null Beeld Marloes Bosch. Styling: Esther Loonstijn. Visagie : Astrid Timmer.
Beeld Marloes Bosch. Styling: Esther Loonstijn. Visagie : Astrid Timmer.

PREMIUM

Lenny Kuhr: ‘Ik houd niet van gezapigheid’

Lenny Kuhr staat bijna een leven lang in de schijnwerpers. Maar ondanks dat ze inmiddels 72 jaar is, moet ze niet denken aan een pensioen. Sterker: er is een nieuwe cd uit bij een hip platen-label en ze speelde onlangs in poptempel Paradiso. En dat smaakt wat haar betreft naar meer.

Het huis van Lenny Kuhr ziet eruit zoals je verwacht dat het huis van Lenny Kuhr eruitziet: warm, kleurig en vrolijk. Oude bakstenen, ramen met okergele sponningen en lila luiken, een mix van zwart en rode dakpannen, omgord door een weelderige tuin. De woonkamer heeft diezelfde sfeer: een rode bank waarin je kunt verdwijnen, een paar oudleren stoelen, muren vol kunst, grote plant in de hoek en uiteraard een platenspeler. Ze woont er nu bijna twintig jaar, samen met Rob Frank, haar man en manager. Met heel veel plezier, vertelt Lenny. De zangeres heeft jarenlang in Eindhoven gewoond – samen met wijlen kunstenaar Herman Pieter de Boer – en daarvoor vertoefde ze in Tel Aviv met haar toenmalige man en de vader van haar twee kinderen, maar uiteindelijk koos ze voor Nederwetten, een schilderachtig dorpje onder de rook van Eindhoven.

Rob serveert intussen koffie met koek en verdwijnt richting de keuken. Lenny zit op de bank. Gympies, sportbroek, trui. 72 jaar is ze, maar de fonkelende ogen, zuivere stem en ontwapenende glimlach zijn nog even aanwezig als in 1969, het jaar dat ze het Songfestival won met De troubadour, het jaar dat Nederland kennismaakte met de goedlachse Lenny. Dat ze sinds die tijd niet meer uit het collectieve geheugen is verdwenen, verbaast haar zelf ook weleens. Maar ze is er dankbaar voor. En ze kan ook wel een reden bedenken: “Er zit een wakkerheid in mij, een vitaliteit. Ik noem dat de levensvonk, die altijd jong en nieuw is. Daarom voel me ik me ook zo. Ik sta altijd open, ben voor veel ontvankelijk. En dat zou iedereen kunnen voelen, die levensvonk, maar niet iedereen is zich daarvan bewust. Dat doet er verder niet toe, want dit is míjn levenspad. Het heeft gewoon zo moeten zijn. Maar het is niet allemaal rozengeur en maneschijn, hoor. Ik heb ook verdriet gehad.”

null Beeld

Zoals vanaf 1993, toen je jarenlang je stem kwijtraakte.

“Ja. Een stemzwakte die iets te maken had met dat signalen vanuit mijn zenuwstelsel niet meer naar het strottenhoofd werden gestuurd. Ik kon niet meer goed slikken, geen klinkers meer uitspreken. Ik was niet te verstaan, zo zwak was mijn stem. En niemand wist wat het was. Dat heeft een enorme impact gehad op de rest van mijn leven. Ik realiseerde me namelijk dat alles een illusie was. Dat die hele Lenny Kuhr ineens geen zangeres meer was, dat mijn imago weg was. Het waren een paar lettertjes naast elkaar, meer niet. Maar wie was ik dan wél? Daar moest ik achter zien te komen.”

Een angstige tijd.

“Ja, het was eng, zeker in eerste instantie. Gelukkig had ik niets waarin ik mij kon verliezen. Ik mediteerde voor die tijd al veel, at al geen vlees, geen zuivel en ik dronk geen alcohol. Ik drink inmiddels graag een glaasje wijn, hoor, maar als je door iets moeilijks heen gaat kun je dat beter niet doen. Dan duurt zo’n proces vaak langer, dan wordt het een vlucht. Ik kon alleen vluchten in meditatie, in de stilte. En met de stilte kwamen de inzichten, kreeg ik door wie ik nu eigenlijk was. Er is daardoor een enorme rust gekomen. En ik begreep nog beter hoe inspiratie werkt. Dat een melodie ineens tot mij kan komen en dat ik er dan iets mee mag doen. Ik verzin het niet, de muze doet dat, die gaat mij voor, maar vervolgens mag ik het proberen te ‘pakken’, er de juiste akkoorden voor zien te vinden en het omzetten in een lied.”

null Beeld

Was muziek al belangrijk toen je een jong meisje was?

“Ja, het was onherroepelijk. Ik was eenduidig, wist wat ik wilde doen. Ik voelde het al toen we op de lagere school voor het eerst een canon deden. Drie, vier rijen kinderen die achter elkaar begonnen met zingen. Ik zat er middenin en de tranen rolden over mijn wangen. Hoe kon zoiets simpels zo mooi zijn? En ik hóórde het niet alleen, ik ervoer het met mijn hele lichaam. Dat heb ik nog steeds: muziek gaat dwars door mij heen, ook als ik aan het optreden ben. Ik luister zelfs met mijn huid: het komt aan alle kanten binnen.”

Werd dat gevoel voor muziek vanuit huis gestimuleerd?

“Ja, ik kom uit een kunstenaarsgezin, gelukkig. Wij waren absoluut niet burgerlijk, er waren geen vaste patronen. We woonden in het katholieke Brabant, maar we geloofden niet en ik ging naar de openbare school.”

Had je het fijn op school?

“Nee, ik was daar niet zo gelukkig. Ik zie nu in dat dat vooral te maken had met de manier van onderwijzen. Als het spelenderwijs gebeurt, gaat het prima, maar ik kan niet aarden in een systeem waarin ik moet voldoen aan opdrachten. Ik kan daar niet zo veel mee. Ik deed het wel oké op school, maar na de mulo vond ik het wel prima. Ik wilde zangeres worden.”

null Beeld

Ondanks dat je naar eigen zeggen een verlegen meisje was.

“In principe ben ik dat nog steeds, behalve als ik iets doe waarvan ik weet dat ik het kan. Op mijn tiende kreeg ik een gitaar van mijn ouders, omdat ik dat zo’n prachtig instrument vond. Een groot wonder, want daar was eigenlijk geen geld voor. Mijn leraar was Noud van Erp, de vader van documentaire-maker Michiel van Erp. Die had een eigen jeugdorkestje gevormd en ik mocht meespelen, daar was ik goed genoeg voor. Om de zoveel tijd traden we op voor onze ouders, voor familie. Ik vond het geweldig. Op een gegeven moment vertelde ik aan Noud dat ik ook kon zingen. Of ik dat eens mocht doen tijdens een optreden. Natuurlijk mocht dat, zei hij. Het was meteen een ongelooflijk succes. Er kwam een soort vreugde in mij. Alsof ik werd opgetild, alsof alle energie in mij samenbalde en naar buiten stroomde. Ik kreeg de hele zaal mee. Toen wist ik helemaal zeker dat ik zangeres wilde worden. Ik durfde het alleen nog niet te zeggen. Zoiets zei je niet tegen je vriendinnen, in die tijd. Dus vertelde ik maar dat ik tolk wilde worden – omdat ik talen ook prachtig vond.”

Wanneer viel die schroom weg?

“Toen ik een jaar of twaalf was. Ik zei het tegen de meester in de zesde klas: ‘Ik wil zangeres worden.’ Mijn buurjongen, Joep, heeft me vervolgens ‘ontdekt’. Hij gaf me op voor songfestivals is de buurt, die ik altijd won. Kreeg ik van die gigantische bekers met enorme oren mee naar huis. Joep had ook een bandrecorder. Hij vond het allemaal fantastisch wat ik deed en vond dat we maar eens iets moesten opnemen. Hij had zelfs een studiootje gebouwd en de maakte de allereerste opnames van mij. Pas veel later heeft hij me verteld dat hij met die opnames naar de platenmaatschappij van Addy Kleijngeld is gegaan; dat was de ontdekker van Heintje. Die vond het prachtig, maar niet commercieel genoeg. ‘Daar,’ zei Joep toen, ‘zult u nog eens spijt van krijgen,’ haha.”

null Beeld

Joep kreeg wel gelijk. Je won het Songfestival, hebt vele platen gemaakt, hits gehad, je zit nu bij een hip platenlabel en je stond op je 72ste in een uitverkocht Paradiso.

“O, Paradiso was een droom. Echt ongelooflijk. Ik was er weleens geweest, heb er ook een keer opgetreden met andere artiesten, maar nu stond ik er zelf. Het was te gek. Net als Excelsior, de platenmaatschappij. Ik heb nog nooit eerder zo’n bruisende platenmaatschappij gehad. Zij zijn totaal betrokken, ik voel me daar echt gedragen. En ze zijn avontuurlijk, dat past ook bij me. Ik houd niet van het vaste pad, niet van gezapigheid. De theaterwereld kan zo log zijn, soms, letterlijk en figuurlijk een wereld vol dikke muren. Ik houd van alternatieve podia, zoals Paradiso. Ik houd ervan om met wat muzikanten, apparatuur en instrumenten door het land te trekken. Als een stel zigeuners.”

Je man was lange tijd arts, een wetenschapper. Kan hij meegaan in jouw manier van leven?

“In het begin keek hij wel raar tegen me aan, wij moesten even naar elkaar toegroeien. Ik ben van jongs af aan al geïnteresseerd geweest in het spirituele, Rob is een aards iemand. Hij houdt van lange fietstochten, lekker koken en hij heeft een zakelijk talent, hij weet hoe hij mijn werk moet verkopen. Dat gaf in het begin weleens conflicten, want we begrepen elkaar niet altijd. Hij vroeg zich bijvoorbeeld af waarom ik zo vaak nee zei en niet zomaar overal wilde optreden. Om hem een plezier te doen zei ik dan weleens ja tegen iets waarvan ik wist dat het niet zou matchen. Stond ik daar tussen mensen die absoluut niet mijn publiek waren. Verschrikkelijk. ‘Hoe wring ik me hieruit?’, dat gevoel. Het moet goed voelen, dat is het belangrijkst. Ik doe liever iets voor niets dan dat ik geld verdien met iets wat niet prettig voelt. Maar Rob en ik zijn door de jaren heen in al dit soort dingen naar elkaar toegegroeid. Hij ziet in dat er waarheid zit in spiritualiteit en door hem kan ik af en toe uit mijn binnen-wereld komen, hij kan me laten landen. We hebben de balans gevonden.”

null Beeld

Hoe kwamen jij en Rob elkaar tegen?

“Bij een talkshow in Eindhoven. Rob was een van de organisatoren. Herman Pieter was daar te gast geweest. Wij zijn na onze tijd samen altijd vrienden gebleven en hij attendeerde de organisatie op mij. Hij vond dat het echt iets voor mij was. Rob kwam consumptiemuntjes uitdelen. Ik kreeg er twee, haha. Hij had een beetje een raar idee van mij, net als veel mensen dat hebben. Dat is die vrouw van dat ene liedje, Visite, dat idee. Maar hij bleek erg onder de indruk van mijn optreden daar en we raakten aan de praat. Hij is Joods, net als ik, en we bleken veel dezelfde mensen te kennen. Ik was in die tijd bezig met een fado-album en Rob schreef – en schrijft – zelf ook teksten: het leek hem mooi om een fadolied voor mij te schrijven. Dat wilde hij gaan doen in zijn huisje in Frankrijk. Hij kwam de muziek een paar dagen daarna ophalen. Hij droeg een alpinopet, ik weet het nog goed. Ik denk om indruk te maken op ‘die kunstenares’, haha. Het is hem aanvankelijk niet gelukt, die tekst, maar later wel – zoals we samen nog veel meer samen hebben gemaakt. En eigenlijk zijn we sinds die tijd bij elkaar. Die alpinopet heb ik alleen nooit meer gezien, haha.”

null Beeld

Lenny in het kort

Geboren 22 februari 1950, Eindhoven.

Won In 1969 met vier andere deelnemers het Eurovisiesongfestival met het nummer De troubadour.

Scoorde Een grote hit met het nummer Visite en maakte vele albums, waarvan het laatste afgelopen februari uitkwam: Lenny Kuhr.

Heeft twee kinderen uit haar eerste huwelijk en is sinds 2003 getrouwd met Rob Frank. Het stel woont onder de rook van Eindhoven.

null Beeld

Lenny’s favorieten

Accessoire “Mijn ketting van zwart koraal is speciaal voor mij gemaakt; ik heb hem van Rob gekregen. Mijn kleindochter Lihi vroeg of ze die later mocht hebben. Toen ze zich realiseerde dat ik dan wel eerst dood zou moeten gaan, schrok ze heel erg. Maar ze krijgt hem wel, haha.”

Muzikant “Ik draai de laatste tijd veel van Sting. En Paul McCartney. Hoe die man Blackbird speelt; om verliefd op te worden.”

Televisie “Ik kijk met hart en ziel naar de natuurdocumentaires van Richard Attenborough. Het is verbazingwekkend om te zien hoe de schepping in elkaar zit.”

Stad “Ik ben gek op Tel Aviv, maar ook op Amsterdam.”

Marcel LangedijkMarloes Bosch. Styling: Esther Loonstijn. Visagie : Astrid Timmer.

Op alle verhalen van Margriet rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@margriet.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden