Marjan: ‘De verkoopster van de daklozenkrant haalde haar schouders op en spuugde naast me op de stoep. Daarna gaf ik haar mijn vijftig cent’

Deel dit artikel:

Journaliste Marjan van den Berg is getrouwd en heeft drie dochters en twee kleinkinderen.

“Hallo! Krantje? Ja? Nee?” Hij danst op en neer, zwaait met een krant en houdt onderwijl zijn mobiel aan zijn oor. Als ik nee schud, belt hij verder. In het Roemeens. Of in het Bulgaars. Daar wil ik vanaf wezen. Hij stond dit voorjaar geregeld voor de supermarkt. Hij zong soms Roemeense liedjes. Of Bulgaarse misschien.

Maar het blijft lastig om je volgeshopte kar langs iemand te duwen die je in één blik toont dat het niet eerlijk is verdeeld in de wereld.

Van de zomer was hij weg. Misschien had hij iets anders te doen. Zijn moeder was er af en toe, met een jonger broertje en een kleine zus. Aardige vrouw, lieve glimlach, zwarte sjaal om haar hoofd en lange rokken. Ik gaf haar af en toe het muntstuk uit m’n winkelwagentje. Ik hoefde die krant niet. Maar het blijft lastig om je volgeshopte kar langs iemand te duwen die je in één blik toont dat
het niet eerlijk is verdeeld in de wereld. Dus ik gaf geld om mijn geweten te sussen. En ik vroeg me elke keer af of die kinderen niet naar school moesten. Zelfs kinderen van een dakloze moeder
hebben in Nederland recht op onderwijs, dacht ik. Toen ik moed had verzameld en het aan haar vroeg, keek ze me glimlachend aan, haalde haar schouders op en spuugde naast me op de stoep. Daarna gaf ik haar mijn vijftig eurocent.

Haar plaats werd ingenomen door opa die een liedje kende op de accordeon, maar dat nog veel moest oefenen. Dat deed hij op de stoep naast de winkelwagentjes en wij gooiden onze winkelmunten in de hoed die hij voor zijn voeten had gelegd. Sommigen betaalden hem om even te stoppen met spelen. Echt talent had hij niet. Maar doorzettingsvermogen genoeg.

Opa verdween laat in het najaar. Kleinzoon kwam terug. Misschien zijn ze geen familie van elkaar. Dat kan ook. Ik zoek op internet naar ‘daklozenkrantverkopers’ en vind antwoorden. Roemeense bendes. Mensenhandel. De Herbergkrant, die de kleinzoon voor mijn Noord-Hollandse supermarkt verkoopt, is bestemd voor de regio Zwolle. En de badge die iedere krantenverkoper duidelijk zichtbaar moet dragen, heb ik nog nooit gezien. Niet bij de moeder, niet bij de opa en niet bij de kleinzoon.

“Nee.” Ik schud mijn hoofd. Geen krantje. Hij mompelt me iets na. Ik denk dat hij mij, mijn kinderen en mijn kindskinderen nu hartgrondig vervloekt. Niet in het Bulgaars dus. Maar in het Roemeens. Ik ben wel iets wijzer nu. Maar ik zou willen dat ik me ook beter zou voelen. Omdat ik er niet intrap. Dat is helemaal niet zo. Ik kijk naar mijn volle boodschappenkar en ik hoop eigenlijk alleen maar dat hij vanavond ook ergens een warm bed heeft. En lekker eten. En iemand die van hem houdt. Of accordeon voor hem speelt.

Deze column is afkomstig uit Margriet 2017-48. Je kunt deze editie nabestellen via Magazine.nl.

Foto | Ester Gebuis

Margriet 48-49

 

 

 

 

 


Een kijkje nemen bij Marjan thuis? Margriet ging bij haar op de koffie!

Lees ook andere columns van Marjan
De blonde leukerd geeft me drie zoenen en dan roept ze, zoals elk jaar: ‘En nu voorlezen, wat zalig!’
Zelfs al steken ze niet, een opgewonden horde hommels rond je oren en neusgaten is niet zo prettig
Ik weet meestal niet hoe ze heten, maar we delen ons dorp

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox? Schrijf je in op Margriet.nl/nieuwsbrief