Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Gezondheid

5 fabels over autisme (en waaróm ze niet kloppen)

5-fabels-over-autisme-en-waarom-ze-niet-kloppen.jpg

Over (mensen met) autisme bestaan veel vooroordelen, fabels en misverstanden. Soms onschuldig gezegd en geloofd omdat mensen simpelweg niet beter weten, maar toch kan het ook heel schadelijk zijn voor mensen die zelf autisme hebben.

Van ‘iedereen is een beetje autistisch’ tot ‘mensen met autisme hebben geen humor’: we zetten een aantal fabels op een rij.

1. ‘Autisme is te genezen’

Iemand met autisme heeft dit vanaf de geboorte – ook al is het dan niet altijd direct duidelijk – en zal het voor de rest van zijn of haar leven hebben. Vaak krijgen mensen met autisme hun diagnose pas veel later, maar ze hebben het dus wel al hun hele leven. Wanneer de symptomen subtiel aanwezig zijn, wordt het vaak pas later vastgesteld. Dat wil dus niet zeggen dat ze ‘ineens’ autisme gekregen hebben, en ook niet dat ze er binnen een aantal jaren weer van af kunnen zijn. Autisme is niet te genezen, maar mensen met autisme kunnen wel veel leren over de aandoening. Op die manier kunnen ze samen met bijvoorbeeld een psycholoog, logopedist, coaching of tijdens een sociale vaardigheidstraining hulp krijgen bij eventuele problemen die zij ondervinden. Daardoor kan het lijken alsof de tekenen van autisme afnemen, maar eigenlijk leert iemand er op een andere manier mee om te gaan.

2. ‘Iedereen is een beetje autistisch’

Je hebt autisme, of je hebt het niet: ‘een beetje autistisch’ bestaat niet, hoewel het wel vaak gezegd wordt. Als iemand bijvoorbeeld iets doet wat bij een van de kenmerken van autisme past. Denk bijvoorbeeld aan iemand die moeite heeft met veranderingen, of zeer perfectionistisch is. Dat die ‘trekjes’ bij autisme passen, wil niet zeggen dat iemand autisme heeft. De uitspraak dat iedereen een beetje autistisch is, kan als vervelend ervaren worden. Het bagatelliseert namelijk de moeilijkheden waar iemand met deze stoornis echt mee kampt.

3. ‘Mensen met autisme hebben geen inlevingsvermogen of empathie’

We spraken met fotograaf en auteur Bianca Toeps over autisme. Dat mensen denken dat zij geen inlevingsvermogen of empathie zou hebben, stoort haar eigenlijk het meest. “Soms reageren we anders, of soms komt iets niet binnen omdat ons hoofd druk is met allerlei andere dingen. Maar dat betekent niet dat er geen empathie is. We worden nog vaak als een soort sociopaat gezien, en dat is wel het meest schadelijke idee dat mensen nog hebben.” Dat mensen met autisme geen empathie zouden hebben is een fabel die al decennialang bestaat, maar juist al meerdere keren ontkracht is. Iedereen met autisme reageert anders op situaties en soms kan dat inderdaad iets minder empathisch zijn. Maar mensen met autisme kunnen de gevoelens van anderen juist ook in overweldigende mate voelen. Net als bij mensen die neurotypisch (iemand met een ‘gebruikelijke’ ontwikkeling van de hersenen) zijn, verschilt dit ook bij mensen met autisme van persoon tot persoon.

4. ‘Mensen met autisme hebben geen gevoel voor humor’

Er bestaan talloze vormen van humor, dus wat jij grappig vindt, is voor een ander misschien wel helemaal niet om te lachen. Dat gezegd hebbende, is het idee dat mensen met autisme geen gevoel voor humor hebben een hardnekkig misverstand. De Nederlandse Vereniging voor Autisme schrijft dat deze fabel over autisme in het leven geroepen is door Hand Asperger. Dat is een Oostenrijkse kinderarts naar wie het Syndroom van Asperger is vernoemd. Hij schreef in 1944 in een wetenschappelijk onderzoek dat kinderen met autisme geen humor hebben, omdat ze niet konden lachen om zijn cartoons. Maar dat betekent natuurlijk helemaal niet dat ze geen humor hebben, schreven diverse andere onderzoeken vanaf de jaren zeventig. Mensen met autisme hebben wel degelijk gevoel voor humor, het is vaak wel een ánder gevoel voor humor. Dat ze iets anders grappig vinden dan jij, betekent dus niet dat ze geen humor hebben.

5. ‘Vooral mannen en jongens hebben autisme’

Denk je bij autisme vooral aan mannen en jongens? Dan komt dat waarschijnlijk omdat men vroeger dacht dat het vier tot tien keer zo vaak voor komt bij mannen. Toch is het een stuk minder zeldzaam bij vrouwen; volgens de Nederlandse Vereniging voor Autisme ligt de verhouding waarschijnlijk tussen de 2:1 en 3:1. Het zou zelfs zo kunnen zijn dat het in werkelijkheid gelijk is, omdat de diagnose autisme bij vrouwen vaak lastiger te stellen is. Uit diverse wetenschappelijke onderzoeken blijkt dat vrouwen meer symptomen moeten tonen voor ze onderzocht worden, en dat er bij hen eerder gedacht wordt aan andere diagnosen. Vrouwen blijken ook beter te zijn in het ‘camoufleren’ van hun autismekenmerken, waardoor de autisme minder snel wordt opgemerkt. Hoewel de (juiste) diagnose vaak later komt bij vrouwen, is het dus wel één van de bekende fabels dat vooral mannen autisme hebben.

Bron | Nederlandse Vereniging voor Autisme, BBC
Beeld | Getty Images

Margriet 15 ligt nu in de winkel! Daarin lees je deze week positief gezondheidsnieuws, een dossier libido & de overgang, alles over spannende nieuwe levensfases en natuurlijk nog véél meer. Haal het nummer snel in huis of bestel ‘m online zonder verzendkosten.

Ook interessant