“Het busje haalt ons met gierende banden in en trapt vervolgens boven op zijn rem.”

Deel dit artikel:

Journaliste Marjan van den Berg is getrouwd en heeft drie dochters en twee kleinkinderen.

“Oma, hij rijdt heel dicht achter ons.” Sofie heeft het busje nu ook opgemerkt. Ik houd hem al een tijdje in de gaten via m’n spiegels, want hij zit bovenop mijn bumper, vastbesloten om te passeren zodra dat mogelijk is. In dit dorp mag je vijftig. Ik rij 55, op mijn cruisecontrole, vanwege de aftrek van vijf kilometer als ze je snelheid opmeten. Dan zit ik dus net goed. Je mag hier trouwens niet inhalen. Hobbels in de bestrating en diagonaal geplaatste betonnen bakken moeten de snelheid indammen. Hij kan er niet langs. “Even remmen,” raadt mijn wereldwijze kleinzoon aan. Hij zit naast me en kijkt op mijn snelheidsmeter. Uiteindelijk weet je het nooit met oma’s. Voor hetzelfde geld sukkelen die met een gangetje van twintig over de weg en zit de man in dat busje zich terecht op te winden. Hij ziet hoe hard ik rij en knikt tevreden. En hij legt me uit dat mijn remlichten oplichten als ik mijn rempedaal aantik. Dan houdt die bestuurder wel afstand.
“Dat weet ik, Seth,” zeg ik. “Maar dat is gevaarlijk.” Onderwijl vraag ik me af wat ze die kinderen tegenwoordig op die leeftijd allemaal leren. Hoe kom je aan zoveel wijsheid op je tiende? Dat legt hij me uit.”Als ik straks rijles krijg, rij ik zo weg. Ik weet alles al.”  “Dan mag jij een keer in mijn auto. Op een parkeerplaats,” beloof ik. Hij kijkt me zo geschrokken aan, dat ik besef dat dat nu ook weer niet de bedoeling is. Maar ondertussen zitten we nog steeds met die klever.

Midden op de 30-kilometerzone bij de basisschool, waar ik dus 35 rijd, zit de auto zo dicht achter me, dat Sofie op de achterbank gilt. “Hij rijdt ons aan!” Ik rem. Ik sta stil. De bus stopt op een millimeter van mijn achterbumper. Ik stap uit, loop naar het raam van het busje en steek een preek af tegen de bestuurder die alleen maar op zijn voorhoofd tikt. Twee wandelaars steken hun duim op. Een schoffelaar in een tuin knikt goedkeurend. Iedereen hier weet hoe bespottelijk hard mensen door het dorp rijden. Dat iemand zijn ongenoegen daarover tegen een dicht autoraam staat te schreeuwen, is ontzettend bevredigend. Maar dat is wel tijdelijk, want als we verder rijden, haalt het busje ons met gierende banden in en trapt vervolgens bovenop zijn rem. Daar staan we dan. Stil. “Ga je er nu weer uit, oma?” vraagt Seth. “Ik kijk wel uit,” zeg ik. We wachten. Er is voor die man niet veel aan zo. Een minuut of vijf later geeft hij vol gas en verdwijnt uit het zicht. Thuis bel ik de wijkagent. Die wil meteen actie ondernemen. “Het kenteken?” Dan pas besef ik dat vijf minuten echt lang genoeg is om een foto te maken van een nummerplaat. Dan pas.

Dit is afkomstig uit Margriet 2018-37, deze editie is te bestellen via Magazine.nl.

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox? Schrijf je in op Margriet.nl/nieuwsbrief

Foto | Ester Gebuis