Dit is waarom sommige mensen stotteren en anderen niet

Deel dit artikel:

In Nederland zijn er 175.000 mensen die stotteren. De spraakstoornis komt niet alleen in ons land, maar ook wereldwijd veel voor. Wereldwijd stottert en hakkelt één op de honderd mensen. En dat ontstaat niet altijd in de kindertijd.

Wanneer je praat zijn zowel je hersenen als de spieren in je gezicht druk in beweging. Eerst moet je al je gedachten, ideeën en gevoelens omzetten in woorden en zinnen en vervolgens moeten al je spieren in beweging komen om jezelf uit te drukken. In die communicatie tussen de hersenen en spieren, die woorden moeten vormen gaat het bij stotteraars mis. Hierdoor ontstaan veel voorkomende herhalingen of verlengingen van klanken, lettergrepen of woorden.

Drie verschillende oorzaken

In veel gevallen wordt de spraakstoornis ontdekt bij kinderen tussen de twee en vijf jaar oud. De aandoening is in de meeste gevallen aangeboren. Ook kan een stotterprobleem een gevolg zijn van een zwaar hersentrauma. “Je hebt grotere kans dat je gaat stotteren bij hersenletsel in de gebieden die te maken hebben met de spraakproductie”, vertelt logopedist Catherine Theys. “Maar andersom kan het ook zijn dat mensen die stotteren er na een hersentrauma ineens vanaf zijn. Tot slot kan stotteren veroorzaakt worden door een plotseling optredend emotioneel trauma. Bijvoorbeeld, als een geliefde overlijdt of als iemand een ernstig ongeluk meemaakt.

Vroeg behandelen

Bij driekwart van de mensen, die op jonge leeftijd gaan stotteren, verdwijnen de klachten vanzelf.
Hoe langer het stotteren bij een kind duurt, hoe groter de kans dat het niet vanzelf overgaat. Daarom is het zaak om vroeg met de behandeling te beginnen. Vanaf acht jaar wordt de kans op spontaan herstel snel kleiner. “Vroeger dacht men vaak: dat gaat wel weer over’’, zegt Annelies Mobach. “Inmiddels weten we dat het vaak toch verstandig is vroeg te beginnen met therapie. Soms doen we dat al bij peuters van 2,5 jaar. Dat werpt vruchten af, want steeds minder kinderen lijken blijvend te stotteren.’’

Zingen lukt wel

Veel stotteraars die moeite hebben met het uitspreken van lange zinnen, kunnen hun woorden vaak wel vloeiend uitbrengen als ze de woorden zingen. Dit komt, omdat de signalen voor zingen waarschijnlijk gelijk zijn aan spreekcondities die worden gebruikt wanneer een stotteraar in een langzaam tempo iemand nazegt. Dit lukt vaak wel. Daarnaast blijkt uit onderzoek dat ook een veranderende ademhaling tijdens het zingen, bijdraagt aan een betere aansturing tussen de spieren en het brein.

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox?
Schrijf je in op margriet.nl/nieuwsbrief

Bron| AD, Stotteren
Beeld| iStock