Marjan van den Berg: ‘Zelfs al steken ze niet, een opgewonden horde hommels rond je oren en neusgaten is niet zo prettig’

Marjan van den Berg

Deel dit artikel:

Journaliste Marjan van den Berg is getrouwd en heeft drie dochters en twee kleinkinderen.

“Ze vallen aan!” Jan zet het apparaat uit waarmee je grasjes tussen de steentjes wegborstelt en kijkt verbaasd om zich heen. Daar zoemt een opgewonden horde hommels.
“Steken ze?”
“Ik geloof het niet. Maar voor de zekerheid doe ik dat stukje wel met een mesje.”
De hommels hebben het vogelhuis gekraakt. Althans, een deel daarvan. In de linkerwoning zit een kwikstaart, wat wonderlijk is. Ik heb nooit eerder een kwikstaart in ons vogelhuis gezien. Wel heel wat mussen, pimpelmezen en koolmezen. In de middenwoning en aan de rechterkant zijn de hommels de baas. Wat ze daarbinnen doen, zie ik pas in het najaar. Dan zijn ze vertrokken, volgens de informatie op internet. En dan kan ik zien wat voor prachtigs ze hebben gebouwd in de nestkasten. Maar misschien valt dat vies tegen.

In elk geval zijn ze enorm druk in en rond de nestopeningen. Ze vliegen af en aan en dat is natuurlijk super, want ik verwacht dankzij hun inzet een enorme appeloogst voor mij en alle buren.
Om over de peren en de pruimen maar bescheiden te zwijgen. En ze hebben een hekel aan lawaai. Ze vlogen Jan vanwege dat grasborstellawaai letterlijk aan. In slagorde. En zelfs al steken ze niet, een opgewonden horde hommels rond je oren en neusgaten is niet zo prettig. Ineens besef je als mens wat voor kwetsbare openingen je allemaal hebt. En je kunt ze niet preventief afsluiten. Doodeng.
Ooit rende ik door de Hortus in Maastricht, op de vlucht voor een zwerm bijen. De imker had de koningin uit de korf gehaald en het volk was in rep en roer. Blijkbaar vermoedden ze dat de majesteit zich in mijn haardos had verstopt. Ze wilden er allemaal in om haar te zoeken. Ik heb zelden zo hard gegild en absoluut nooit meer zo hard gerend als toen.
Dat hoeft Jan niet. Zodra het geluid is verstomd, keert de groep terug in de kast. Ze gedogen het zachte geschraap van het aardappelmesje. En ze belonen ons door te badderen in de rozebottelrozen, die wijd openstaan. Ze gaan erin liggen, zoals onze Bente soms op het grasveld
ligt te rollen; op hun rug in wolken stuifmeel. Dan keren ze zich om, baden hun pootjes in de gele draadjes; hun hele lijf wordt zwaar bepoederd. En weer om en om. We zitten ernaast en we kijken.
Ik herken de ontroering. Ik voelde het voor de Pietà van Michelangelo in de Sint-Pietersbasiliek in Rome. En ik voel het weer.
Bij een hommelop z’n rug in een rozebottelroos.

Foto | Ester Gebuis

Deze column is afkomstig uit Margriet 2017-34. Je kunt deze editie nabestellen via Magazine.nl.

M34 cover

kijk ook

Lees ook andere columns van Marjan

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox? Schrijf je in op Margriet.nl/nieuwsbrief