Marjan van den Berg: ‘Ik knap altijd erg op van een uurtje aan tafel bij mijn buurvrouw. Na een bezoekje huppel ik lichter naar huis’

Deel dit artikel:

Journaliste Marjan van den Berg is getrouwd en heeft drie dochters en twee kleinkinderen.

“Je hebt het veel te druk,” zegt mijn buurvrouw. Ik crash bij haar aan tafel voor koffie, koekjes en wijsheid. Ze heeft ze alledrie altijd paraat en is nooit te beroerd om mij bestraffend toe te spreken. Over kinderen, die je maar claimen, over alle honden die je maar steeds te logeren neemt, over al dat werk en al die drukte en over te veel hooi op een krimpende vork. Want daar zit het hem in, weet mijn buuf. Je vork krimpt, naarmate je ouder wordt. Er past niet meer zo veel hooi op. En als je al enorme balen hooi hebt lopen versjouwen, duurt het lang voordat alles is hersteld. Langer dan vroeger. Veel langer. Dus schiet het in je rug en kraakt het in je hoofd. “En ik weet wel dat een hoop mensen me uitlachen, als ik gewoon drie weken in Drenthe voor mijn caravan ga zitten. Maar daar knap ik altijd reuze van op,” zegt ze. Nu is het helemaal niet zo dat die buuf nooit verder komt dan Drenthe. Ze heeft in een helikopter boven de Grand Canyon gehangen, peddelde met een korjaal door Suriname en heeft goede herinneringen aan Cambodja en Vietnam. Om maar een paar exotische dwarsstraten te noemen. Maar als het op rust aankomt, zweert ze bij Drenthe. Of Oost Groningen. Of de Achterhoek. Ik knap altijd erg op van een uurtje aan haar tafel. Ze laat me lapjes zien, waarmee ze haar volgende quilt gaat maken. Ze verklapt geheimen, waardoor ze mijn problemen in een ander licht zet, en spiegelt haar leven en haar worstelingen aan de mijne. Ze deelt. Dat scheelt vaak precies de helft van het gewicht waarmee ik rondloop. Dus ik huppel altijd lichter naar huis na een bezoekje. “Ik heb zelfs therapeutische foto’s van Drenthe,” vertelt ze. Ze zoekt ze speciaal voor me op. Op het plaatje zie je haar hond Youp, een wonderlijk eigenzinnige borderterriër, vlak voor een veld met suikerbieten. Zijn rug naar haar toe, zijn ogen gericht op de bieten. Zo kan hij uren zitten, vertelt ze trots. Ze knikt me nu plechtig toe, alsof ze me inwijdt in een groot geheim. “Zo kan hij uren zitten…” herhaal ik suffig. Want ik snap er nog niks van. Dus gaat ze alvast een papiertje voor me pakken en een pen. Ik krijg het op een briefje. Buuf schrijft voor: ‘Je gaat héél lang zitten kijken naar een veld suikerbieten. Die groeien héél langzaam. Daar word je héél rustig van.’ Ik deel dit recept graag met iedereen die het kan gebruiken. Als je nu begint, kun je nog heel lang kijken. Ze rooien die bieten pas in september.’

Foto | Ester Gebuis

Deze column is afkomstig uit Margriet 2017-25. Je kunt deze editie nabestellen via Magazine.nl.

Bekijk ook onderstaande vlog van Marjan van den Berg:

Ook leuk om te lezen:

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox? Schrijf je in op Margriet.nl/nieuwsbrief