‘Een overweldigend vrijheidsgevoel overvalt me als ik in de auto stap. Maar ik rijd nooit écht naar Parijs. Wel naar de glasbak’

Deel dit artikel:

Journaliste Marjan van den Berg is getrouwd en heeft drie dochters en twee kleinkinderen.

Elke keer als ik in mijn auto stap, denk ik: ik kan net zo goed naar Parijs rijden. Dat doe ik natuurlijk niet. Ik moet naar het postkantoor of naar een werkafspraak in Amsterdam. Of naar de glasbak. Ik weet trouwens niet wat het is met zo’n glasbak, maar ik schuif dat klusje het liefst op het lijstje van Jan. Als ik zelf die flessen in dat gat duw, heb ik de neiging om tegen bekenden die langskomen verontschuldigend te roepen dat ik dit maar één keer per maand doe. En dat ik veel appelmoes eet. In potten. Om maar te zwijgen over mijn gebruik van olijfolie.
Maar ik kan dus naar Parijs. Want ik heb een auto. Ik was achttien toen ik mijn rijbewijs haalde. Mijn vader liet me één keer rijden in zijn Vauxhall Viva en besloot toen dat het voor iedereen beter was het bij die ene keer te laten. Twee jaar later kocht ik mijn eerste auto. Een 2CV4. Beter bekend als eend. Ik stapte erin, moest een hele dag oefenen op de versnelling, want zo’n eend schakelt heel anders dan het Fordje waarin ik twintig lessen had gereden en ook heel anders dan die Vauxhall van mijn pa, waarin ik dus een keertje mocht toeren, maar toen ik het eenmaal doorhad, dacht ik: ik kan naar Parijs! Ik kan gewoon naar Parijs!
Dat ging ik dan ook. Met een vriendin. Met de trein. We waren er precies twee dagen. De eerste dag werden onze portemonnees gerold, terwijl we in de rij stonden voor het Louvre. De volgende ochtend gingen we naar huis. Blut.
Die ongelukkige ervaring heeft niets veranderd aan mijn weerkerende gelukkigmakende gedachte: ik kan ook gewoon naar Parijs. Nee, dat doe ik deze keer niet. Ik ga gewoon naar de pedicure. Maar het kan wel!
Jan kent mijn overweldigende vrijheidsgevoel bij het in een auto stappen. Nu staat er inmiddels al twee jaar weer een eendje in de garage. Een eendje uit 1983, smetteloos wit en puntgaaf. Daar gaan we soms een stukje mee rijden. Dan wijst hij: “Hier rechts! Nu rechtdoor, linksaf, wil je al naar huis? Nee? Dan nog even rechts en de volgende weer rechts.”
Eenmaal thuis vraagt hij: “Voel je je nu weer net zo vrij als vroeger?”
Nee. Zo werkt het niet. Ik moet er alleen in stappen. Dan denk ik meteen aan Parijs. Want het gekke is, ik ben er nooit echt geweest. Behalve die twee onzalige dagen met die vriendin. Ik heb zelfs de Eiffeltoren nog nooit gezien en van het Louvre alleen de buitenkant.
Vandaag of morgen stap ik in en dan bel ik een paar uur later naar huis.
“Jan! Ik heb het eindelijk gedaan! Ik ben niet naar de tandarts gegaan. Ik zit in Parijs!”

Benieuwd hoe het er bij Marjan thuis aan toegaat? Kijk op margriet.nl/marjan.

Foto | Ester Gebuis

Deze column is afkomstig uit Margriet 2017-41. Je kunt deze editie nabestellen via Magazine.nl.

Op de koffie bij Marjan

Lees ook

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox? Schrijf je in op margriet.nl/nieuwsbrief