null Beeld Marloes Bosch. Styling: Esther Loonstijn.
Beeld Marloes Bosch. Styling: Esther Loonstijn.

PREMIUM

Frits Spits: ‘Ik heb het mooiste beroep van de wereld’

De vertrouwde stem van Frits Spits (74) klinkt al jaren in radioprogramma’s. Hij presenteerde De avondspits, Tijd voor twee en tegenwoordig De taalstaat. Vorig jaar verscheen er ook nog een nieuw boek van zijn hand: Mijn West Side Story, zijn eigen liefdesverhaal dat werkte als een therapie na de dood van zijn grote liefde Greetje.

Laten we beginnen bij het begin. Vertel eens, hoe was je jeugd?

“Onbezorgd. Ik kom uit een liefdevol gezin. Mijn ouders gaven mij alle kansen van de ­wereld. Mijn vader was arts, mijn moeder schreef voor de krant en voor de ANWB. Ook schreef ze liedjes en heeft ze een aantal boeken op haar naam staan. School vond ik niet per se leuk, liever was ik op het hockeyveld. En nog liever luisterde ik naar muziek. Maar ja, in die tijd, begin jaren zestig, was het hebben van een radio niet vanzelfsprekend. Mijn vader had er wel eentje, een witte, die stond in de wachtkamer. Als ik ziek was, mocht dat radiootje naast mijn bed staan.”

“Mijn ouders hebben me bijgebracht dat ik een goed mens moet proberen te zijn en dat ik altijd naar de vrolijke kant van het leven moet kijken. Ook als het leven even niet meezit. Dat mijn ouders erin zijn geslaagd om mij, mijn broer en zusjes op te voeden met een optimisme en levensvreugde van heb ik jou daar, is eigenlijk een godswonder. Zij waren zeer beschadigd door de oorlog. De ouders van mijn moeder zijn vermoord in Auschwitz. Mijn moeders compensatiedrang voor dat verdriet was groot. Dat verklaart ook waarom het bij ons altijd een zoete inval was.

Mijn moeder schiep in feite een nieuwe wereld voor zichzelf en voor ons. Daar ben ik haar dankbaar voor. Al liet de oorlog ook mij niet los als kind. Ik las er veel over. Tot ik een jaar of achttien was en besefte dat het mij niets zou brengen als ik in die oorlogsverhalen zou blijven hangen. Vanaf toen werd de popmuziek mijn eiland, een plek waar ik me goed voelde.”

null Beeld

De muziek. Jij en de radio. Hoe is het allemaal begonnen?

“Ik studeerde in Amsterdam en luisterde veel naar Veronica, die zender was destijds heel ­populair. Dat wil ik ook, dacht ik, een muziekprogramma op de radio. Dus draaide ik op mijn kamer plaatjes en praatte die aan elkaar, wat ik weer opnam op mijn bandrecorder. In 1971 deed ik mee aan een dj-wedstrijd in Rosmalen. En ja hoor, ik won. De hoofdprijs bestond uit een beker, een geldbedrag van vijfhonderd gulden én twintig minuten zendtijd op de radio. Die beker heb ik ontvangen, het geld ook, maar die zendtijd, de prijs waar het mij vooral om ging, heb ik nooit gekregen. Twee jaar later werd ik benaderd door een jurylid. Hij had mijn naam onthouden. Ze zochten bij de NOS nieuwe dj’s en hij vroeg of ik een proefuurtje wilde maken voor het programma Proefdraaien. Natuurlijk wilde ik dat. Deze kans liet ik niet aan mij ­voorbijgaan. En dat is maar goed ook, want sindsdien ben ik niet meer uit Hilversum ­weggegaan.”

null Beeld

Wat is er zo bijzonder aan radio maken?

“Ik prijs mezelf een gelukkig man omdat ik het mooiste beroep van de wereld heb. De radio is een fantastisch medium. Juist omdat het ruimte overlaat aan de fantasie. Televisie is dwingender. Daarbij komt: je kunt radio luisteren én ­tegelijkertijd iets anders doen, en dat is wel zo prettig. Ik mag dan al zowat mijn hele leven ­radioprogramma’s presenteren, eigenlijk vind ik het maken ervan, het proces eraan voorafgaand, nóg leuker. Onderwerpen bedenken, het kiezen van passende nummers. En als de uitvoering dan nóg beter uitpakt dan ik had ­gedacht, is dat een geluksmoment. Ik wil iets overdragen, mijn enthousiasme delen. Het gaat mij om de weerklank van de luisteraars. Dat ze waarderen wat ik doe. Terugkijkend op mijn carrière, die als het aan mij ligt nog lang niet voorbij is, voel ik vooral dankbaarheid. Dankbaarheid voor de kansen die ik heb gekregen én met beide handen heb gegrepen.”

Behalve een carrière bij de radio kun je jezelf inmiddels ook schrijver noemen. Is dat iets waar je altijd al van droomde?

“Nou nee, niet echt. Dat ik van de Nederlandse taal houd, wist ik natuurlijk wel. Maar dat ik er zo van geniet om mijn gedachtes en hersenspinsels op papier vast te leggen, daar kwam ik pas veel later achter. In 2008 bracht ik mijn eerste boek uit, Zestig strepen, waarin ik de soundtrack van mijn leven opmaak en zestig liedjes beschrijf die bepalend zijn geweest voor mijn muzikale smaak. Daarop volgde De standaards van Spits, twee lees- en luistergidsen van de mooiste Nederlandstalige liedjes. Na het overlijden van mijn vrouw Greetje schreef ik Alles lijkt zoals het was en Mijn West Side Story. Schrijven maakt mij rustig en blij én, dat geldt vooral voor de twee meest recente boeken, het biedt troost.”

null Beeld

Greetje. De vrouw met wie je, toen zij in 2018 overleed, 46 jaar getrouwd was. Was het liefde op het eerste gezicht?

“Ja, zeker. Ik was tien jaar. Ze kwam bij mij in de klas. Ik zag haar en het was meteen gebeurd. Haar leuke neusje dat een beetje omhoog wees. Haar gitzwarte haren. Ik weet nog wat ze droeg die dag. Een wit bloesje met een streepjesrok. Ik zat bij de deur, zij bij het raam. Het zonlicht scheen prachtig op haar. Rembrandt had het niet mooier kunnen schilderen. Vijf jaar later kregen we dan eindelijk verkering. Greetje is de liefde van mijn leven. Ze was niet alleen prachtig, maar ook slim en goudeerlijk. En grappig. Lief en nuchter was ze ook. Ik was een dromer en kon me verliezen in mijn fantasie. Greetje drukte me de realiteit van het leven onder de neus. Als ik mezelf weer eens verloor in één of ander idee zette zij mij met de beide benen op de grond.”

Wat was de kracht van jullie huwelijk?

“Liefde. Heel veel van elkaar houden. Niets hoogdravends, hoor, we hadden een huwelijk als ieder ander. Met ups en downs. Met ruzietjes en verzoeningen. Soms groeiden we even uit ­elkaar en lagen we niet op één lijn, maar we kwamen altijd weer tot elkaar. In het voorjaar van 2018 werd er bij haar kanker geconstateerd. Vijf weken later, op 4 mei, overleed ze. De snelheid waarmee mijn grote liefde uit mijn leven verdween, was niet te bevatten en dat is het nog steeds niet. Terwijl de wereld door draait en er niets veranderd lijkt, is voor mij niets meer hetzelfde. Alles wat vanzelfsprekend was, is niet meer vanzelfsprekend. En dan heb ik het niet over de grootse dingen des levens, maar over kleine dingen. Samen eten aan tafel bijvoorbeeld. Of een fietstocht maken. Of naar huis bellen en haar stem aan de andere kant van de lijn horen. Nu kan ik bellen wat ik wil, maar Greetje zal nooit meer die telefoon opnemen.”

“In de beginperiode hield ik mij staande door mezelf ertoe te dwingen alles zelf te doen. En dat doe ik nog steeds. Opruimen, de was, strijken… Alles op de manier zoals Greetje het deed. Alleen het koken gaat mij niet zo goed af. Ik doe het wel, want kant-en-klaarmaaltijden, daar ben ik niet van. Maar om nou te zeggen dat ik gevoel voor koken heb? Nee. Met een goed ­gelukt gebakken ei ben ik al blij.”

null Beeld

Je bent nu vier jaar verder. Hoe gaat het met je?

“Het leven zal nooit meer zijn zoals het was. Dat machteloze gevoel omdat ik iemand ben kwijtgeraakt van wie ik heel veel heb gehouden, blijft. Die leegte en het verdriet ook. Nou was ik altijd al een gevoelige man, maar nu Greetje er niet meer is, vieren mijn emoties hoogtij. Teksten van liedjes komen nóg meer binnen en als ik een man en een vrouw zie zoenen, houd ik het niet droog. Toch is de pijn minder rauw dan in het begin. Door met haar te communiceren – ik vertel Greetje wat me bezighoudt, over de kinderen, mijn werk of het nieuws – houd ik haar in leven. Maar behalve mét is het voor mij ook belangrijk om óver haar te praten. Dat ik mijn herinneringen aan Greetje kan delen. ­Vrolijke herinneringen vooral, want die zijn er veel. Het was me een type namelijk. Je kon echt met haar lachen. Sowieso heb ik niets dan goede herinneringen aan haar. Het mooie is dat op de zee van het verleden vooral blijft liggen wat mooi was.

Toch merk ik dat veel mensen het onderwerp ‘de dood’ en Greetje liever uit de weg gaan. Dat begrijp ik ook wel. Men is bang dat er tranen zullen stromen en dat ze daar geen oplossing voor kunnen bieden. Maar de oplossing zit hem juist in het kunnen delen. Die troost heb ik gevonden in de twee boeken die ik over Greetje schreef.”

null Beeld

Zo komen we op Mijn West Side Story, je boek dat vorig jaar verscheen. Waarom deze titel?

“De prachtige muziek van deze musical, ­gecomponeerd door Leonard Bernstein, bracht mij na Greetjes overlijden naar een andere ­wereld. Naar een andere dimensie. Naar een tijd waarin we gelukkig waren. The West Side Story was de eerste film die ik samen met haar zag. We waren vijftien en de film over twee straatbendes die met elkaar in strijd waren, maakte diepe ­indruk op ons. We konden er met onze pet niet bij dat zulke vreselijke dingen gebeurden. En nog steeds gebeuren. Want de oproep van Bernstein tot vrede, tot liefde, is universeel.

In mijn behoefte om de levenden met de doden te verzoenen, heb ik er een eigen liefdesverhaal van gemaakt. En dat deed ik met een reden: ik liep tegen een muur op. Een muur van verdriet. Van grote, zware blokken die mijn uitzicht belemmerden. Eroverheen kijken, lukte me niet. Het schrijven van dit liefdesverhaal was als een therapie. Een manier om het geluk weer te kunnen omarmen. Om de zon weer te zien schijnen en om weer iets van het leven te maken. Niet alleen voor mezelf, maar ook voor iedereen die mij lief is. Mijn familie, vrienden, kinderen en kleinkinderen.”

null Beeld

Tot slot, je bent 74 jaar, tijd om achter de ­geraniums te gaan zitten?

“Geen haar op mijn hoofd. En geen geraniums op mijn vensterbank. Juist omdat ik een dagje ouder word en niet weet hoeveel weken er nog voor mij liggen, ben ik vastberaden er een goede invulling aan te geven. Tijd is het enige kapitaal dat we tot onze beschikking hebben en die tijd wil ik zo plezierig mogelijk benutten. Dat wil niet zeggen dat ik nog dingen moet afvinken van een bucketlist, want daar ben ik niet van. Maar als ik in goede gezondheid nog een tijdje mag blijven schrijven én mooie programma’s mag maken, dan ben ik een zeer tevreden mens.”

Frits in het kort

Frits Spits, pseudoniem van Frits ­Ritmeester, is geboren in Eindhoven op 19 januari 1948. Na de hbs gaf hij drie jaar Nederlandse les op een havo in Eindhoven. Op 29 mei 1978 begon Frits met zijn radioprogramma De avondspits. Hij presenteerde ook Tijd voor twee en De taalstaart. In 2019 werd Frits verkozen tot ‘­belangrijkste radiomaker van de eeuw’. Naast zijn werk als radio­maker schreef Spits diverse boeken: Zestig strepen, De standaards van Spits, De standaards van Spits II, Alles lijkt zoals het was en het ­onlangs verschenen Mijn West Side Story. Frits is vader van drie zonen en opa van zes kleinkinderen. ­Greetje, zijn vrouw, overleed in 2018.

Ymke van ZwollMarloes Bosch. Styling: Esther Loonstijn.

Op alle verhalen van Margriet rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@margriet.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden