Puberperikelen: ‘Het bureau is onzichtbaar onder stápels spullen en… een vieze onderbroek’

Deel dit artikel:

Over opruimen gesproken… Het komt vast allemaal goed later, als ze groot zijn, maar voorlopig is het toch nog altijd één van mijn grote ergernissen. Dat je die slaapkamerdeur van je kind opendoet en het lijkt alsof er een bom ontploft is. Op de grond liggen – gezellig naast elkaar – alle kleren die je puber de afgelopen week heeft aangehad, inclusief de setjes die niet ‘goedgekeurd’ werden, plus meerdere paren schoenen en natte handdoeken.

Het bureautje waarvan je dacht: handig, kunnen ze daar hun huiswerk aan maken, is niet meer te ontdekken onder de stapels papieren, schoolboeken en… get, een vieze onderbroek. Hier en daar staat nog een muffig drinkglas of een bakje met aangekoekte yoghurt – bleh.

Lege chipszakken

Al jaren probeer ik de rotzooi van mijn kinderen een beetje in toom te houden. Ze hoeven in huis echt niet veel te doen, maar hun spullen uit de gezamenlijke ruimtes opruimen en hun kamers een beetje leefbaar houden is toch echt het minste. Het feit dat het huis één keer per week wordt schoongemaakt – de ene week door mijzelf en de andere week door een paar lieve dames – zorgt er wel voor dat het dus héél even opgeruimd is, hoera!

Daar moet ik ze wel elke keer weer aan herinneren, maar dan gaan ze inderdaad aan de slag om in elk geval de vloer leeg te maken. Op een enkele sok na onder het bed of een lege chipszak (ah, dáár was ‘ie gebleven!) is de kamer dan klaar voor de stofzuiger.

‘Ik ben een watje’

Van telkens weer boos worden, het zelf doen, public shaming (fotootje van de rotzooi op onze gezins-app zetten of op de kalender bijhouden wie opgeruimd heeft), tot zakgeld inhouden: ik heb van alles geprobeerd. Maar ik ben een watje. Ik houd mijn poot niet stijf. Confrontaties vind ik lastig en straffen vind ik vervelend. En mijn man is het zat om telkens de kastanjes uit het vuur te halen.

Tijdens een sessie bij de psycholoog had ik het er een keer over. (Ja, zó erg was het.) Zij zei, net als mijn man, dat je er wél een consequentie aan moet verbinden als ze niet naar je luisteren, anders helpt het niet. Ze hebben gelijk, ik weet het. Dus kies ik steeds vaker voor de andere optie van de psych: gewoon de deur dichttrekken en je er verder niet meer over opwinden. Choose your battles.

Nette stapel

Hoewel mijn man vindt dat ik me er alsnog te veel over opwind – don’t sweat the small stuff – denkt ‘ie wel met me mee. “Je bent gek dat je altijd al die kleren van ze opvouwt, ze nemen niet eens de moeite om ze in hun kast te leggen.” Inderdaad ligt die eens zo nette stapel meestal na een paar dagen nog steeds op de grond, tussen de vuile kleren. Dus is het volgende wat ik ga doen: wel wassen, maar ze hun eigen schone kleren laten opvouwen. Ik leg de hele stapel op hun bed en verder zoeken ze het maar uit. Snel die kamer weer uit! Het zorgt er overigens niet voor dat de ontplofte bom verdwijnt, maar het scheelt mij toch weer werk.

Het komt goed!

Ik vrees dat ik het zal moeten slikken tot ze allemaal uit huis zijn, er zit niets anders op. Mijn oudste dochter woont sinds kort op kamers en zei laatst: “Ik merk dat je er best wat voor moet doen om je huis gezellig te maken. Opruimen en zo…” Ze snappen het dus wél! Alweer een geruststelling. En je hebt zomaar kans dat ik de rommel misschien een klein beetje ga missen, als ze inderdaad écht allemaal uitgevlogen zijn. Net als Daphne Deckers zegt in een recent interview met Margriet. Maar dat kan ik me nu echt niet voorstellen. Trouwens, als je nog een goede tip hebt, kom maar door!

Eindredacteur Alexandra Holscher (52) is getrouwd en moeder van drie kinderen (15, 18 en 21). Naast haar werk is ze mantelzorger voor haar moeder van 92. Om te ontspannen doet ze aan yoga, bootcamp en zingt ze in een koor. Ze houdt van films kijken en ‘met haar handen bezig zijn’.