null Beeld Redactie
Beeld Redactie

PREMIUM

Pijn in je lijf? 14 vragen aan de fysiotherapeut

Als je ineens niet meer soepel kunt bewegen vanwege pijn of andere bewegingsklachten, beperkt dat je in je vrijheid. Je voelt je minder zelfverzekerd en wordt minder zelfredzaam. Wat kan die pijn zijn? En wat valt eraan te doen? Veertien vragen aan fysiotherapeut Susanne van der Hoeven.

1. Ik heb pijn aan mijn knieën, is het artrose?

“Dat is inderdaad mogelijk. Artrose komt voornamelijk voor bij zestigplussers, vooral in de knieën en in de heupen. Bij vrouwen komt het vaker voor dan bij mannen. We weten nog niet hoe dat kan. Artrose wordt wel gewrichtsslijtage genoemd, maar dat dekt de lading niet helemaal. Het is namelijk het kraakbeen ín het gewricht dat bij artrose beschadigd is. Dat kraakbeen zit op de botten waar het gewricht de botten met elkaar verbindt. Het is normaal gesproken glad: het dient om de gewrichten makkelijk te laten draaien, strekken of buigen. Bij artrose wordt het kraakbeen dunner en onregelmatiger. Het gevolg is dat de gewrichten minder gemakkelijk kunnen bewegen.”

2. Hoe weet je of je artrose hebt?

“Je gewrichten voelen meestal stijf en pijnlijk aan. Bij de heup beginnen klachten vaak met pijn in de bil en lies. Je merkt het als je je been beweegt. Je kunt hem dan minder ver naar voren, achteren of opzij draaien. Bij de knie merk je het aan startklachten in de ochtend of na lang zitten.”

3. Valt er iets tegen artrose te doen?

“Vroeger werd gedacht dat herstel van artrose niet mogelijk was. Maar inmiddels lopen er verschillende onderzoeken naar de reparatie van kraakbeen en die zijn veelbelovend. Bovendien kun je zelf veel doen om te voorkomen dat klachten erger worden. Trek op tijd aan de bel bij de huisarts of fysiotherapeut. Naarmate de artrose vordert, ga je het gewricht namelijk verkeerd belasten om de pijn te vermijden. Daardoor raakt het nog meer beschadigd. Soms besluit een orthopeed om een injectie met ontstekingsremmers te geven om de beschadigingen van het kraakbeen en de zwellingen die het geeft op te lossen. In sommige gevallen kan het niet anders omdat de pijn te heftig is. Maar in principe is zo’n injectie symptoombestrijding, want je pakt er de oorzaak van het probleem niet mee aan. Bewegen is bij artrose in de meeste gevallen het beste medicijn. Daarmee kun je het beloop van artrose op een gunstige manier beïnvloeden en achteruitgang beperken of zelfs voorkomen.”

4. Ik durf niet goed te bewegen met die pijn in mijn knieën. Maak ik het niet erger?

“Bij pijn voelt het tegennatuurlijk om te gaan bewegen, maar het zorgt op de lange termijn juist voor minder pijn. Bewegen ‘smeert’ de gewrichten namelijk met gewrichtsvloeistof. Begin met fietsen op een hometrainer. Dan kun je bewegen met weinig weerstand. Met hulp van een fysiotherapeut kun je het gewricht vervolgens iets meer gaan belasten. Dat is belangrijk, omdat je spieren om het gewricht heen dan sterker worden. Getrainde spieren geven het gewricht stevigheid. Daardoor kan het meer verdragen en doet het minder pijn.”

null Beeld

5. Ik voelde een tik op mijn kuit en heb nu veel pijn, wat kan het zijn?

“Grote kans dat het een zweepslag is. Dat voelt alsof iemand je met een zweep op je been slaat: een felle heftige ‘tik’. Patiënten omschrijven het gevoel ook weleens als een elastiekje dat knapt. Het ontstaat vaak bij een explosieve aanspanning. Zoals wanneer je een sprintje trekt naar de bus of wanneer je je op een andere manier plotseling afzet, bijvoorbeeld vanuit een stoel. Het kan in principe in alle spieren voorkomen, maar meestal gebeurt het in de kuit. Je kunt je been dan niet meer belasten, alleen nog wat strompelen.”

6. Wat moet je doen als je een zweepslag hebt?

“Leg je been zo snel mogelijk omhoog en koel de pijnlijke plek. Daarmee voorkom je dat de kuit blauw en dik wordt. Neem zo veel mogelijk rust. Belast het been de eerste dagen niet. Die eerste fase is ontzettend belangrijk omdat de kapotte spiervezels de tijd moeten krijgen om zich opnieuw te hechten. Bij rust zul je merken dat de pijn na een paar dagen wat afneemt. Dat is het moment om de fysiotherapeut te bellen voor een afspraak. In het begin is de plek nog erg kwetsbaar en ligt overbelasting op de loer. Maar je moet het spierweefsel wél trainen zodat de spier weer optimaal kan functioneren. De fysiotherapeut kan je helpen die belasting gedoseerd op te bouwen en voorkomen dat je te hard van stapel loopt. Onder begeleiding duurt het herstel meestal ongeveer tussen de zes en tien weken.”

7. Ik heb soms zó veel pijn in mijn benen, dat ik moet stoppen met lopen. Wat kan het zijn?

“Het kan zijn dat je etalagebenen hebt. Ook wel claudicatio intermittens genoemd. Dat is een vaatziekte waarbij de slagaderen in het been zijn vernauwd. Daardoor kan het bloed niet genoeg zuurstof naar de beenspieren transporteren. Het veroorzaakt pijn of kramp in één of beide benen tijdens het lopen. De pijn is zo heftig dat je moet stoppen. Na een minuut of tien neemt de pijn dan af doordat de zuurstofvoorziening in rust toeneemt. Maar als je weer verder loopt beginnen de klachten na een bepaalde afstand opnieuw. Sneller lopen of omhooglopen geeft eerder klachten. En kou ook. Dat komt doordat de bloedvaten zich bij kou vernauwen.”

8. Moet je met etalagebenen naar de dokter of fysio?

“Ja. Slagadervernauwing is niet alleen een ziekte van de beenslagaderen, maar van álle slagaderen. Behalve in de benen, kan slagadervernauwing dus ook op andere plaatsen in het lichaam voor klachten zorgen. Bijvoorbeeld voor een hartaanval of beroerte. Het is goed om niet alleen de beenslagaders te laten onderzoeken, maar ook die van de rest van je lichaam. Veel mensen met etalagebenen worden naar het ziekenhuis verwezen om te worden gedotterd of om een bypassoperatie te ondergaan. Maar uit onderzoek blijkt dat de klachten net zo effectief en een stuk minder ingrijpend kunnen worden behandeld met behulp van een intensieve looptraining bij een gespecialiseerde fysiotherapeut die is aangesloten bij het Claudicatio-netwerk. Daar leer je onder begeleiding om door de pijn heen te lopen. Je leert onder andere een goede looptechniek waardoor de pijnklachten verminderen en je steeds verder kunt lopen.”

9. Ik heb last van mijn rug. Heb ik spit?

“Dat is soms lastig te bepalen. De term spit wordt veel gebruikt voor pijn in de lage rug. Maar niet elke lage rugpijn is spit. Schiet het plotseling in je onderrug bij een buk- of draaibeweging? Dan is het goed mogelijk dat het spit is. Je kunt het vergelijken met het verzwikken van je enkel. Zo kun je ook ‘door je rug gaan’. Er ontstaat een lichte verrekking waardoor de rugspieren proberen de rug te beschermen en zich aanspannen. Dat zorgt voor grote spierspanning en stijfheid. De pijn neemt met name toe bij bukken, draaien en langdurig zitten. Soms straalt de stekende pijn uit in de bil of het bovenbeen.”

10. Wat moet je doen bij spit? Naar de dokter?

“Niet per se. Net als bij een verzwikte enkel, zal je de rug enkele dagen goed rust moeten geven. Eventueel kun je in overleg met de huisarts kiezen voor pijnstillers of spierverslappers. Maar wat vooral belangrijk is, is gedoseerd blijven bewegen. Daardoor zullen de spieren sneller weer gaan ontspannen en blijft het weefsel goed doorbloed. Dat zorgt voor een sneller herstel. Daarna is het goed om de rug te gaan trainen. Onder begeleiding van de fysiotherapeut kun je leren hoe je je rug beter kunt gebruiken en voorbereiden op plotselinge bewegingen. Daarnaast kun je je rug sterker maken.”

null Beeld

11. Hoe weet je dat het geen hernia is?

“Als de uitstraling van de pijn vanuit de onderrug verder gaat dan de knie en als de pijn meer ‘schietend’ is, spreken we van ischias, het voorstadium van een hernia. Ook dan hoef je niet direct naar de huisarts of fysiotherapeut, maar bij twijfel kun je altijd even telefonisch overleggen. Bij een hernia is er een breuk of uitstulping ontstaan in één van de tussenwervelschijven in je wervelkolom. De uitstulping drukt op een zenuwbaan die door de wervelkolom loopt en zorgt op die manier voor uitstralende pijn of tintelingen in je bil, been en/of voet. Het precieze gebied waar de pijn naar uitstraalt, is afhankelijk van waar de uitstulping zit. De uitstraling neemt toe op het moment dat de druk op de tussenwervelschijf toeneemt, zoals bij hoesten, niezen, persen of bij een verkeerde zit- of tilhouding. Het kan voelen als een tintelend of doof gevoel. Je kunt ook krachtverlies ervaren in de spieren. Een hernia komt het meest voor in de onderrug of in de nek. Bij een hernia in de nek ervaar je de symptomen in de armen en handen.”

12. Moet je geopereerd worden bij een hernia?

“Vroeger gebeurde dat vaak wel. Tegenwoordig gebeurt dat steeds minder. De meeste klachten gaan namelijk vanzelf over binnen zes tot twaalf weken. In de meeste gevallen verkleint de uitpuiling van de tussenwervelschijf zich vanzelf. Daarmee verdwijnt de druk op de zenuw. En daarmee ook de pijn. Eerst wachten dus. Naast een operatie kan de pijnspecialist in het ziekenhuis een injectie geven als het niet overgaat. Daarmee wordt de pijnlijke zenuw verdoofd en heb je minder of helemaal geen pijn meer. Maar meestal verdwijnt de zwelling dus vanzelf. Bewegen is heel belangrijk. Het voelt misschien tegennatuurlijk om te gaan bewegen terwijl je rug pijn doet, maar beweging is goed voor de doorbloeding van de spieren. Het maakt de spieren soepel. Als je het moeilijk of eng vindt, kun je de hulp inroepen van een fysiotherapeut.”

13. Ik verlies de laatste tijd urine als ik lach. Kan ik daarvoor naar de fysio?

“Zeker! Ongewild verlies van urine komt heel vaak voor. Bij zowel vrouwen als mannen. Naarmate we ouder worden, neemt het risico op incontinentie toe, omdat er veranderingen optreden in de blaas, plasbuis en bekkenbodemspieren. Helaas is het een taboe, maar er is veel aan te doen. De klachten hangen vaak samen met het niet goed functioneren van de bekkenbodemspieren. De bekkenbodem bestaat uit verschillende spierlagen die met elkaar samenwerken. Dat gebeurt voor een deel zonder dat we het in de gaten hebben, maar er is ook een groot deel waar we zelf bewuste controle op kunnen uitoefenen. Dit is belangrijk want de bekkenbodem moet aanspannen om de urine op te houden, maar zal ook goed moeten ontspannen om te kunnen plassen. Dat valt te trainen onder begeleiding van een bekkenbodemfysiotherapeut. Hij of zij kan je helpen het probleem te achterhalen. De bekkenbodem kan te zwak of juist te gespannen zijn, of een slechte coördinatie hebben. Daarna kun je samen aan de slag met oefeningen om de bekkenbodem beter aan te sturen of de spieren sterker te maken.”

14. Ik kan mijn schouder niet goed meer bewegen. Wat kan het zijn?

“Er kunnen verschillende dingen aan de hand zijn wanneer je merkt dat bewegingen ineens niet meer zo soepel gaan, bijvoorbeeld dat je je hand niet meer op je rug kunt leggen, dat je niet meer hoog kunt reiken of je haar opsteken. Zeker bij ouderen vanaf tachtig jaar is dat heel normaal. De schouderspieren degenereren namelijk. Het kan ook zijn dat er sprake is van een ‘frozen shoulder’. De naam zegt het al: het kapsel om het schoudergewricht ‘bevriest’ doordat er verklevingen in zijn ontstaan. Het kan meerdere oorzaken hebben. Bijvoorbeeld na een eenmalig trauma, zoals een val of een ongeluk, maar het kan ook spontaan ontstaan. Het komt voornamelijk voor bij mensen vanaf veertig jaar. Diabetes type 2 vormt een extra risicofactor. In principe gaat het vanzelf over binnen zes maanden tot drie jaar, maar behandeling bij de fysiotherapeut kan het herstel soms bevorderen en versnellen.”

Susanne van der Hoeven is fysiotherapeut bij TRIAS Fysio Utrecht.

Dorien DijkhuisRedactie

Op alle verhalen van Margriet rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@margriet.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden