Zes tips van gynaecologen om je voor te bereiden op de overgang

Deel dit artikel:

Het is tijd om even stil te staan bij wat er allemaal verandert in je lichaam als je in de overgang komt. Want dat heeft veel meer gevolgen dan de welbekende opvliegers. Gynaecologen Wilma Smit en Pauline Ottervanger weten hoe je zo gezond én comfortabel mogelijk de menopauze doorkomt. De belangrijkste tip? Weet wat je te wachten staat!

Slechter slapen, wéér je sleutels kwijt zijn, stijve gewrichten, een korter lontje – vanaf je 45ste kun je er ineens last van krijgen. Het zijn signalen die je op het eerste gezicht niet met de overgang zou associëren. Zeker niet als je nog regelmatig menstrueert, wat gewoon kan in de eerste fase richting de menopauze. En als je in de overgang zit, heb je toch altijd last van opvliegers? “Maar dat is nou net het rare van de overgang,” vertellen gynaecologen Wilma Smit en collega Pauline Ottervanger aan de telefoon. “Die onvoorspelbaarheid. Je kunt allerlei klachten krijgen. Maar wáár je last van krijgt en hoeveel last je gaat hebben, is niet te voorspellen. Zo kan het zijn dat je nooit opvliegers hebt, maar wel vergeetachtig bent.” Ook stemmingswisselingen en stramme gewrichten zijn volgens de beide vrouwelijke gynaecologen signalen dat je lichaam langzaam maar zeker minder van het vrouwelijk hormoon oestrogeen aanmaakt.

Wat veroorzaakt die overgangsklachten?

Dat je lichaam minder hormonen aanmaakt, komt doordat je voorraad eicellen uitgeput begint te raken. Daardoor stoppen de eierstokken met de aanmaak van verschillende hormonen, zoals oestrogeen en progesteron. Gemiddeld maakt je lichaam na de overgang zo’n zestig procent minder oestrogeen aan, leggen de  gynaecologen uit.De productie van progesteron daalt zelfs tot bijna nul. De balans tussen deze hormonen verandert dus ingrijpend. Je lichaam moet zich aan deze nieuwe situatie aanpassen, wat overgangsklachten kan geven. Maar niet iedereen die in de menopauze komt, merkt daar evenveel van. Net als bij de menstruatie krijgt de ene vrouw het helaas zwaarder te verduren dan de andere.

Breekbare botten

Dat je lichaam sluipenderwijs minder oestrogenen aanmaakt, heeft echter veel méér gevolgen voor je lichaam. Je voelt het niet, maar je botten worden brozer. “Oestrogenen zorgen voor een optimale kalkopname,” vertelt Ottervanger. “Als ze wegvallen, wint de afbraak van stevige botten terrein en ligt osteoporose op de loer.” Het is nu dus écht tijd om de trap in plaats van de lift te nemen en wél die wandeling te maken in je lunchpauze. Niet alleen wordt beweging in deze fase van je leven extra belangrijk om je botten sterk te houden. Je botten hebben nu ook meer vitamine D nodig, wat je lichaam via daglicht aanmaakt.

Gevolgen voor je hart

Nog iets wat oestrogeen doet: het heeft een beschermend effect op je hart- en vaatstelsel. “Oestrogenen houden het goede HDL-cholesterol hoog en het slechte LDL-cholesterol laag,” legt Smit uit. “Als de aanmaak stilvalt, neemt het slechte cholesterol de overhand. Na de overgang zijn hart- en vaatziekten dan ook doodsoorzaak nummer één bij vrouwen.”

De gynaecoloog: ‘Bereid je voor’

Je kunt dit zo veel mogelijk voorkomen door regelmatig te bewegen en gezond te eten. Daarbij geldt: een goede voorbereiding is het halve werk. Smit: “Als jij al zwakke vaten hebt doordat je rookt en ongezond eet, begin je met een achterstand en is de kans op schade en achteruitgang dubbel zo groot. Dat geldt ook voor je botten en het vitamine D-gehalte in je lichaam. Wees je bewust van de risico’s die je te wachten staan en zorg dat je een gezonde levensstijl volhoudt.”

Zes tips voor een goede overgang

Hoe fitter je de menopauze ingaat, hoe gezonder je eruit komt. Zorg daarom goed voor jezelf. Sommige levensstijladviezen kunnen zelfs bepaalde overgangsklachten verlichten.

1. Beweeg!

Je hoeft je niet af te beulen in de sportschool, stevig wandelen of traplopen is ook goed. Als je ademhaling maar iets versnelt. Kies geregeld voor een activiteit die je botten belast, zoals traplopen, wandelen, hardlopen en krachttraining. Hoe vaker je dit doet en hoe eerder je hiermee begint, hoe beter. Dit is niet alleen goed voor je lichaam, maar ook voor je humeur. Ottervanger: “Je beter voelen heeft met name te maken met bewegen. Als je beweegt, komt het geluksstofje endorfine vrij. En van lichaamsbeweging is bewezen dat het een positief effect heeft op opvliegers.”

