Marjan van den berg: ‘Ik kan er niks van, van omgaan met verdriet. Ik weet totaal geen raad met tranen. Laat staan dat ik er een tekst bij kan vinden’

Deel dit artikel:

Journaliste Marjan van den Berg is getrouwd en heeft drie dochters en twee kleinkinderen.

“Ik verlang weleens terug naar dat gevoel van eeuwigheid,” zeg ik tegen mijn broer. Ik vrees meteen dat hij niet begrijpt wat ik bedoel. Maar dat doet hij wel. Hij vertelt van dat ene moment; hij fietste langs de singel en alles klopte: het gras was van het perfecte groen, alles geurde, de zon scheen en hij bewoog in volmaakte harmonie met de wereld. Hij was vijftien. Hij was voor altijd. “En dan is het ineens weg. Dan weet je weer dat niets voor eeuwig is,” zegt hij. Hij schuift de garnalen naar me toe. “Eet. Lekker. Neem ook van die paling. Er is nog veel meer zalm. Eet!” Dat doen we dan maar. We eten en denken aan alles wat niet eeuwig was en waar we afscheid van moesten nemen. Dat vertalen we niet in woorden. Veel te ingewikkeld. We praten over boeken en over politiek en ruziën over kranten en televisieprogramma’s. Ik heb een tijdlang gedacht dat er in mijn kring nooit iemand zou sterven. Dat is een rare gedachte. Dat snap ik achteraf best. Maar mijn ouders waren er al niet meer en waarom zou iemand overlijden die net zo oud is als ik? Nee, zeg nou zelf. Sterven doe je als je oud bent. Er waren natuurlijk wel kennissen van kennissen die veel te jong stierven, maar dat was nooit in de kring direct naast mij. Altijd een paar uienschillen verderop. Heb ik even niet opgelet? Zag ik niet dat mijn geboortejaar steeds vaker voorkwam in rouwadvertenties? Dat ik zelf opschoof in de richting van de leeftijd waarvan ik vroeger dacht: nou, die heeft toch al een mooi leven achter de rug? Er vindt ineens een kaalslag plaats rondom mij. Mensen worden heel erg ziek. Maken vreselijke dingen mee. Leggen soms hun hoofd op mijn schouder. Ik sla af en toe mijn armen om hen heen. En ik kan er niks van, van omgaan met verdriet. Ik weet totaal geen raad met tranen. Laat staan dat ik er een tekst bij kan vinden. Met mijn broer is het helemaal een ramp. Als je samen je zusje inlevert, zou je daar misschien over moeten praten. Zeker als je twee uur moet rijden, voordat je elkaar ziet. Maar praten lukt ons niet. Dus eten we. Ik eet zo veel vis, dat ik bijna ontplof. Dat stemt hem zeer tevreden. Hij heeft het met zorg uitgezocht: fantastische paling, bijzondere zalm en handgepelde garnalen. Twee kilo zwaarder hijs ik me in mijn auto. Hij staat ernaast, vertelt me dat ik voorzichtig moet rijden en flapt er dan tot zijn eigen ontsteltenis uit: “Het valt niet mee, hè?” Ik schud mijn hoofd. “Nee, het valt zeker niet mee.” “Nou, sodemieter nou maar op,” zegt hij. Zoiets ontzettend liefs heb ik hem nog nooit horen zeggen.

Foto | Ester Gebuis

Deze column is afkomstig uit Margriet 2017-23. Je kunt deze editie nabestellen via Magazine.nl.

cover

Bekijk ook onderstaande vlog van Marjan van den Berg:

Ook leuk om te lezen:

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox? Schrijf je in op Margriet.nl/nieuwsbrief