Gezondheid

Waarom we ook als volwassenen nog steeds bést buiten kunnen spelen

waarom-we-ook-als-volwassenen-nog-steeds-best-buiten-kunnen-spelen.jpg

Je bent nooit te oud om buiten te spelen. Hoepelen, kaatsen, touwtjespringen, trampoline-springen, elastieken… Het kan allemaal nog, hoewel soms in aangepaste vorm. Net zo leuk als vroeger en nog gezond ook.

We zetten de vijf leukste buitenspeelactiviteiten voor je op een rij.

Trampolinespringen

Lekker losgaan op de trampoline is intensief: volgens sportmagazine Women’s Health verbrand je als je het zo’n 20 minuten volhoudt 8,3 calorieën per minuut. Voor hetzelfde resultaat zou je met een snelheid van 22,5 kilometer per uur moeten fietsen, of 1,6 kilometer moeten rennen in tien minuten. Je kunt natuurlijk een trampoline in je tuin te zetten en lekker vrijblijvend dagelijks een kwartiertje springen, maar je kunt het ook ‘professioneler’ aanpakken. Daarvoor moet je wel naar binnen: in grote trampolinehallen en bij veel sportscholen door heel Nederland kun je terecht voor jumping fitness.

Voor trampolinespringen heb je flink wat uithoudingsvermogen nodig, maar dankzij de meeverende trampoline is de impact op spieren en gewrichten lager dan bij bijvoorbeeld hardlopen, waarbij je onderbenen en voeten elke ‘landing’ moeten opvangen. Je traint ál je spieren en het is een ideale manier om je bekkenbodemspieren te verstevigen (door ze aan te spannen tijdens het springen). Springen geeft een vrij en blij gevoel, waardoor je ook nog eens endorfinen aanmaakt en vrolijker wordt.

Touwtjespringen

Touwtjespringen kinderachtig? Mooi niet. Voor hardlopers en boksers maakt touwtjespringen onderdeel uit van hun conditietraining. Het is een ideale manier om te werken aan kracht, uithoudingsvermogen en je motoriek. Weeg je 75 kilo, dan verbrand je volgens prorun.nl met 10 minuten springen (en 120 ‘skips’ per minuut) ongeveer 130 calorieën. Hoe sneller je springt, hoe hoger dit energieverbruik.

Een paar tips van run.nl: om de juiste touwlengte te meten, ga je met beide voeten op het touw staan. De uiteinden moeten tot je oksels komen. Draai het touw bij het springen vanuit je polsen rond en houd je handen ter hoogte van je middel op ongeveer vijf centimeter van je lichaam. Probeer op de bal van je voet te landen, waarbij je voeten zo kort mogelijk contact maken met de grond. Zet je knieën niet op slot. Vanwege de impact op je voeten en knieën is springen op rubberen tegels (in de speeltuin bijvoorbeeld) of een andere zachte ondergrond geschikter dan springen op asfalt of beton.

Zin gekregen om het touwtjespringen weer op te pakken? Begin rustig met drie keer een minuut en bouw tussendoor rust in. Voor de ‘herintredende touwtjespringer’ is dat al een hele uitdaging. Niet erg, want het draait in de eerste plaats om het plezier. Van oudsher werd touwtjespringen zowel solo als met meerderen tegelijk gedaan. Twee kinderen die het touw zo snel ronddraaien als ze maar kunnen, terwijl leeftijdsgenootjes ritmisch in en uit springen, dat is een klassiek beeld van het schoolplein en de straat van vroeger. Vaak werd daarbij gezongen. ‘In, spin, de bocht gaat in, uit, spuit, de bocht gaat uit!’ is ongetwijfeld het bekendste wijsje. Volgens het Meertens Instituut, dat zich bezighoudt met de bestudering en documentatie van Nederlandse taal en cultuur, werd het liedje voor het eerst rond 1880(!) gezongen.

Hoepelen

Hoepelen kwam vanuit de Verenigde Staten overwaaien naar Europa. Het bedrijf Wham-O bracht in 1958 de kunststof hoelahoep op de markt en binnen de kortste keren was ‘hoelahoepen’ een wereldwijde rage: Wham-O verkocht in twee jaar tijd maar liefst honderd miljoen hoelahoeps. De naam ‘hula hoop’ komt van de heupbeweging die nodig is om de hoepel te laten draaien, zoals de Hawaïaanse huladanseressen doen. De hoepel moest je zo lang mogelijk laten draaien zonder hem aan te raken.

Hoepelen is nog steeds een leuk spel, óók voor volwassen. Maar vergis je niet: het is een intensieve work-out. Afhankelijk van de zwaarte van de hoepel en hoelang je het volhoudt, verbrand je er aardig wat calorieën mee. Belangrijker nog: hoepelen verstevigt je buik-, rug-, been- en bilspieren én je werkt aan je conditie, soepelheid en motorische vaardigheden. Je kunt zelfs de aanschaf van een fitnesshoepel overwegen.

Lees ook: Hoelahoepen als sport: zó veel calorieën verbrand je in 10 minuten

Elastieken

Elastieken werd al in de jaren vijftig veel gedaan (met onderbroekenelastiek: dat was stevig én goedkoop), maar was ook in de decennia erna een populair spelletje voor buiten. Je nam een elastiek van drie of vier meter lang. Twee kinderen gingen met het elastiek om de enkels in spreidstand tegenover elkaar staan, zodat een rechthoek ontstond. Kinderen namen plaats in de rechthoek en dan… springen maar! Je kon allerlei patronen volgen en om het moeilijker te maken, kon je het elastiek hoger plaatsen. Bij een fout was je af en moest je naar de kant. Een bekend liedje om op te elastieken was ‘Tip tap top, erin eruit erop, uit sluit kippenkruid. e-las-tie-ken vind ik fijn, erin erop eruit, kippenkruid eruit’.

Elastieken kan natuurlijk nog steeds. Inspiratie voor ‘ouderwets’ elastieken vind je in het boek Superleuke elastiekspelletjes van Mirjam Bosman. Een hippere variant is Skippy dance. Op die website vind je allerlei hippe moves. Voor welke variant je ook gaat, het is altijd goed voor je uithoudingsvermogen en coördinatie. En grote kans dat het je nog een flinke lachbui oplevert ook.

Kaatseballen

Kaatseballen werd vroeger met twee tot vijf ballen gedaan: je gooide de ballen in de lucht of tegen de muur. Daarbij werd geklapt en gezongen. Kleurige kaatseballen in een netje zijn nog steeds voor een prikkie te koop. Je kunt er geweldig je coördinatie- en concentratievermogen mee opkrikken. Kaatseballen heeft veel overeenkomsten met jongleren. Dat kun je op elke leeftijd leren en is voor iedereen een prima idee: de behendigheidssport prikkelt het brein en daarmee de creativiteit. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat oefenen met ballen in de lucht houden ertoe leidt dat de hersengebieden die verantwoordelijk zijn voor het verwerken van informatie soepeler werken. Jongleren stimuleert de groei van witte hersencellen in de wandbeenkwabben van het brein. Die zijn onder meer verantwoordelijk voor ruimtelijke oriëntatie en motoriek. Ook de verbindingen tussen de grijze hersencellen nemen toe; ervaren jongleurs zijn daardoor steengoed in rekenen.

Zelf aan de slag? Via Google en op YouTube vind je instructiefilmpjes voor als je het zelf thuis wilt leren. Bak je er helemaal niets van? Mooi! Volgens neuroloog Arne May is het aanleren van een nieuwe vaardigheid belangrijker voor het brein dan oefenen met activiteiten die je al onder de knie hebt. Je grijze massa wil dolgraag worden uitgedaagd en dat gaat nu eenmaal met vallen en opstaan. Dus hup, naar buiten en aan de slag.

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox?
Schrijf je in op margriet.nl/nieuwsbrief

Dit artikel is eerder verschenen in Margriet 24– 2020Dit nummer teruglezen? Ga dan naar Magazine.nl.

Tekst |Nicole Gommers
Beeld | iStock

Ook interessant