Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Gezondheid

Van tekenbeet tot diagnose: dít moet je weten over de ziekte van Lyme

van-tekenbeet-tot-diagnose-dit-moet-je-weten-over-de-ziekte-van-lyme.jpg

Een lekker dagje buiten in de natuur en… een tekenbeet heb je zo te pakken. Meestal worden we daar niet ziek van en als dat toch gebeurt dan is de ziekte van Lyme – mits op tijd vastgesteld – vaak goed te behandelen.

“Elk jaar zo tussen maart en oktober is-ie in het nieuws: de ziekte van Lyme, ook bekend als lymeziekte. Officieel is lyme een ‘jonge’ ziekte, omdat deze naam er pas in de jaren zeventig aan werd gegeven. Toch werden er aan het eind van de negentiende eeuw al diverse symptomen van vastgesteld, maar nog niet met elkaar in verband gebracht.”

De meestvoorkomende overdraagbare infectieziekte

“Dat is nu anders, al betekent dat niet dat de medische wetenschap al alles van deze ziekte en het verloop ervan weet. Daarom eerst wat feiten. Momenteel is lymeziekte de meestvoorkomende overdraagbare infectieziekte via een beet van een vector (een ziekteoverbrenger op dieren of mensen) op het noordelijk halfrond. De ziekte wordt veroorzaakt door de bacterie Borrelia burgdorferi, die wordt overgebracht door zogenaamde ‘harde’ teken. Die raken besmet als ze bloed opzuigen bij kleine (knaag)dieren of vogels die de bacterie bij zich kunnen dragen.”

“Wanneer een teek later bloed van mensen opzuigt, kan de bacterie op de mens worden overgedragen en tot ziekte leiden. Omdat niet alle teken zijn besmet met de Borrelia bacterie gebeurt dat bij twee à drie van de honderd beten. Hoewel de kans dus eigenlijk best klein is dat we daadwerkelijk lymeziekte oplopen na een tekenbeet, gebeurt het nog steeds relatief vaak omdat er jaarlijks zo veel tekenbeten worden vastgesteld. Niet geruststellend is het bovendien dat het aantal gevallen van lymeziekte sinds de jaren negentig waarschijnlijk is verviervoudigd. En hoewel negentig procent van de patiënten na antibioticabehandeling klachtenvrij raakt, zegt een relatief kleine maar reële groep mensen er klachten aan over te houden.”

27.000 gevallen per jaar

“Met zo’n 27.000 gevallen per jaar in Nederland geldt het risico op lymeziekte dan ook zeker niet alleen voor jagers, boswachters, hoveniers of andersoortige beroepsgroepen die dagelijks in natuurgebieden zijn; zo’n een op de vijf gevallen van lymeziekte is blijkt veroorzaakt door huis-tuin-en-keukentekenbeten, die we ‘gewoon’ in stadstuinen of parken oplopen. Ewoud Baarsma is arts-onderzoeker bij het Amsterdam UMC en doet onderzoek naar de diagnostiek van lymeziekte. En precies vanwege dat algemene risico op lymeziekte benadrukt hij dat we ons lichaam goed moeten controleren na een dagje in de natuur. Ook als dat in de eigen tuin was. “Een teek heeft verschillende levensstadia en groeit van een eitje en larve via een zogenaamde ‘nimf’ naar een volwassen teek.”

“Zo’n nimf is soms slechts millimeters en dus lastig te zien, maar kan wél lymeziekte overdragen.” Als die nimf- of tekenbeet wordt ontdekt is het vervolgens noodzakelijk om ’m meteen in z’n geheel te verwijderen met een zogenaamde tekenpen, -lasso, -schep of -tang, of ‘gewoon’ met een pincet. Baarsma: “Daarvoor hoef je niet naar de huisarts en als je dat binnen een dag doet is het risico op lymeziekte klein.” Pas als je een tekenbeet na 24 uur of langer ontdekt is het wél zaak om meteen naar de huisarts te gaan. En uiteraard ook als zich symptomen voordoen zoals een rode vlek (de zogenaamde ‘erythema migrans’) of rode kring op de huid. Ook ontstekingen aan gewrichten, zenuwen, hersenen, huid en hart kunnen duiden op lymeziekte, al zal een arts om lyme vast te kunnen stellen eerst grondig onderzoek moeten doen.”

Lees ook:
Dit moet je doen als je een teek ontdekt (en dit niet)

Diagnose

“De diversiteit aan symptomen én de onderlinge overlap daarvan maken die diagnose echter niet altijd eenvoudig. Bovendien krijgt niet iedereen met lymeziekte daadwerkelijk een rode vlek én kan bloedonderzoek ongevoelig zijn bij vroege opsporing van lyme, ook als er wél een tekenbeet is gevonden. Kortom, lymeziekte is een ingewikkelde aandoening met ingewikkelde symptomen. Toch: als de (liefst vroege) diagnose kan worden gesteld, is de behandeling via antibiotica vrijwel altijd afdoende om de bacterie eronder te krijgen, zegt Baarsma. “Maar als er intussen door de bacteriële infectie schade is ontstaan aan het betreffende orgaan, bijvoorbeeld aan de huid of het hart, herstelt dat zich niet altijd meer.”

