Ongewenst kinderloos door kanker: het overkwam Anita (49)

Deel dit artikel:

Na de diagnose kanker houden veel mensen nog lang of zelfs chronisch last van de gevolgen van de ziekte of de behandeling ervan. Zoals de 49-jarige ondernemer Anita Notenboom. Ze was 33 toen er baarmoederhalskanker bij haar werd ontdekt en haar baarmoeder moest worden verwijderd. “Ik vond het lastig om met vrienden over mijn verdriet te praten.”

“Toen ik hoorde dat ik kanker had, zaten mijn man en ik net in de fase dat we een gezin wilden starten. Ik schoot direct in de overlevingsstand. Die kanker moest eruit, en snel! Na de operatie probeerde ik zelfs weer zo snel mogelijk mijn oude leven op te pakken. Maar een jaar nadat ik genezen was verklaard, zat ik huilend bij de oncologisch verpleegkundige. ‘Ik zou hartstikke opgelucht en gelukkig moeten zijn,’ zei ik, ‘maar ik voel me alleen maar verdrietig.’ Met hulp van een medisch psycholoog heb ik toen ingezien dat ik verdrietig en boos mág zijn. Dat het juist geen zin heeft om hiervoor weg te lopen. Eigenlijk begon toen pas mijn rouw- en acceptatieproces.”

Prikkeldraad

“Na de operatie vertelde mijn arts me dat ik last van vochtophopingen in mijn benen zou krijgen. Hij had alle lymfeklieren in mijn liezen moeten verwijderen. Na vier jaar zonder klachten begon ik bijna te denken dat ik de dans zou ontspringen. Tot mijn bovenbenen ineens zo dik werden dat ik twee keer per week naar een oedeemtherapeut moest om het vocht eruit te laten masseren. Weet je nog hoe het als kind voelde als iemand prikkeldraad bij je arm deed? Zo voelen mijn benen op slechte dagen. Mijn linkerbeen is het ergst, ik kan nog maar op één kant slapen.
In het begin schaamde ik me voor mijn dikke bovenbenen. Ik droeg wijde broeken om ze te verdoezelen. Inmiddels heb ik een speciaal massageapparaat aangeschaft waardoor ik minder vaak naar de oedeemtherapeut hoef. Ik heb ook ontdekt dat het goed werkt om een maand geen suiker te eten als ik veel vocht vasthoud. Op de een of andere manier is mijn lichaam dan beter in staat om het vocht af te voeren. Mijn benen zijn nog steeds zichtbaar uit proportie, maar tegenwoordig trek ik met gemak een strakke broek aan. Ik ben eraan gewend, ze horen bij mij.”

Inloophuizen

“Met vrienden en familieleden vond ik het lastig om over mijn ongewenste kinderloosheid te praten. Als mensen zien dat je verdrietig bent, schieten ze al gauw in de zorgstand en dat voelt ongelijkwaardig. Ik sprak liever met vrouwen die hetzelfde hadden meegemaakt als ik. Ik heb heel lang contact gehad met een jonge vrouw die in het ziekenhuis naast me had gelegen. Zij kon door een behandeling ook geen kinderen meer krijgen. We hadden elkaar nooit eerder ontmoet, maar we waren er meteen voor elkaar.
Een paar jaar na mijn operatie ontdekte ik dat er speciale inloophuizen zijn voor mensen met kanker. Inmiddels wordt iedere kankerpatiënt op de IPSO-inloophuizen gewezen (Instellingen PsychoSociale Oncologie, red.), maar zestien jaar geleden was dat nog niet zo. Ik besloot meteen om vrijwilliger te worden en ben dat elf jaar gebleven. Zelf had ik graag meer contact gehad met lotgenoten en op deze manier kon ik anderen helpen. De herkenning die je daar vindt, is zó fijn. Ik raad ook iedereen aan om er meteen na de diagnose naartoe te gaan, dus nog voordat je behandeling start. Zo ben je beter voorbereid op wat er komen gaat. Artsen kunnen je heel veel vertellen, maar veel informatie vergeet je weer.”

Al zestien jaar overgangsklachten

“Inmiddels geniet ik weer volop van het leven. Qua energie ben ik nooit meer de oude geworden, mijn energieniveau is zo’n tachtig procent van wat het was. Doordat de artsen mijn eierstokken hebben opgeknoopt, heb ik ook al zestien jaar last van overgangsklachten. Omdat mijn tumor hormoongevoelig was, kan ik daar geen medicijnen voor gebruiken. Maar ik haal alles uit die tachtig procent. Ik ben niet minder, maar ánders gaan werken: ik heb meer personeel aangenomen en werk vaker thuis. Het enige wat me nog steeds kan ontroeren, is dat ik nooit moeder heb kunnen worden. Maar misschien is zelfs dát ergens goed voor geweest. Ik heb jarenlang activiteiten voor kinderen in het inloophuis georganiseerd en inmiddels ben ik actief voor een stichting waarbij ik ook kinderen help. Als ik zelf een gezin had gehad, dan had ik waarschijnlijk nooit de ruimte genomen om al die kinderen te helpen.”

4 februari Wereldkankerdag

Elk jaar wordt op 4 februari wereldwijd stilgestaan bij kanker, een ziekte waar een op de drie Nederlanders in zijn of haar leven mee wordt geconfronteerd. Dit jaar staan de zogenoemde ‘late gevolgen’ van kanker centraal. Voor veel mensen die kanker hebben gehad wordt het leven nooit meer zoals het was. Zij worden onder meer belemmerd door vermoeidheid, angst voor terugkeer van de ziekte, verminderde concentratie of relationele problemen.

In Nederland spannen vele organisaties zich in om mensen met kanker en hun naasten de zorg, begeleiding en ondersteuning te bieden waaraan zij behoefte hebben. Rond Wereldkankerdag brengen zij dit aanbod gezamenlijk onder de aandacht. Meer informatie: wereldkankerdag.nl en kanker.nl.

Foto | Arthur van Diest