null Beeld Mariël Kolmschot. Visagie: Nicolette Brøndsted.
Beeld Mariël Kolmschot. Visagie: Nicolette Brøndsted.

PREMIUM

‘Het is lastig om voor jezelf te kiezen als je moeder het zo moeilijk heeft’

Regisseur Oeke Hoogendijk volgde voor haar documentaire Housewitz vijftien jaar lang haar door de Holocaust getraumatiseerde moeder. Het hielp haar om haar moeder beter te begrijpen.

“Mijn moeder was trots op mij. Toen ik een gevestigde naam als documentairemaker werd, was ik soms te gast in culturele tv-programma’s waar zij altijd naar keek. Dan belde ze me huilend op, helemaal ontroerd. De radio en televisie waren haar lijntjes met de buitenwereld. Voor mijn film Het nieuwe Rijksmuseum won ik een Gouden Kalf en de Zilveren Nipkowschijf. Dat vond ze prachtig. Theatraal, intelligent en authentiek, zo kan ik mijn moeder het best omschrijven.”

Wie weggaat, komt nooit meer terug

“Ze was ook eigenzinnig en dominant, een echte Jiddische mama die altijd gelijk had. Door haar oorlogstrauma had ze flinke verlatingsangst. Zo had ze er ontzettend veel moeite mee als mijn twee broers en ik op vakantie gingen, dat was echt een trigger voor haar. Een dag voor vertrek sprak ze dan al niet meer met ons. Ik snapte dat wel. Mensen die weggaan, komen niet meer terug, was haar ervaring. Zij had immers haar vader en broer nooit meer gezien nadat zij door de nazi’s waren opgepakt.”

“Als kind vond ik haar leed altijd groter dan dat van mij, haar broer en vader waren immers in Auschwitz vergast en zij had in Westerbork en Theresienstadt gevangen gezeten. Er was weinig ruimte voor mijn emoties, want zij had het al zo moeilijk. Mijn ouders zijn gescheiden toen ik drie was. Als ik zei dat ik mijn vader miste, kon mijn moeder dat niet aan. Het schijnt dat ik als baby weinig huilde. Ik denk dat ik toen al instinctief aanvoelde dat zij te zeer in beslag werd genomen door haar eigen verdriet.”

Jaren in therapie

“Ik weet niet anders dan dat mijn moeder straatvrees had. Als pasgeboren baby lag ik acht weken in het ziekenhuis vanwege een gevaarlijke E. colibacterie. Het was echt kantje boord, maar zelfs toen weerhield mijn moeders fobie haar ervan om mij in het ziekenhuis te bezoeken. Mijn vader kwam wel, met gekolfde melk. Altijd bekeek ik dit verhaal vanuit mijn moeders perspectief. Dat het zo erg voor haar was om na alle ellende ook nog eens bijna haar dochter te verliezen. Toen ik het hier veel later met mijn therapeut over had, zei hij dat het voor een baby ook heel heftig is om wekenlang zonder moeder te zijn. Pas toen besefte ik dat ik niet alles vanuit mijn moeder moet bekijken en dat mijn gevoelens er ook mogen zijn.”

“Mijn moeder deed alles anders dan andere mensen. Ze hield niet van de dag, dus ’s nachts was ze wakker en overdag sliep ze. Ook al toen ik jong was. Dan kwam ik thuis uit school en lag zij met de gordijnen dicht in haar bed in de woonkamer; mijn moeder gebruikte zelf alleen de benedenverdieping van ons huis. Zachtjes sloop ik dan naar boven. Ik wilde altijd heel graag met mijn vriendinnetje mee naar huis. Haar moeder zat klaar met thee en vroeg hoe onze schooldag was geweest. Prachtig vond ik dat. Aan de andere kant was mijn moeder juist wakker toen ik later uitging en ’s nachts terugkwam van het dansen. Dan zat ik nog lekker met haar te kletsen. Soms schaamde ik me voor de troep bij ons in huis. Mijn moeder kon niets weggooien, ook een gevolg van de oorlog. In de kampen had ze namelijk niets. Ze had vooral moeite met voedsel weggooien. Ze at ook weleens dingen die over de houdbaarheidsdatum waren. En dan was ze er trots op dat ze er niet ziek van werd.”

Niet meer het huis uit

“Jarenlang is mijn moeder in therapie geweest bij de beroemde psychiater Andries van Dantzig en er waren periodes dat ze dankzij medicatie wel mondjesmaat buitenkwam. Maar er kwam altijd weer een terugval en de laatste dertig jaar van haar leven kwam ze helemáál niet meer haar huis uit. Ik wilde haar altijd ‘redden’, dat is typisch iets voor tweede-generatieoorlogsslachtoffers. Mijn broers en ik voelden ons verantwoordelijk voor haar en ze legde ook veel druk op ons. Daar was ze heel bedreven in. Dan belde ze dat de boodschappenservice de aardbeien was vergeten en dan vloog ik alweer voor haar naar de groenteboer. Het is lastig om voor jezelf te kiezen als je moeder het zo moeilijk heeft.”

null Beeld

Terugkerende nachtmerries

“De oorlog was een soort huisgenoot voor mijn moeder, hij is altijd bij haar gebleven. Soms kon ze op een luchtige toon zeggen dat er wel wat lekkers in huis moest zijn, ‘anders wordt het hier net Westerbork’. Rondom haar bed had ze haar eerste levensbehoeften staan: koekjes, een kop thee, de telefoon en een koptelefoon. Dat noemde ze haar Westerbork-hoekje, want in het kamp had ze rond haar brits haar schamele bezittingen uitgestald. Onbewust bouwde ze het kamp na. Want ook thuis leefde ze in één ruimte en kon ze niet meer naar buiten.”

“De veiligheid die haar als meisje is afgenomen, kon ze later nooit meer terugvinden. Ze had terugkerende nachtmerries, waarin ze verdwaalde en niet meer de weg naar huis kon vinden. Lange tijd sliep ze met haar huissleutel om haar nek. Als ze door een noodgeval, bijvoorbeeld brand, toch haar huis moest verlaten, kon ze in elk geval daarna weer naar binnen. Ze had een diepgewortelde angst dat ze niet meer naar de veiligheid van haar huis kon. Ik herken dat. Ik heb een huis in Frankrijk en vind het, uit diezelfde vrees om te verdwalen, doodeng om daarnaartoe te rijden, maar ik doe het toch. Ik stort me erin en ga door die angst heen.”

Lange brieven

“Natuurlijk heb ik mijn moeder op sommige momenten gemist. Ze is nooit op mijn verjaardag geweest, nooit in mijn huis geweest, ze was er niet bij toen ik afstudeerde. Maar ik heb daardoor wel geleerd om al jong mijn eigen boontjes te doppen. Ik ben soms verbaasd als ik zie hoe sommige kinderen worden gepamperd. Ik ging op mijn zeventiende al alleen als au-pair naar Parijs. Andere au-pairs kregen dan bezoek van hun moeder, ik niet. Maar mijn moeder was wel heel betrokken en stuurde me heel mooie, lange brieven toen ik in Parijs zat. Die heb ik in een speciaal doosje bewaard.”

Machteloos gevoel

“Vijftien jaar geleden besloot ik mijn moeder te gaan filmen. Als mensen naar mijn moeder vroegen, viel het heel moeilijk uit te leggen hoe ze was. Ik dacht: ik moet haar manier van leven en haar authenticiteit op film vastleggen. Toen ik haar voorstelde om een documentaire over haar te maken, was ze meteen enthousiast. Maar door haar grilligheid was mijn moeder lastig om mee te werken. Tijdens het filmen kreeg ze ineens genoeg van steeds een crew in haar huis. Het was nota bene mijn moeder zelf die voorstelde om over te stappen op webcams. Die beelden waren voor mij soms pijnlijk, bijvoorbeeld als ik haar in zichzelf zag mompelen over haar doodswens. Ik zag haar strijd om de dag te overmeesteren. Zo dicht bij haar pijn was ik nog nooit gekomen. Het hielp me om haar trauma nog beter te begrijpen, ik zag waarin ze gevangen zat.”

Moeder als filmpersonage

“Het maken van de film heeft mij ontzettend geholpen om van mijn moeder los te komen. Ik had altijd het gevoel dat ik mijn moeder moest helpen en alles moest verzachten. Maar als filmmaker kon ik uit de dochterrol stappen. Door mijn moeder als filmpersonage te gaan zien, leerde ik afstand van haar te nemen. Ik kon ook meer van haar als filmpersonage genieten. In de film zit een scène waarin ze mij de muziek van dj Tiësto laat horen en erop gaat dansen. Dat vond ik zó origineel van haar; een vrouw van over de negentig, die de housemuziek ontdekt.”

“Steeds word ik geraakt door het fragment dat ze mij belt en snikt dat ze al de hele dag in Westerbork zit en er niet meer tegen kan. En dat ik niets kon doen om haar te helpen. Ze wílde ook niet worden getroost. ‘Wat heb ik nou aan een arm om me heen?’ zei ze letterlijk. In wezen deelde ze haar verdriet niet echt met ons. Ik kon haar niet bevrijden uit het kamp en die machteloosheid was moeilijk en maakte me soms boos. Maar de compassie overwon vaak. Na een bezoek aan haar kon ik naar huis, naar mijn leuke leven met vrienden en fijn werk. Zij zat daar maar altijd, tussen die vier muren.”

Knagend schuldgevoel

“Mijn documentaire Housewitz reikt verder dan alleen de oorlog. Eigenlijk laat-ie vooral zien hoe iemand met een trauma omgaat. En dat hoeft niet de Holocaust te zijn. Het is een universeel thema. Ik hoop dat mensen door mijn film beter begrijpen hoe het is om te leven met een trauma. En ergens is het ook een hoopvol verhaal, want je ziet wel hoe mijn moeder een manier heeft gevonden om met haar verleden om te gaan. Je ziet haar genieten van muziek en haar eigen gezelschap, ze was ook het liefst alleen.”

“Anderhalf jaar geleden is ze overleden. Thuis, zoals ze graag wilde. Als dochter had ik een vreemd soort symbiose met haar. Ik zorgde zo veel mogelijk voor haar, dus na haar dood viel er een deel van mijn levensdoel weg. Maar eerlijk gezegd was haar overlijden ook een opluchting. Ze voelde als een grote verantwoordelijkheid en ik had altijd last van een knagend schuldgevoel. Dat ik vaker naar haar toe moest en eigenlijk meer voor haar kon doen.”

Venster naar de buitenwereld

“Ik mis haar tegendraadse manier van kijken naar de wereld, haar humor en haar originaliteit. Haar mening was altijd anders dan je zou verwachten. Zo vond ze corona top, omdat mijn broers en ik daardoor meer tijd voor haar hadden. Ik wil ook zeker geen klaagzang over mijn moeder houden, want ze heeft absoluut dingen goed gedaan. Mijn broers en ik zijn allen goed terechtgekomen. Mijn liefde voor taal heb ik echt van haar. Ze had een enorm vocabulaire, was verbaal heel sterk en ze had veel gelezen. Ook kon ze heel lief en warm zijn. Toen ik als twintiger een keer liefdesverdriet had, is ze ’s nachts naar me toe gekomen om mij te troosten. Dat was voor haar natuurlijk heel wat, maar ze kon boven zichzelf uitstijgen als ze voelde dat ik haar echt nodig had.
De tv was haar venster naar de buitenwereld. Ze keek altijd naar een Duits programma over treinreizen: Die schönsten Bahnstrecken. Zo reisde ze vanuit haar huiskamer over de hele wereld. Dan zei ze: ‘Ik was vannacht weer in Italië.’ Heel inventief van haar. Dan moet je toch wel een grote geest zijn. Eigenlijk heb ik veel bewondering voor haar.”

De film Housewitz draait vanaf 5 mei in de bioscoop.

Anne BroekmanMariël Kolmschot. Visagie: Nicolette Brøndsted.

Op alle verhalen van Margriet rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@margriet.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden