null Beeld Getty Images
Beeld Getty Images

PREMIUM

Hoe je liefdes-DNA je relaties beïnvloedt

Hecht je je op een veilige, angstige of vermijdende manier aan je partner? Een vraag om bij stil te staan, want je hechtingsstijl is de blauwdruk voor hoe je een relatie aangaat. Het is, zeg maar, je liefdes-DNA. Gelukkig heb je dat meer in de hand dan je misschien denkt.

Bij elke nieuwe vlam voel je het weer: de drang om altijd te weten wat je partner denkt over jou en over de relatie. En de angst of de liefde voorbij is, of je iets verkeerd hebt gezegd als je al een tijd geen knuffel meer hebt gekregen, geen ‘ik hou van je’ hebt ­gehoord. Een grote ruzie voelt als een barstje in jullie geluk, het potentiële begin van het einde. En toch wil je de liefde van die ander voelen, meer dan wat dan ook. Of ben je juist het type dat in elke relatie afstand houdt? Natuurlijk wil je liefde, misschien vind je zelfs ooit ‘de ware’. Maar iemand die zich aan je vastklampt, een mens met al zijn foutjes, daar heb je het soms moeilijk mee. Eigenlijk heb je alleen jezelf nodig. Al het drama dat bij een relatie komt kijken… Is het dat wel waard? En al die clichés; altijd hand in hand lopen, met elkaar praten over je gevoelens. Moet dat echt? Angst of afstand: als je je afvraagt waarom je dat in elke relatie ervaart, is het antwoord simpel; het is je hechtingsstijl die zich laat gelden.

In het eerste scenario ben je angstig gehecht, in het tweede vermijdend. Idealer zou zijn dat je veilig ­gehecht bent, de derde stijl. Dan maak je je niet zo vaak zorgen in de liefde. Je hebt dan het gezonde vermogen en de nood om, indien nodig, op je partner te leunen, maar verlangt ook naar tijd voor jezelf en redt het best alleen. Je kunt prima omgaan met emoties, intimiteit en onenigheden: zo functioneert een innige connectie tussen twee mensen nu eenmaal, begrijp je.

De verschillende hechtingsstijlen

Het effect van je hechtingsstijl op je relaties mag je niet onderschatten. Dat zegt ook Sarah Hertens, ­klinisch psycholoog en relatietherapeut. Zij noemt hechtingsstijlen de absolute basis. “Ze bepalen heel erg hoe je interactie met anderen is. Als je eenmaal weet welke van de drie hechtingsstijlen je hebt, kan dat veel voor je verklaren. Het legt je gevoelige snaren en behoeftes bloot in een relatie. Als je die kent, en je partner ook, kan dat wonderen doen voor een koppel. Dat zie ik heel vaak in mijn praktijk.” Je hechtingsstijl bepaalt dus ook hoe goed het zal klikken tussen jou en je partner.

Bij je partner laat je hechtingsstijl zich namelijk het sterkst voelen, zegt Hertens. “Omdat die connectie het verst en diepst gaat.” Maar ook in je relaties met vrienden of collega’s merk je vaak de impact van je hechtingsstijl. “Een angstig gehecht persoon zal feedback op het werk bijvoorbeeld sneller persoonlijk opvatten en kan zich door vrienden sneller afgewezen voelen. Een vermijdend persoon, hoewel diegene heel sociaal kan zijn, zal minder hulp zoeken van anderen als hij zich slecht voelt en zich vooral terugtrekken.”

null Beeld

Geen stempel voor altijd

Het klinkt eenvoudig om onze fundamentele ­behoeftes en gevoelens in relaties onder te verdelen in drie hokjes. Maar natuurlijk is het wat complexer dan dat, zegt Hertens. “Het is bijvoorbeeld belangrijk dat we een onderscheid maken tussen je hechtingsstijl en je hechtingsgedrag. Je gedrag is veranderlijk en kan door ervaringen of interacties met een partner fluctueren. Iemand die veilig ­gehecht is, maar bedrogen werd, kan angstig gedrag gaan vertonen. Een ‘vermijder’ in een relatie met een andere ‘vermijder’ kan ook angstiger worden. De meesten van ons hebben dan wel een veilige hechtingsstijl, maar dat kan dus met een angstige of vermijdende ondertoon zijn.” Je hechtingsstijl is ook een zogeheten continuüm, zegt Hertens. “Hij vormde zich in je kindertijd en verandert doorgaans niet gedurende je leven. Maar je kunt binnen je hechtingsstijl wel verschuiven naar meer of minder veilig, angstig of vermijdend. Daarbij: om als kind een angstige of vermijdende hechting te ontwikkelen, moeten je ouders en/of anderen die voor je zorgen echt consistent en langdurig bepaald gedrag vertonen. Plak daarom niet zomaar een stempel op jezelf en laat dat je niet zomaar definiëren.”

Terug naar je kindertijd

Dat je hechtingsstijl zich in je kindertijd vormt, maakt hem zo permanent. Lector orthopedagogie Steven Gielis (AP Hogeschool): “Dat is een heel natuurlijk proces dat meestal ook goed verloopt. De meeste kinderen hebben verzorgers die hun warmte en troost bieden en sensitief zijn voor de gevoelens van het kind. Zulke kinderen ontwikkelen een veilige hechtingsstijl. Vaak ontwikkelen ze daardoor ook een positief zelfbeeld en leren ze ­gezond met stress om te gaan. Zijn de zorgfiguren van het kind vaker afwezig of weinig sensitief voor de gevoelens en behoeftes van het kind, dan leert het kind snel om zelfstandig te zijn en zijn gevoelens weg te stoppen. Zo ontwikkelt het een vermijdende hechtingsstijl. Zijn de ­ouders inconsequent in hun gedrag – de ene keer heel lief en de andere keer heel boos – dan wordt het kind angstig en krijgt het de drang om zich vast te klampen en veel toenadering te zoeken. Met andere woorden: kinderen die geen veilige hechting ontwikkelen, gaan op zoek naar zogeheten copingstrategieën. En die laten zich sterk gelden in hun toekomstige relaties.” Natuurlijk speelt ook het temperament van een kind mee, zegt Gielis. “Een kind dat sterk in zijn schoenen staat, zal minder snel onveilig gehecht zijn dan een kind dat al onzeker ís. Maar dat neemt niet weg dat de zorgfiguur een actieve rol speelt in de ontwikkeling van de hechtingsstijl.” Ook vrienden of familieleden kunnen invloed hebben, of traumatische gebeurtenissen zoals een ziekte of scheiding. Maar de rol van de voornaamste zorgfiguren is niet te onderschatten, zegt Gielis. “Onderzoek toont aan dat kinderen tot hun jongvolwassenheid blijven opkijken naar hun ouders.”

null Beeld

De grootste valkuilen

Als je hechtingsstijl zich eenmaal heeft gevormd, laat hij zich op volwassen leeftijd gelden in elke relatie die je hebt. De ergernissen of valkuilen waar je telkens weer tegenaan loopt, laten zich vaak daardoor verklaren, schrijven neurowetenschapper Amir Levine en psychologe Rachel Heller in hun boek Verbonden. Voor mensen met een angstige hechtingsstijl geven de onzekerheid en de angst ­mogelijk moeilijkheden. ‘Je hebt een erg gevoelig hechtingssyteem,’ schrijven Levine en Heller. ‘En als dat eenmaal is geactiveerd, kun je niet tot rust komen tot je duidelijke bevestiging krijgt van je partner en je relatie weer veilig lijkt. Een partner die tijdelijk onbereikbaar is, niet terugbelt of minder met je wil delen, activeert je hechtingssysteem. Je angst zet je dan aan tot ‘protestgedrag’. Je blijft bellen, sms’en of contact zoeken op andere manieren. Je dreigt om je partner te verlaten, in de hoop dat hij je tegenhoudt, of je gedraagt je vijandig. Je geeft je partner de silent treatment of probeert hem of haar jaloers te maken. Of je houdt scores bij: als je partner niet terugbelt, zal jij niet de eerste zijn om weer toenadering te zoeken.’ De obstakels en hordes waar een ‘vermijder’ doorgaans tegenaan loopt, zijn helemaal anders. Studies tonen dat je je vaak minder ­gelukkig en bevredigd voelt in relaties, volgens ­Levine en Heller omdat je de onbewuste neiging hebt om te focussen op imperfecties bij je partner en je terug te trekken als de connectie intenser wordt. ­Levine en Heller noemen het je ‘deactiverende strategieën’, waarmee je je partner, vaak onbewust, op afstand houdt. Dat je intimiteit vermijdt, weinig empathie hebt voor de emoties van je partner, blijft flirten met anderen en blijft denken aan een ‘fantoom-ex’ die van een afstand toch weer aantrekkelijk lijkt, zijn manieren waarop je je relatiegeluk ongewild saboteert. En ook diegene die veilig is gehecht, heeft valkuilen. ‘Je kunt als ‘veilig’ persoon net zo goed in een slechte relatie verzeild raken,’ schrijven Levine en Heller. ‘Soms blijf je je partner het voordeel van de twijfel geven en blijf je zijn of haar acties tolereren. Je bent geneigd om je partners fouten te vergeven en blijft soms te lang in een relatie die geen toekomst meer heeft, ook omdat je je mede verantwoordelijk voelt voor je partners geluk.’

null Beeld

Aan de slag met je hechting

Besef je dat je hechting iets is waarmee je worstelt in je relatie? Goed nieuws. “Je hechtingsstijl staat dan wel vast, het effect ervan op je relatie en je hechtingsgedrag heb je zelf in de hand,” aldus Sarah Hertens. De eerste stap naar groei is aanvaarding en inzicht. ­“Begrijpen wat je hechtingsstijl is en die van je partner geeft je meteen een hele handleiding. Als een angstig persoon kun je het best leren beseffen dat je partner ook maar een mens is en niet aan al je behoeftes kan voldoen. Hij of zij kan je maar een deel van de bevestiging geven die je zoekt. Je zult dus ook een deel bij jezelf moeten vinden.” Levine en Heller geven dan weer als advies dat je je behoeftes moet leren uitdrukken. ‘Je denkt snel dat je te needy bent en onderdrukt je verlangens. Terwijl je ­gelukkiger zult zijn als je volledig jezelf bent met je partner. Bovendien ontdek je zo ook sneller of je partner wel in staat is om je behoeftes te vervullen en of je relatie dus toekomst heeft.’ Weet je dat je vermijdend bent? “Houd dan in het achterhoofd wat je grootste valkuil is: dat je denkt dat je niet verlangt naar connectie,” zegt Hertens. “Communiceer naar je partner dat je een gevoel van veiligheid nodig hebt, een relatie die aanvoelt als een veilige haven waarin je dan hopelijk toch emoties of behoeftes kunt communiceren.”

Levine en Heller schrijven dat je je deactiverende strategieën moet leren herkennen. ‘Herbezin wanneer je iemand begint weg te duwen. Irriteren die imperfecties van je partner je echt zo erg? Kijk je niet te negatief naar de situatie? Probeer in je relatie meer op zoek te gaan naar wederzijdse support dan naar zelfredzaamheid.’ Ook als veilig gehecht persoon ontkom je niet aan bepaalde aandachtspunten. “Je moet vooral leren dat de gezonde balans die voor jou natuurlijk aanvoelt – enerzijds steunen op je partner, anderzijds je ­autonomie bewaren – niet zo vanzelfsprekend is in elke relatie,” zegt Hertens. “Leer die actief te bewaken en na te streven.” ­Levine en Heller schrijven nog dat je moet inzien dat je niet bij een partner hoeft te blijven, ook al kun je hem of haar nog tolereren. ‘Als je ongelukkig bent in een disfunctionele relatie, durf er dan een eind aan te maken.’

Stéphanie VerzelenGetty Images

Op alle verhalen van Margriet rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@margriet.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden