Van COVID-19 tot apenpokken: dit wil je weten over zoönosen Beeld Getty Images/Westend61
Beeld Getty Images/Westend61

Van COVID-19 tot apenpokken: dit wil je weten over zoönosen

In de berichtgeving rondom de apenpokken, die de afgelopen weken ineens opdoken in Europa, heb je vast het woord zoönose al wel voorbij horen komen. Het gaat om een infectieziekte die van dier op mens kan overgaan. Hoe zit dat precies?

Het apenpokkenvirus is zeker niet de eerste bekende ziekte die in die categorie valt. Andere bekende zoönosen die in Nederland voorkomen, zijn bijvoorbeeld COVID-19, de ziekte van Lyme, toxoplasmose, Q-koorts en de vogelgriep.

Wat is een zoönose?

We schreven het eerder al: een zoönose is een infectieziekte die van dier op mens kan overgaan. Dieren dragen allerlei bacteriën, virussen en parasieten bij zich, die soms naar mensen overgedragen kunnen worden. Mensen kunnen daar dan ziek van worden, zélfs wanneer zo’n ziektekiem eigenlijk geen effect heeft op de gezondheid van het dier die deze bij zich draagt.

Zoönosen bestaan al eeuwen, omdat mensen en dieren altijd samen in dezelfde omgeving geleefd hebben. En niet alleen mensen hebben zich samen ontwikkeld, hun ziektekiemen hebben dat ook. En zo zijn er dus steeds meer zoönosen ontstaan: er zijn er nu ongeveer 150 vastgesteld. Dat aantal zou daadwerkelijk hoger kunnen liggen. Van alle nieuwe ziekten die in de afgelopen tien jaar ontdekt werden, is 75 procent een zoönose die van dieren afkomt.

Hoe ontstaat besmetting met een zoönose?

Een besmetting met een zoönose kan op verschillende manieren plaatsvinden, afhankelijk van het dier waarvan deze afkomstig is. Vaak is dat door contact met besmette dieren of dierlijk afval zoals mest, maar sommige zoönosen kunnen ook via de lucht of in het water verspreid worden. Sommige zoönosen krijg je door het vlees van die dieren te eten, dat zie je bijvoorbeeld bij salmonellose, de ziekte die ontstaat na een salmonellabesmetting. Ook kunnen verwekkers van zoönosen via een ‘tussengastheer’, een dier dat de ziekteverwekker van een ander dier krijgt, en deze vervolgens verspreid naar mensen. Dat zien we bijvoorbeeld bij de ziekte van Lyme en dengue - ook wel knokkelkoorts genoemd - die door teken en muggen worden overgebracht.

Sommige zoönosen, zoals COVID-19, kunnen na de eerste besmetting van dier op mens, vervolgens redelijk gemakkelijk verspreiden van mens tot mens. Het kan daardoor zelfs gaan heersen onder mensen, wat we bijvoorbeeld zien bij het coronavirus maar ook de griep - het influenzavirus komt origineel namelijk ook van dieren. Bij de meeste zoönosen vindt echter geen of maar weinig verdere verspreiding tussen mensen plaats.

Beschermen tegen zoönosen

Tegen sommige zoönosen kun je je enigszins beschermen. Bijvoorbeeld met vaccinaties en medicijnen die de kans dat je een ziekte oploopt, verkleinen. Maar bij andere aandoeningen zit het meer in je hygiëne: je kunt de kans op salmonella bijvoorbeeld verkleinen door je handen goed te wassen en kip altijd goed door te bakken. Ook worden dieren, bijvoorbeeld vee, gevaccineerd om de kans op zoönosen te verkleinen, zodat deze minder snel zullen verspreiden naar mensen.

Bron | RIVM, WUR

Ilse van RoekelGetty Images/Westend61
Meer over

Op alle verhalen van Margriet rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@margriet.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden