uitstrijkje maken belangrijk Beeld Getty Images
Beeld Getty Images

Gynaecoloog Hélène Nagel legt uit: dít is waarom het zo belangrijk is om een uitstrijkje te laten maken

Uit cijfers van 2020 blijkt dat minder dan de helft van de vrouwen die worden uitgenodigd voor het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker, ook daadwerkelijk een uitstrijkje laat maken. Hoewel de deelname-intentie wel hoog zou zijn, blijkt in de praktijk toch dat veel vrouwen niet gaan. Uit onderzoek van het RIVM blijkt de voornaamste reden daarvoor dat vrouwen het uitstrijkje vervelend vinden. Op de tweede plek komen angst en schaamte. Dat terwijl een uitstrijkje juist zo belangrijk is om baarmoederhalskanker vroeg te signaleren en een ernstig verder verloop te voorkomen.

Gynaecoloog Hélène Nagel van het Haaglanden Medisch Centrum legt ons uit waarom je dat uitstrijkje toch beter kunt laten maken.

Waarom is een uitstrijkje zo belangrijk?

“Jaarlijks wordt bij ongeveer 800 vrouwen in Nederland baarmoederhalskanker geconstateerd”, weet Nagel. “Ongeveer 200 van hen overlijden hieraan. Omdat een voorstadium van de kanker meestal goed te behandelen is, is vroeg opsporen dus heel belangrijk.” De gynaecoloog weet dat het niet altijd lukt erger te voorkomen. “In sommige gevallen ontdekken we de ziekte helaas laat. Maar bij tijdige constatering zijn behandeling en genezing vaak goed mogelijk.”

Hoe werkt een uitstrijkje?

Een uitstrijkje wordt gemaakt bij de huisartsenpraktijk, meestal door de doktersassistente. Je kunt hiervoor zelf een afspraak maken en het uitstrijkje afnemen duurt zo’n 5 minuten. Nagel: “Met een uitstrijkje wordt onderzocht of je het humaan papillomavirus (HPV) hebt. Dat virus is vrijwel altijd aanwezig bij baarmoederhalskanker of bij een voorstadium hiervan. Dat wil je dus als eerste opsporen.”

Uitstrijkje gemaakt, en dan?

Blijkt uit het uitstrijkje dat je geen HPV hebt? Dan laat je pas na vijf jaar opnieuw een uitstrijkje maken. Als blijkt dat je het virus wel hebt, wordt vervolgens ook gekeken of je afwijkende cellen hebt. Meestal ruimt je lichaam het virus binnen twee jaar zelf op en ook de afwijkende cellen worden geruimd. Maar soms lukt dat niet. “Als je lichaam HPV niet opruimt”, zegt Nagel, “kunnen cellen veranderen naar een voorstadium van baarmoederhalskanker en die aandoening uiteindelijk ook echt veroorzaken.”

Gelukkig is de kans daarop klein. HPV komt weliswaar veel voor en is zeer besmettelijk - ongeveer 80 procent van de mensen raakt wel een keer besmet met het virus – maar als je HPV blijkt te hebben is dat dus niet direct reden tot paniek want je lichaam ruimt het zoals gezegd in principe vanzelf op. Circa één procent van de vrouwen met een HPV-infectie ontwikkelt volgens het RIVM baarmoederhalskanker.

Voorstadium van baarmoederhalskanker

Als blijkt dat je een voorstadium van baarmoederhalskanker hebt, dan zijn daarin vervolgens nog drie gradaties te onderscheiden. Dat zijn een lichte, een matige en een ernstige afwijking. Gynaecoloog Nagel: “Aangezien het om een virale infectie gaat, wordt bij een lichte en een matige afwijking vaak eerst afgewacht wat je immuunsysteem zelf kan opruimen.”

Een zelfafnametest

Voor veel vrouwen is de drempel voor een uitstrijkje zoals eerder gezegd dus te hoog. Om het toegankelijker te maken bestaat er ook een zelfafnametest. Hiermee kun je thuis zelf materiaal afnemen dat in het laboratorium op HPV kan worden onderzocht. Blijk je het virus te hebben dan moet je toch naar de huisarts voor verder onderzoek.

Je kunt een zelfafnametest zelf aanvragen bij het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker, maar het RIVM werkt op advies van de Gezondheidsraad ook aan een implementatieplan om een zelftest voortaan mee te sturen met de uitnodiging voor het bevolkingsonderzoek, zodat nog meer vrouwen zich hopelijk laten testen.

Wat is het verschil tussen een uitstrijkje bij de huisarts en een zelfafnametest?

“Een verschil tussen een zelfafnametest en een uitstrijkje bij de huisarts”, vertelt Nagel, “is dat je bij een zelfafnametest echt alleen test op HPV. Je krijgt een kwastje dat je een paar keer moet ronddraaien in je vagina en daarna opsturen naar het laboratorium. Binnen twee weken krijg je de uitslag. Bij een uitstrijkje via de huisarts wordt ook gekeken naar de baarmoederhals en worden daar wat cellen verzameld. Ook hier wordt eerst alleen gekeken naar de aanwezigheid van HPV. Is dat er niet dan wordt niet verder gekeken naar de cellen. Dat is zo omdat je vrijwel alleen bij de aanwezigheid van HPV een hogere kans hebt op afwijkende cellen. Daarnaast helpt dit ook om meer vrouwen te vinden die wel HPV hebben, maar nog geen afwijkende cellen.” Ook spoort een zelfafnametest iets minder HPV op dan het uitstrijkje bij de huisarts, maar beide zijn wel betrouwbaar.

Als uit het uitstrijkje bij de huisarts blijkt dat je HPV hebt, kijkt het laboratorium automatisch verder naar de afwijkende cellen. Bij een zelfafnametest moet je bij aanwezigheid van HPV zelf een afspraak maken bij de huisarts voor een uitstrijkje waarbij ook de cellen in de baarmoederhals worden bekeken.

Lees ook: Zo denken jullie over het uitstrijkje: ‘Ik sta niet te springen, maar ga altijd’

Wel HPV, geen afwijkende cellen

Nagel legt uit dat je ook HPV kunt hebben zonder dat de cellen al afwijkend zijn. ”In dit geval moet het vervolg goed in de gaten worden gehouden. Meestal moet je een half jaar na je uitstrijkje bij de huisarts terugkomen voor een vervolguitstrijkje. Als je al vaker een afwijkend uitstrijkje hebt gehad, kan het beleid natuurlijk anders zijn.”

Waarom moet je maar één keer per vijf jaar een uitstrijkje laten maken?

Eén keer per vijf jaar een uitstrijkje is in principe voldoende volgens Nagel. “We weten dat baarmoederhalskanker zich meestal pas na enkele jaren ontwikkelt. Je hebt dus relatief redelijk de tijd om een afwijkend uitstrijkje op te sporen.”

Uitstrijkje laten maken bij klachten

Voor het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker worden vrouwen in de leeftijdsgroep 30 tot 60 jaar elke vijf jaar uitgenodigd. Dat betekent natuurlijk niet dat je buiten die leeftijdscategorie geen risico hebt op HPV en het ontwikkelen van afwijkende cellen die kunnen uitlopen op baarmoederhalskanker. En ook als je net je vijfjaarlijkse uitstrijkje hebt gehad, betekent dat niet dat er in de tussentijd niks kan veranderen. Daarom is het volgens Nagel zeker ook buiten het bevolkingsonderzoek om goed om alert te zijn op klachten, zoals:

  • Bloedverlies na seksueel contact
  • Bloedverlies tussen twee menstruaties in
  • Afwijkende of bloederige vaginale afscheiding
  • Bloedverlies na de overgang

Heeft het zin om het HPV-vaccin op latere leeftijd te nemen om baarmoederhalskanker te voorkomen?

Er bestaan tegenwoordig ook HPV-vaccins om je te beschermen tegen een besmetting met het virus. Vanaf 2022 krijgen zowel meisjes als jongens van tien jaar een uitnodiging om zich te laten vaccineren, omdat de kans dan groot is dat ze nog niet besmet zijn met HPV. Het virus wordt namelijk overgedragen door seksueel contact. Je kunt het HPV-vaccin ook nog op latere leeftijd nemen, bijvoorbeeld via de huisarts, al is dit dan niet meer even effectief als wanneer je nog niet in contact bent gekomen met HPV. “We weten”, zegt Nagel,” dat vrouwen die een HPV-vaccinatie krijgen terwijl ze ook behandeld worden voor een baarmoederhalsafwijking net iets minder kans hebben dat het terugkomt of dat er een restje achterblijft. De verzekeraar vergoedt de vaccinatie alleen nog niet, waardoor je zo €150,- per vaccinatie betaalt. Dat kan oplopen tot ongeveer €450,-. Dat is dus niet voor iedereen betaalbaar.”

Moet je ook een uitstrijkje laten maken als je met het HPV-vaccin gevaccineerd bent?

“Ook mét een vaccinatie moet je nog steeds een uitstrijkje laten maken”, waarschuwt Nagel. “Er zijn verschillende soorten HPV waarmee je besmet kunt raken. Daarom blijft het belangrijk om je te laten controleren.” In Nederland wordt voor het vaccinatieprogramma een vaccin gebruikt dat niet tegen alle typen HPV beschermt, alleen tegen de twee meest voorkomende vormen. Nagel vult aan: “Je kunt ook zelf een vaccin kopen dat beschermt tegen negen typen HPV. Dat zijn twee laag-risico-types (die wratjes veroorzaken) en zeven hoog-risico-types, die baarmoederhalskanker zouden kunnen veroorzaken.”

Beeld | Getty Images

Maryse De BruijneGetty Images

Op alle verhalen van Margriet rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@margriet.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden