Het strand: Marjan kun je er met zon niet meer vinden. En daar heeft ze haar redenen voor…

Deel dit artikel:

Journaliste Marjan van den Berg is getrouwd en heeft drie dochters en twee kleinkinderen.

“Ik neem ze mee naar het strand.” Jan kijkt naar de honden.
 Op raadselachtige wijze is er weer meer dan één logee, dus er
 kwispelt heel wat bij het woord ‘strand’. “Ga je mee?” Ik kijk eens naar buiten en aarzel. Vroeger woonde ik op fietsafstand van het strand. En omdat het in mijn jeugd nooit regende, lag ik daar zomers lang. Want daar lagen al mijn leeftijdsgenoten ook. Maar dat eeuwige zand was een ramp.
 Het kroop in je bikinibroek, kleefde aan je lijf, zat in je oren en tussen je boterham met het slappe glimmende plakje kaas. Aan het eind van de dag ging de ene helft van het strand mee in je tas en de andere helft zat in je schoenen. Ik vond het armoede en nam me voor ooit, later, als ik veel geld verdiende, altijd te zonnen op een gehuurd bedje in de nabijheid van bediening.

Maar eerst kreeg ik kinderen. Drie. Waardoor je alweer geen geld hebt voor luxe bedjes, maar waardoor je constant recht overeind 
zit om op zo’n strand die drie kinderen in de gaten te houden.
 Ze kunnen te diep de zee in gaan, ze kunnen kwallen in elkaars
 badpak stoppen en ze kunnen ineens alle drie een andere kant op rennen. Ik heb daar nooit een seconde van genoten. Het harmonieuze moment waarop jouw kinderen eensgezind aan een prachtig strandkasteel werken, moet ik nog steeds beleven.

Inmiddels heb ik geld voor dat bedje. Maar nu is zonnen weer slecht. Je moet smeren met factor huppeldepup en als je verstandig bent, 
ga je er af en toe maximaal een halfuurtje in. Dan bouw je een lekker kleurtje op én je krijgt voldoende vitamine D binnen. Maar wie 
weleens op een mooie dag een poging heeft gedaan om met de auto naar het strand te komen, weet dat dat wel een hele onderneming is voor een halfuurtje. Dan kun je beter op je stoepje gaan zitten. Of op je balkonnetje. Of in je tuin.

Dat doe ik dan ook. Met dochter en kleinkinderen ga ik helemaal
 niet mee naar het strand. Dan zie ik de bui al hangen; dochter valt natuurlijk in slaap, doodop, zoals al die jonge moeders. En oma 
loopt achter de kleinkinderen aan te rennen. Terwijl ze ook lekker
 af en toe een halfuurtje op een ligbedje in haar tuin kan dommelen om vervolgens onder de parasol een stukje te lezen. Of te breien.
 Of alvast de boontjes schoon te maken. Ik vind het niks. Dat hele strand vind ik niks. Maar vandaag stormt het. De lucht is loodgrijs en als je buiten staat, voel je een lichte regen die je meteen van top tot teen drijfnat maakt. Windkracht zes. We hebben regenbroeken, waterdichte jassen,
tennisballen, werpstokken en drie vrolijke honden. Kijk, dan zeg ik: “Ja!”

Deze column is afkomstig uit Margriet 2018-20. Je kunt deze editie nabestellen via Magazine.nl.

Foto | Ester Gebuis

Lees ook andere columns van Marjan
Marjan vertelt over haar goede voornemens, en hoe ze die elk jaar weer uitstelt’’
Marjan vertelt over haar ervaring in Rome: ‘Dit dier had voor mij niet hoeven sterven.’’
Dít vindt Marjan van de moeders op basisscholen

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox? Schrijf je in op Margriet.nl/nieuwsbrief