ik was heel dol op hem en het was de eerste keer dat iemand van wie ik heel veel hield overleed. Het eerste wat ik na zijn overlijden dacht, was: ik wil nooit kinderen. Ik ga het ze niet aandoen 
dat ze hun ouders op een dag moeten missen. Uiteindelijk is dat niet dé reden geweest dat ik nooit moeder ben 
geworden. Ik had sowieso nooit een 
heel intense kinderwens.

Ik zie nu vriendinnen van me oma worden en 
dat ziet er hartstikke leuk uit. Maar ik heb stiefkinderen, de kinderen van mijn vorige man. Die woonden bij ons en ik ben altijd dol op hen geweest – en nog steeds. Op die manier kinderen hebben, vond ik een uitstekende methode. 
En mijn huidige man heeft volwassen dochters, die zijn ook hartstikke leuk. Nee, ik heb gelukkig nooit spijt gekend.”

Tekst | Charlotte Latten
Fotografie | Iris Planting
Styling | Esther Loonstijn.
Visagie | Astrid Timmer.

Dit artikel verscheen eerder in Margriet 2019-04. Je kunt deze editie nabestellen via magazine.nl.

Artikelen van Margriet ontvangen in je mailbox? Schrijf je in op margriet.nl/nieuwsbrief.