Nog nooit verteld: ‘Ik schaam me voor mijn lijf’

nog-nooit-verteld-schaamte.jpg

Ria (53) is altijd mollig geweest. Sinds haar puberteit maakt ze daar zelf de hardste grappen over. Iedereen accepteert haar gewicht zonder problemen. Behalve zijzelf. “Iedereen vindt me grappig, maar ik word nooit eens ‘mooi’ genoemd.”

“Onlangs belde een van mijn vriendinnen onverwachts aan. Ze hield een doos met vier Bossche bollen voor mijn neus. ‘Ik had opeens zo’n zin om mateloos te zijn,’ zei ze. ‘En ik weet dat jij daar altijd voor in bent. Dus laten we lekker aanvallen.’ ‘Wat zalig’ riep ik uit, terwijl ik in de doos keek. ‘Maar kind, was je geld op? Was je te gierig om er acht te kopen?’

Imago van vrolijke lekkerbek

Lachend liep ze me achterna mijn huis in. Daar dook ik meteen in de keuken en rommelde met het koffiezetapparaat, zodat ik haar blik kon ontwijken en me herpakken. Want o, wat baalde ik. Ik snoepte al een week niet en was daar inwendig heel trots op. Nu zou dat weer verpest worden.

Ik wílde helemaal geen Bossche bol, laat staan twee. Toch had ik niet de moed om dat te zeggen. Mijn vriendin zou het niet begrijpen. Het past zo niet bij het beeld dat zij van mij heeft. Zij ziet mij als de vrolijke lekkerbek die zich niet druk maakt om haar lijf of haar gewicht. Dat is het imago dat ik mijn leven lang al heb. Maar het is niet hoe ik in werkelijkheid ben.

‘Ik was altijd het dikkertje’

Ik ben altijd al dikker geweest dan gemiddeld. Ik groeide op in een boerengezin waar tussen de middag nog warm werd gegeten. Mijn broers ravotten al die calorieën er makkelijk af, maar ik had als kleuter al overgewicht. De schoolarts waarschuwde mijn moeder weleens dat ze op moest letten, maar zij vond het heerlijk om mij, haar enige dochter en nakomertje, te verwennen met lekkere dingen.

Pas op de middelbare school drong tot me door dat ik anders was dan m’n klasgenootjes. Ik was altijd ‘dat dikkertje’. Die meteen opviel op klassenfoto’s. Die niet mee kon komen met gym. Om mijn onzekerheid over mijn lichaam te verhullen was ik de hele dag aan het dollen. Ik ben erg ad rem, krijg mensen makkelijk aan het lachen. Daardoor hoorde ik er toch bij, ik was zelfs heel populair.

Ontkwetsbaar lijken

Maar wat was het pijnlijk dat de jongens dan wel het meeste lol met mij hadden maar toch liever met mijn slanke vriendinnen zoenden. Ik deed alsof ik er niet mee zat en maakte zelf de hardste grappen over mijn gewicht. Zo had ik het tenminste in de hand. Zo leek ik onkwetsbaar en kon niemand mij wat maken.

Dat ik ondertussen vaak aan de lijn probeerde te doen, hield ik verborgen. Als ik met anderen was, dan at ik wel uitbundig, ik maakte er zelfs graag een hele show van. Maar wanneer ik alleen was, hongerde ik me uit. Wat resulteerde in eetbuien. In gefrustreerd en ongelukkig snaaien. Daardoor bleef ik overgewicht houden. Maar omdat ik daar zo luchtig over deed, wist niemand hoe vervelend ik het vond. Ook mijn vriendjes niet, die ik na verloop van tijd toch wel kreeg.

Vriendjes leken zich voor mij te schamen

Zelfs in bed stak ik de draak met mezelf. Ik kon me mezelf enorm naar beneden halen; alles om ze maar voor te zijn. Overigens merkte ik dat de meeste jongens het heerlijk vonden om met mij te vrijen. Ik kreeg zelfs vaak complimentjes dat ik zo zacht was. Maar wanneer de kleren weer aan gingen voelde ik soms toch dat ze zich voor mij schaamden.

Dat nam ik ze niet kwalijk: het is niet leuk om overal altijd maar de dikste te zijn, en zo is het vast óók niet leuk om de vriend van ‘die dikke’ te zijn. Elke man wil graag met zijn verovering showen, logisch toch? Overigens weet ik dat ik nog steeds geliefd was. Mensen riepen altijd hoe leuk en grappig gezelschap ik was. Ze wilden mij er altijd bij hebben. Maar dat kwam niet binnen. Ik zou gewoon zoveel blijer zijn geweest als ik één keer als ‘mooi’ bestempeld werd.

Ik vind mezelf slap

Marcel, met wie ik achttien jaar geleden trouwde, vind mij wel oprecht de allermooiste. Hij valt op mollig en hij aanbidt mijn vollere lichaam. De enkele keer dat ik tegen hem zeg dat ik graag wat af zou vallen, verklaart hij me voor gek. ‘Dan eis ik een echtscheiding,’ doet hij mijn bekentenis op zo’n moment lachend af.

Als ik een avond aan de radijsjes zit, zegt hij: ‘Ik lig toch niet binnenkort met een magere plank in bed, hè?’ Ik kan er dan donder op zeggen dat hij nog dezelfde week met kibbeling thuiskomt. Of ‘s avonds laat opeens friet wil bakken. Tja, dan zwicht ik weer. En zie ik mezelf als slap en vind ik dat ik ook niet beter verdien.

Beladen onderwerp

Ik weet dat als ik écht eerlijk zou zijn tegen Marcel, hij me zou steunen. Hij houdt namelijk heel veel van mij en wil dat ik gelukkig ben. Maar zelfs bij hem vind ik het onderwerp te beladen om serieus aan te snijden. Zodra ik het probeer, floept er toch weer een grap uit mijn mond. Dat is gewoon zoveel makkelijker dan mijn echte gevoelens te laten zien.

Bovendien schaam ik me ook nog eens. Want hé, laten we wel zijn. We weten allemaal wat je moet doen als je slanker wilt zijn. Minder eten: simpel. Dat mij dat niet lukt, geeft me zo het gevoel een loser te zijn, dat ik liever in de rol van de tevreden dikkerd blijf zitten dan mijn onmacht te tonen. Dat vinden mensen ook veel leuker, die zitten niet te wachten op gezeur.

Vriendinnen zien me als voorbeeld

Ik merk zelfs dat vriendinnen zich aan mij optrekken. Ze zien mij als voorbeeld en maken me complimentjes wanneer ik lekker van een taart zit te eten. ‘Jij accepteert jezelf tenminste,’ zeggen ze, terwijl ze zelf in een wortel bijten. Je moest eens weten, denk ik dan.

Omdat iedereen altijd zo luchtig over mijn gewicht doet en het bij mij vindt horen, heb ik al zo vaak gedacht: accepteer nu maar gewoon wie je bent, Ria. Maar altijd komt er weer een moment dat het toch steekt.

Als vrouw gezien worden

Nog steeds is het zo dat ik als ik met mijn vriendinnen uit eten ga, ík degene ben met de meeste lachers op z’n hand maar nooit de vrouw die sjans heeft. En al ben ik gelukkig met Marcel, toch doet me dat verdriet. Want echt als vrouw gezien worden, lijkt mij zo fijn. Maar natuurlijk is het mijn eigen schuld, ik hou ik mijn eigen rol in stand. Maar het is niet mee dan een masker waarachter een eenzame vrouw verborgen zit.”

Tekst: Lydia van der Weide

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox?
Schrijf je in via margriet.nl/nieuwsbrief

Ook interessant