Marjan vertelt over haar ervaring in Rome: ‘Dit dier had voor mij niet hoeven sterven.’

Deel dit artikel:

Journaliste Marjan van den Berg is getrouwd en heeft drie dochters en twee kleinkinderen.

“Links of rechts?” Jan kijkt dwingend. Het is laat, we hebben kilometers gelopen en hij heeft honger. Ik ben van de generatie die het is afgeleerd om te zeggen dat we honger hebben. Wij hebben immers de Hongerwinter niet meegemaakt. Wij hebben trek. Dat heb ik ook. Maar eerlijk is eerlijk; Jan heeft honger. Hij begint er scheel van te kijken. Hoewel dat ook kan komen door alle oudheden en kunstschatten en het verleden waar we doorheen lopen. Vijf dagen Rome. Wat een heerlijkheid. Maar nu moet er worden gegeten. Ik mag kiezen. Nee, niet helemaal waar. Ik moet kiezen tussen twee restaurantjes. Ik neem een gok.
“Rechts.”
Er zitten vlekken op Jans wijnglas. Hij veegt het schoon met de zakdoek waarmee hij altijd zijn brillenglazen oppoetst. Er zit een groen stukje op mijn vork. Ik schiet het eraf. We vallen alvast aan op het brood. Dat hadden ze wel even mogen oppiepen, maar het vult, als je trek hebt.

Jan krijgt kip. Ik krijg vlees. Een enorme lap vlees. Het vult mijn hele bord en al staat er op de kaart dat het van de grill is, het glimt van het vet. En het ruikt niet lekker. Het ruikt net zo afschuwelijk als de bacon die ik ooit voor mijn neus kreeg in een B&B aan de zuidkust van Engeland. Ik was hoogzwanger en erg gevoelig voor luchtjes. Maar dit rook mijn toenmalige echtgenoot ook. Hij fluisterde: “Zeker gebakken in paardenvet.” Daarna keerde ik de inhoud van mijn maag om op het bord met bacon. Een gedenkwaardig ontbijt dus. Het is nu veertig jaar later en ik vertel het verhaal van het paardenvet aan Jan. Ik eet een dapper hapje en vertel dat ik spijtig genoeg niet verder kan. Ik prik een partje tomaat uit de salade. Zo’n treurig melig stuk tomaat heb ik nog nooit gegeten.

De ober komt aan mijn tafel staan en informeert bezorgd of het niet naar wens is. Ik haal hulpeloos mijn schouders op, kijk de man aan en zeg: “Het spijt me. Ik besef ineens dat ik eigenlijk vegetariër ben. Dit dier had voor mij niet hoeven sterven.” De man vertrekt geen spier. Hij knikt begripvol en haalt mijn bord weg.

Wijn hakt erin als je er alleen brood bij eet. Maar je huppelt wel opgelucht weg uit zo’n tent. Ik houd Jans arm stevig vast op weg naar het hotel en vertel hem tot vervelens toe dat ik gelukkig toch niet echt honger had. Nee, honger, dat mag je ook niet zeggen, hè? Honger hebben wij niet. Trek. Dat hebben wij wel. En eigenlijk had ik dat ook nauwelijks. Nee, ik had zin. Dat heb ik eigenlijk nog steeds! Dus krijg ik een ijsje in ruil voor zwijgen. Drie bolletjes. Hartstikke Italiaans. En helemaal vegetarisch.

Deze column is afkomstig uit Margriet 2018-11. Je kunt deze editie nabestellen via Magazine.nl.

Foto | Ester Gebuis

Lees ook andere columns van Marjan
Marjan vertelt over haar goede voornemens, en hoe ze die elk jaar weer uitstelt’’
De blonde leukerd geeft me drie zoenen en dan roept ze, zoals elk jaar: ‘En nu voorlezen, wat zalig!’
Dít vindt Marjan van de moeders op basisscholen

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox? Schrijf je in op Margriet.nl/nieuwsbrief