2. Slik extra vitamine D

Vitamine D is belangrijk voor de groei en het behoud van stevige botten en tanden. Daarnaast is het belangrijk voor gezonde spieren en je immuunsysteem. Zonlicht is de belangrijkste bron van vitamine D. Het lichaam kan onder invloed van zonlicht in de huid vitamine D zelf aanmaken. Als je ouder wordt, heeft je huid echter steeds meer moeite om zonlicht om te zetten in vitamine D. Lees hier hoeveel je nodig hebt.

3. Probeer wat minder koolhydraten te eten 

Een gevolg van ouder worden is dat je spieren in omvang afnemen. Daarom heb je na de vijftig minder energie (= eten) nodig. Merk je dat je moeilijker op een gezond gewicht kunt blijven? Volgens het Voedingscentrum kunnen kleine veranderingen je al helpen niet aan te komen. Bijvoorbeeld door net iets minder producten te eten die koolhydraten bevatten. Koolhydraten zijn vooral belangrijk als energieleverancier voor je lichaam. Ze leveren brandstof, maar daarnaast niet zo veel voedingsstoffen die je lichaam echt nodig heeft. Geen probleem dus om daar een beetje mee te minderen. Dat doe je bijvoorbeeld door een boterham minder te nemen bij de lunch en bij het avondeten een halve tot hele opscheplepel pasta of een aardappel weg te laten.

4. Eet veel groente en twee stuks fruit

Misschien een open deur, maar groente en fruit kun je nog steeds volop eten. Die zijn ook rijk aan koolhydraten (en niet te vergeten belangrijke vitaminen en mineralen), maar bevatten veel minder calorieën dan brood, aardappelen of pasta. Probeer elke dag minimaal 250 gram groente in je maaltijden te verwerken (hoe meer, hoe beter) en twee stuks fruit te eten. Dit verkleint het risico op hart- en vaatziekten, diabetes type 2, darmkanker en heel veel andere ziekten waarop je na de menopauze meer risico loopt.

5. Laat je controleren vanaf je vijftigste (en soms je veertigste!)

Dat je eierstokken minder hormonen aanmaken, heeft gevolgen voor je hele lichaam. Smit en Ottervanger vinden daarom dat alle vrouwen van rond de vijftig zich zouden moeten laten screenen op cholesterol, hun schildklierfunctie, glucosegehalte, vitamine D en bloeddruk. “Misschien zou je dit ook om de paar jaar moeten herhalen,” raden de gynaecologen aan. Door je geregeld te laten controleren, voorkom je bovendien dat je bepaalde ongemakken wegwuift omdat je denkt dat ze door de overgang komen. Zo worden hartklachten bij vrouwen vaak ten onrechte verward met overgangsklachten. “Meestal zijn klachten als hartkloppingen en onregelmatige bloedingen overgangsgerelateerd, maar je moet het wél laten checken. Sommige klachten kunnen namelijk ook wijzen op schildklierproblemen, of hart- en vaatziekten.”

Heb je ooit zwangerschapsvergiftiging (hoge bloeddruk) gehad? Dan heb je op latere leeftijd een sterk verhoogd risico op hart- en vaatziekten. Het advies is dan om al vanaf je veertigste jaarlijks je bloeddruk te laten controleren!

6. Veel overgangsklachten? Hormonen zijn je vriend 

Als je veel last hebt van overgangsklachten kan hormoontherapie soelaas bieden. Want als iets die allesverlammende opvliegers kan laten verdwijnen, is het wel een hormoonkuurtje. Veel vrouwen slapen er ook beter door, merken de gynaecologen. “De praktijk wijst uit dat vrouwen zich er veel prettiger bij voelen.” Een hormoonkuur bestaat meestal uit een combinatie van oestrogeen (bij voorkeur in pleistervorm) en progesteron (als pil of spiraal). Net zoiets als de pil, alleen dan met kleinere hoeveelheden hormonen. “Sommige mensen roepen dat het gevaarlijk is, maar dat is gewoon niet waar. Door dat soort dingen te zeggen, ontneem je vrouwen het recht op een normaal leven. Dat is zo jammer. Als wij iemand met veel klachten hormonen voorschrijven, zien we een paar weken later een totaal andere vrouw terug. En háppy dat ze is.”

Zit ik al in de overgang?

Je huisarts kan op basis van je verhaal vaststellen of je wel of niet in de menopauze zit. Maar je kunt ook terecht bij een verpleegkundig overgangsconsulente, dat is een verpleegkundige die is gespecialiseerd in overgangsproblematiek en over het algemeen beter op de hoogte is van alle mogelijkheden en oplossingen. Je hebt daar geen verwijzing voor nodig. Sommige ziekenhuizen hebben een speciale menopauzekliniek.

Over gynaecologen Pauline en Wilma

Pauline Ottervanger (links) werkt als gynaecoloog in het HagaZiekenhuis in Den Haag en is gespecialiseerd in de overgang. Samen met haar collega Wilma Smit, gynaecoloog en overgangsspecialist in het Noordwest Ziekenhuis in Den Helder, schreef ze twee boeken over de menopauze: Menoblues (2009) en Menoproof (2010). Beide artsen geven lezingen aan vrouwen en verzorgen (na)scholingen in het land gericht op overgang en menopauze. Kijk voor meer informatie op vrouwenwijzer.nl.

Lees ook

Bekijk ook

Dokter Rutger over vitamine D.

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox? Abonneer je op Margriet.nl/nieuwsbrief.