Gezondheid

Daarom is je keuken een dikmaker

keuken.jpg

Sluipkilo’s liggen op de loer. Lees snel door en ontdek de 10 eet-triggers in je eigen keuken.

1. Pas het servies aan

Door de jaren heen zijn onze borden, kommen en bekers ongemerkt steeds groter geworden. En dat vrolijk beschilderde XXL-servies staat helemaal leuk, maar er schuilt wel een gevaar in: je gaat te veel eten omdat je op zo’n groot bord – onbewust – een grotere hoeveelheid eten schept. Een groot bord ‘vraagt’ nu eenmaal om een grotere hoeveelheid voedsel. Van wat je opschept, eet je zeker negentig procent op. Of de proefpersonen in dat onderzoek een hoog of laag BMI hadden, een neiging om consequent te veel te eten of juist niet, maakte weinig uit. Eten van een klein bord heeft tot effect dat een portie groter lijkt. Doe je diezelfde hoeveelheid op een groot bord, dan lijkt de portie uiteraard maar klein. En schep je meer op. Ook interessant is de ‘soeptest‘ bij dit onderzoek: de proefpersonen kregen een kom met soep, maar hadden niet door dat hun kom door een slangetje van onderaf werd bijgevuld. De proefpersonen aten veel meer dan die kom 
zonder deze trucage had kunnen bevatten. Wat je hebt, eet je op.

2. Richt je koelkast anders in

Gezonde voedingsmiddelen als groente en fruit verdwijnen meestal in de groentelade. Uit het zicht dus. Terwijl kaas, vleeswaren en de pot mayonaise of 
ketchup meestal royaal in je blikveld liggen zodra je de deur van de koelkast opentrekt. Zien is willen! Even een stuk kaas afsnijden of een lepel mayonaise naar binnen werken is zo gebeurd. De oplossing: onderwerp de koelkast aan een gezonde herindeling. Leg groente en fruit vol in het zicht en verplaats de kaas, mayonaise en
andere verleidelijke, calorierijke producten zo ver mogelijk naar achteren of in de groentelade. Veilig uit zicht.

3. Witte keuken

Het lijkt misschien vergezocht, maar het schijnt echt waar te zijn: een witte keuken stimuleert de hongerprikkel. Aldus de in voeding gespecialiseerde Amerikaanse eet-
gedrag﷯wetenschapper Brian Wansink van de Cornell University, die daar zelfs een boek over heeft geschreven: Slim by design. Volgens hem zijn aardetinten, beige, groen en blauw beter om op gewicht te 
﷯blijven. Zelf verfde hij zijn keuken in de kleur van een pompoen. Kwestie van smaak 
natuurlijk, maar welke kleur je ook kiest, zegt hij, elke tint is beter dan eetlustopwekkend wit of crème. Het is maar dat je ’t weet.

4. Let op de opscheplepel

Het is de moeite waard om eens kritisch naar het bestek in de 
keukenlade te kijken. Het formaat van bestek en vooral van opscheplepels is van invloed op de hoeveelheid voedsel die je in je mond stopt. Kleiner bestek helpt om minder te eten.

5. Ban de glazen snoeppot

Het staat o zo gezellig en gastvrij, zo’n hele rij glazen potten op het aanrecht of op de 
keukentafel, gevuld met snoep, noten of koekjes. Maar die potten roepen wel de hele tijd naar je: “Kom maar, neem maar, het staat ervoor!” Je moet wel heel sterk zijn om dat te kunnen weerstaan. Door het zien van lekkers treedt het 
beloningscentrum in je hersens in werking: neem maar, niet erg, je hebt het verdiend. Sta je opeens drie spekkies in je mond te proppen of een flinke hand cashewnoten weg te knagen. Weg met die potten dus, zet ze op een niet zichtbare plek. Beter nog, stop snoep en ander snaaiwerk in ondoorzichtige voorraadbussen. Wat je niet ziet, lokt immers ook geen 
snoepaanval uit. Wat wel open en bloot in de keuken mag staan – graag zelfs – is een schaal met fruit of met andere gezonde snacks, zoals snoeptomaatjes, komkommer, radijsjes en wortelen. Ook lekker. Met een beetje humus bijvoorbeeld.

Lees ook: ‘Echt waar, een schone keuken doet wonderen voor je gezondheid

6. Even dimmen!

Het is nogal logisch dat veel licht in de keuken handig is; goed zicht bij het afmeten, snijden en koken is belangrijk. Daarom branden er onder de keukenkastjes en afzuigkap felle halogeenspotjes en is ook het plafond vaak voorzien van spots of een mooie lamp. Een zee van licht dus, heerlijk. Nu is het wel zo dat fel wit halogeenlicht ons stressniveau verhoogt. En dat zet weer aan tot meer en sneller eten. Eet daarom liever niet in de (woon)keuken maar in de woonkamer. En niet met het bord op schoot voor de televisie omdat je dan gedachteloos en veel te snel je maaltijd naar binnen werkt. Zo kunnen de hersens niet goed 
registreren of het smaakt en – helemaal belangrijk – of je al vol zit. Met als gevolg dat je te veel eet. Gebruik de maaltijd liever rustig met elkaar aan tafel onder ietwat gedempt licht. Het is niet voor niets dat we bij kaarslicht veel aandachtiger en langzamer eten.

7. Maak van de diepvries geen snackbar

De diepvrieskasten in de supermarkt zijn 
tegenwoordig vrijwel helemaal gevuld met honderd soorten pizza en een compleet 
snackbar-assortiment 
bestaande uit kroketten, patat, loempia’s en kippenvleugeltjes die zo de frituur, oven of airfryer in kunnen. Om over het ruime aanbod ijs en diepvriesgebak nog maar te zwijgen. Dat maakt het moeilijk om het vriesgedeelte van je koelkast niet met al die lekkere dingen vol te stoppen. Maar toch: doe het niet! Gebruik die kostbare ruimte liever voor een voorraad diepvriesgroenten, -kruiden, en -fruit. Hartstikke gezond en het is erg handig om thuis rustig te kunnen kiezen uit spinazie, 
asperges, broccoli of wat voor groente dan ook. Het is al gesneden, schoon, en zo klaar. Het diepvriesfruit kan in een gezonde smoothie worden verwerkt of door de yoghurt met muesli. De vele 
ingevroren vis-, schaal- en schelpdiersoorten passen ook goed in een gezond dieet.

8. Schoner werken is beter voor de lijn

Een rommelige keuken nodigt uit tot rommelig gedrag. Daar hoort 
gedachteloos snacken ook bij, zo blijkt uit Amerikaans onderzoek. In een rommelige 
keuken aten de proefpersonen 44% meer snacks dan in een 
keuken die schoon en opgeruimd was. Een frisse keuken met een logische indeling zodat je overal snel bij kunt en niet hoeft te zoeken, stimuleert je bovendien om gezonder te koken.Het is immers veel 
prettiger werken met een leeg werkblad, dan wanneer je eerst van alles moet wegschuiven en je vervolgens merkt dat zo’n beetje alles wat je nodig hebt vuil in de gootsteen ligt. Ruim de vaatwasser liefst meteen uit en zet alles wat er aan servies, bestek en dergelijke is gebruikt direct in de afwas-
machine.

9. Doe maar hoog en smal

Niet alleen de grootte van een glas telt mee in de strijd tegen de kilo’s, ook de vorm. Behalve alcohol zijn ook frisdrank en vruchtensap caloriebommen; een gewoon glas (250 ml) cola of sinaasappelsap bevat al zeven suikerklontjes. Switch liever naar een klein formaat glas en dan het liefst hoog en smal in plaats van laag en breed. De optische illusie van ‘hoog en smal’ laat je denken dat je meer jus d’orange of cola hebt ingeschonken dan daadwerkelijk het geval is. En reserveer die heel grote glazen voor (bron)water.

10. Niet hamsterèèèn!

Een bijkeuken is superhandig, maar pas op dat het geen plaatsvervangend winkelmagazijn wordt, volgestouwd met weekaanbiedingen en hamsterpartijen waaruit je onbeperkt uit kunt snacken. Als je samen op de bank gezellig naar een serie of voetbalwedstrijd zit te kijken, trek krijgt en weet dat er in de bijkeuken volop blikken knakworst, chips en flessen cola staan opgestapeld, maak je het 
jezelf wel erg makkelijk om aan die verleiding toe te geven. Bovendien moet wat je hebt 
gekocht uiteindelijk toch op want: ‘zonde om weg te gooien.’ Wat je niet hebt, kun je ook niet opeten. Met een megavoorraad wc-
papier, bruine bonen, rijst of luiers breng je je lijn niet in gevaar.

Tekst: Heleen Spanjaard

Ook interessant