“Verder houdt tot tien procent van de patiënten klachten, en we weten de oorzaak daar nog niet van.” Daarom startten het RIVM en de ziekenhuizen AMC en Radboudumc in 2015 het onderzoek LymeProspect. Daarin werden patiënten met lymeziekte die een antibioticabehandeling beginnen een jaar gevolgd met onder meer bloedmetingen en vragenlijsten. Een belangrijke stap naar meer inzicht in lyme, zegt Baarsma. Want: “Je zult maar net bij die patiëntengroep horen voor wie nog geen oplossing is gevonden. Dat trekken artsen en wetenschappers zich natuurlijk ook aan.”

Veel onbegrip bij ziekte van Lyme

“De Nederlandse Lymevereniging richt zich sinds de oprichting 1994 vooral op die laatste groep. En daarin zijn ze strijdbaar, zegt bestuurslid en lymepatiënt Miranka Mud, Omdat lyme een ernstige ziekte is, en de ‘standaard patiënt’ bestaat daarbij niet. Mud: “Niet iedereen krijgt een rode kring na een beet. En als dat wel gebeurt, kan de huiduitslag niet altijd als dusdanig worden herkend door de huisarts. Tel daarbij op dat lang niet iedereen naar die huisarts gaat, omdat ze de tekenbeet of die rode kring niet hebben opgemerkt, of het zich niet meer kunnen herinneren. Sommige mensen kunnen daardoor jarenlang ongemerkt met lymeziekte rondlopen, waardoor diagnostisering steeds lastiger wordt, met alle gevolgen van dien.”

Scala aan klachten

“Het gevolg zou een scala aan klachten zijn, van gewrichtsklachten tot aandoeningen in het centraal zenuwstelsel (zoals krachtverlies, problemen met zien, horen, spraak en het geheugen) en van zenuwpijnen tot ernstige hoofd- en aangezichtspijn, gevoelsverlies in ledematen en algehele ernstige moeheid. Mud: “Die mensen functioneren intussen niet of matig, en een goede test voor een actieve infectie bestaat nog niet. Wij vinden dan ook dat de zorg voor chronische patiënten drastisch moet verbeteren. En dat er veel meer moet worden geïnvesteerd in onderzoek naar betere behandeling en diagnostiek. Want deze patiënten kunnen onbegrip ondervinden wanneer er sprake is van chronische lymeziekte en voelen zich niet gehoord. Sommigen wijken zelfs uit naar het buitenland zoals Duitsland voor, niet-vergoede, behandelingen met langdurige antibiotica. Dat allemaal omdat ze hier min of meer te horen krijgen dat het ‘tussen de oren’ zou zitten.”

Onderzoek en preventie

“Dat alles is natuurlijk frustrerend voor wie dat aangaat, en komt deels doordat in wetenschappelijk opzicht wordt gediscussieerd over wat die chronische klachten nou precies veroorzaakt. Om de wetenschappelijke kennis over lyme te verbeteren, richt het onderzoek in Nederland zich momenteel vooral op gerelateerde, maar wel algemenere gebieden.

Het eerste is diagnostiek: het beter en sneller vaststellen van lymeziekte, en het ontwikkelen van een test waarbij het onderscheid kan worden gemaakt tussen of iemand op dit moment lymeziekte heeft, of het heeft gehad in het verleden. Ook richt het onderzoek zich op vaccinatie, om de overdracht van lyme via een tekenbeet te stoppen.” Arts-onderzoeker Ewoud Baarsma: “Want dat vaccin is er nog niet, al zou dat natuurlijk geweldig helpen om deze ziekte te laten verdwijnen.”

Preventie

En precies vanwege die voortdurende medische zoektocht gaat veel van de publieksvoorlichting over lymeziekte voorlopig nog over preventie, vol praktische tips als lange kleding dragen in de natuur met de sokken over de pijpen heen. Ook anti-insectenmiddeltjes als DEET helpen enigszins tegen teken, net als in natuurgebieden op de paden blijven lopen. Maar uiteindelijk, zegt ook Miranka Mud van de Lymevereniging, is het vooral belangrijk om te proberen de ziekte van Lyme niet op te lopen. “Het goede nieuws is dat daar steeds meer aandacht voor komt en het ook steeds serieuzer wordt genomen.”

Tekst | Liesbeth Smit
Beeld | Getty

Dit artikel verscheen in Margriet 2021-18. Je kunt deze editie nabestellen via lossebladen.nl.

v

Ook interessant