Marjan heeft een kippenwens, en dít is waarom

Marjan van den Berg

Deel dit artikel:

Journaliste Marjan van den Berg is getrouwd en heeft drie dochters en twee kleinkinderen.

“Je moet elk jaar een naam geven. Dat las ik laatst ergens. Dat geeft betekenis aan het jaar.” Oudste dochter knikt me ernstig toe.
“Het jaar van de Kip.” Ik zeg het meteen. Ik denk er geen seconde over na. De kip. Die zit vooraan in mijn hoofd. De kip wil eruit. 
De tuin in.
Dochter is meteen enthousiast; echtgenoot Jan stort in. We hebben het er al zo vaak over gehad. Dat het zo leuk is, van die scharrelende kippen. Dat de mensen die jaren op nummer 1 woonden ook van die lollige kippen hadden. Dat de buurvrouw van nummer 9 die kippen ooit in haar tuin betrapte op gescharrel en dat meldde aan de buurman van nummer 1. “Rob, jouw kippen lopen op mijn erf!” En de buurman, hoofdschuddend: “Gerda, dan gaan ze echt te ver.”

Er is altijd iets leuks met kippen. Hoewel ik de gedachte weer even liet varen toen oudste dochter opmerkte: “Dan ga jij eitjes verkopen langs de weg. En dan ben jij voortaan het eiervrouwtje van het dorp.” Kijk, daar ligt mijn ambitie nu weer niet. De kippenwens zakte iets terug. Tot ik spontaan riep dat het nu het jaar van de Kip moest zijn. Als een wens zó diep zit, moet hij vervuld. We kunnen midden op dat grasveld gemakkelijk een kippenhok met een flinke ren kwijt. Bovendien zitten daar zó veel mollen, dat de mollenvanger kind aan huis is. Het gazon is toch al naar de haaien. Die kippen moeten nog uitkijken dat ze straks niet in een mollengang storten.

“Kippen zijn rare beesten. Ze voeren oorlog,” zegt Jan. We kijken naar twee concurrerende kippenkampen in het weiland een paar boerderijen verderop. Daar heeft een handige boerin een toompje witte kippen gekocht en zij verkoopt nu scharreleitjes langs de weg. Dus in de functie van kippenvrouwtje is gelukkig al voorzien.
 Een week nadat zij de kippen had ondergebracht op een half weiland met daarop een ouwe caravan, brak dat schandaal uit omtrent Fipronil. Alle eieren waren ineens verdacht, behalve natuurlijk die van haar. De eieren waren niet aan te slepen, dus het eiervrouwtje kocht een tweede toompje bruine kippen. Al snel bleek dat die 
kippen elkaar niet aardig vonden. Het werd een slagveld.
 Het kippenvrouwtje verhuisde de bruine kippen naar een weiland verderop. Weilanden zat, gelukkig. Zolang ze elkaar niet zien, gaat het goed. Maar zodra de witte kippen lucht krijgen van het andere volk, stappen ze in slagorde met gestrekte poten in de richting van de vijand. Het is fantastisch om te zien. Ik sta soms een kwartier ademloos te kijken hoe een groepje van tien kippen een charge uitvoert. “En jij wilt kippen,” zegt Jan dan. Vorig jaar was het jaar van de Haan. En dit is mijn jaar van de Kip. Dan maar oorlog.

Deze column is afkomstig uit Margriet 2018-13. Je kunt deze editie nabestellen via Magazine.nl.

Foto | Ester Gebuis

Lees ook andere columns van Marjan
Marjan vertelt over haar goede voornemens, en hoe ze die elk jaar weer uitstelt’’
Marjan vertelt over haar ervaring in Rome: ‘Dit dier had voor mij niet hoeven sterven.’’
Dít vindt Marjan van de moeders op basisscholen

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox? Schrijf je in op Margriet.nl/nieuwsbrief

Redactie Margriet