Déze invloed heeft het eten van vis op je humeur

Deel dit artikel:

Breng jij deze zomer door aan een idyllisch plekje aan de kust? Dan heb je een goed excuus om elke dag te genieten van een vers stukje vis. En dat is niet alleen heel erg lekker, het is ook nog eens goed voor je mentale gezondheid.

Onderzoekers van het Australische Menzies Research Institute hebben namelijk ontdekt dat de kans op depressie met een kwart afneemt wanneer een vrouw twee keer per week vis eet.

Alleen bij vrouwen

Het Australische onderzoeksteam bekeek ruim vijf jaar lang de mentale gezondheidsgegevens van 1400 mannen en vrouwen. Daarnaast hielden de onderzoekers nauwkeurig bij wat de proefpersonen precies aten. Hieruit bleek dat vrouwen die één keer per week vis aten 6 procent minder risico hadden op het oplopen van een depressie. Wanneer de visportie in een week werd verdubbeld, verminderde het risico met 25 procent. Opvallend was dat bij de mannelijke proefpersonen geen verschil werd ontdekt.

Omega-vetzuren

Volgens de onderzoekers is het verschil mogelijk te verklaren doordat de omega 3-vetzuren die in vis zitten invloed hebben op de vrouwelijke geslachtshormonen oestrogeen en progesteron. De wisselwerking tussen beide zou ervoor kunnen zorgen dat de vrouwenhersenen beter functioneren, waardoor het risico op een depressie afneemt. Een eerdere Franse studie toonde aan dat een lage inname van omega-3 vetzuren de kans op een depressie verhoogt. Mannen zouden volgens de Australische onderzoekers minder kans hebben op een depressie, omdat zij deze vetten vaker via andere producten binnenkrijgen.

Verschillende soorten vis

Het beste resultaat wordt volgens de onderzoekers bereikt wanneer je minstens één keer week vette vis als makreel, verse tonijn, zalm of sardientjes zou eten. De tweede wekelijkse visportie zou volstaan met witvis en schelpdieren. Deze bevatten naast visvetzuren ook belangrijke mineralen als zink en jodium.

Visolie vermindert niet alleen de kans op depressie, maar heeft nog tal van gezondheidsvoordelen. Bekijk hier welke dat zijn.

Bron| American Journal of Epidemiology
Beeld| Getty Images