Kleding opvouwen saai? Aaf heeft dé tip om het weer leuk te maken

Deel dit artikel:

Aaf Brandt Corstius is schrijfster. Ze woont samen met Gijs, hun zoon Benjamin (8) en dochter Rifka (7).

Twee van mijn meest gehate klussen in huis zijn de was opvouwen en de afwasmachine uitruimen. Ik denk dat het er iets mee te maken heeft dat in mijn hoofd de klus al geklaard is als de was of de afwas schoon is. Maar dan is de klus juist helemaal niet geklaard, dan komt het meeste werk; al die kleren vouwen en al die kopjes en messen en vorken terugzetten op de plek waar ze horen. En dat is saai. Vooral omdat het elke dag moet.

Dus heb ik het uitruimen van de afwasmachine in de loop van de tijd stiekem uitbesteed aan Gijs, en ik heb het idee dat hij het vouwen 
van de was heeft uitbesteed aan mij, want ik doe dat altijd. Hij heeft een paar keer zó slecht kleren gevouwen, dat ik zei: ‘Laat mij dat voortaan maar doen.’ Een beproefde ouwe truc.
Vele manieren heb ik bedacht om de was vouwen minder saai en
 eentonig te maken. Ik luister naar podcasts, ik doe al het vouwwerk achter elkaar in een keer of ik doe het juist in kleine beetjes tussen twee dingen door, zodat ik het zogenaamd niet merk. Maar het bleef saai.

Toen had ik ineens iets nieuws bedacht. Ik ging de was, gezeten op
de trap naar zolder, opvouwen terwijl de kinderen in bad zaten.
Een beetje een onhandige pose, en er was ook weinig ruimte om de kleren neer te leggen op die traptree, maar dat was juist het idee. Als ik op de traptree zat, redeneerde ik, leek het alsof ik daar maar heel even was neergestreken, en dan kon ik dus niet met een saaie, lange klus bezig zijn.

Na een tijdje merkte Gijs dat ik elke avond op die traptree zat met al die kleren om me heen. “Waarom doe je dat hier?” Ik probeerde het uit te leggen: “Dan lijkt het alsof ik het en passant doe. Dan is het niet zo’n grote klus die het hele bed inneemt. En dan is het net alsof het heel weinig werk is.” Hij lachte me lichtelijk uit en zei dat ik er zielig uitzag. Alsof ik een huisslaaf was die vanaf een smalle traptrede al haar werk moest verrichten.

Elke avond als hij langs mijn vouwbezigheden op de traptree liep, vroeg hij: “Gaat het wel, arm sloofje?” Dat was grappig, maar het
 was niet de bedoeling dat er ook maar enige aandacht was voor mijn gevouw. Want dan werd het weer een klus. En ik probeerde net te doen alsof het een amper merkbare bezigheid was.

Het huishouden lijkt wel zo banaal en praktisch, maar er zit een diepe menselijke psychologie achter de hele uitvoering.

Fotografie | Ester Gebuis
Styling | Odette Simons en Nicky Groenewoud (assistent)
Visagie | Tirzah Waasdorp

Deze column is afkomstig uit Margriet 2018-18. Je kunt deze editie nabestellen via Magazine.nl.

Ook leuk en interessant om te lezen

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox? Schrijf je in op Margriet.nl/nieuwsbrief

Bekijk ook

Ga je mee op de koffie bij Aaf?