Oh mama: “Zodra we in haar oude buurt kwamen, begon ze verhalen te vertellen”

Deel dit artikel:

Zorg je voor je vader en/of moeder of een oude tante en wil je een keer iets leuks doen? Ga dan naar de buurt waar hij of zij is geboren en opgegroeid. Succes gegarandeerd! Tenminste, als ze een leuke jeugd hebben gehad natuurlijk.

Mijn moeder is geboren en getogen in Amsterdam. Tot haar twaalfde heeft ze op het Zwanenplein in Noord gewoond, aan de “overkant van ’t IJ” zoals ze zelf altijd zegt. Samen met haar ouders, twee broers en twee zussen. Zij is de jongste van twee nakomertjes. Noord was lekker rustig in die tijd, ze vond het er fijn. Ze speelde heel veel buiten op straat en in het park. En af en toe ging ze stiekem naar de Storkfabriek en glipte ze met de arbeiders mee het hek door. Dan vergaapte ze zich aan al die schepen waaraan werd gewerkt als ze in het dok lagen. En droomde ze dat ze met zo’n schip meeging op avontuur.

Gek op water

Toen mijn moeder twaalf was, verhuisde het gezin van de Vogelbuurt naar Amsterdam-Zuid, naar de Sportstraat. Mijn opa werkte bij het GEB (Gemeentelijk Energie Bedrijf) dat kantoor hield op het Leidseplein en hij liep altijd van huis naar zijn werk. Zuid was dan nét even wat makkelijker dan Noord. Maar o, wat miste mijn moeder Noord! Vooral het water en de schepen. En lekker struinen bij de fabriek. Het heeft een hele tijd geduurd voor ze een beetje gewend raakte. Gelukkig kwam ze op de mulo naast haar latere beste vriendin Joke te zitten, dat verzachtte de pijn enigszins.

Nog altijd is mijn moeder gek op water en boten. Toen zij negentig werd, zaten we dan ook met familie en vrienden voor een gezellige lunch in restaurant Stork. Gevestigd in een industriële loods op het terrein waar vroeger de fabriek stond, vlak bij haar oude buurtje en met uitzicht op het IJ. Ze genóót! En toen vatten we het plan op om samen een keertje met de auto naar Noord te rijden, naar het Zwanenplein.

Kleine huizen

Op een mooie dag haalde ik haar op en reden we naar Noord. Zodra we in haar oude buurt kwamen, begon ze verhalen te vertellen. Allerlei herinneringen kwamen boven, van winkels, vriendjes, buren en haar ouders. We zochten een plekje voor de auto en stapten uit om even rond te lopen. “Ja, hier was het, hier woonden we.” Ze wees naar een klein bovenhuis. Wat vond ze het leuk om hier te zijn!

De huizen waren mooi opgeknapt, het was er rustig. We liepen onder een poortje door en ze wees het balkon aan, aan de achterkant van het huis. Het viel me op dat de huizen best klein waren. Toen moest ik weer denken aan het verhaal dat ze, getrouwd en wel met mijn vader, weer in het tweepersoonsbed bij haar zusje moest, omdat ze nog geen woning hadden en er te weinig ruimte in huis was. Ach, het is allemaal goed gekomen gelukkig!

Matjes vlechten

We liepen het plein over en ze vertelde honderduit. “Hier woonde mijn oma, de moeder van mijn moeder. Als we naar de kleuterschool liepen, liet ik me op de stoep voor haar huis op de grond vallen. In de hoop dat ik bij oma mocht blijven.” Ik begreep dat daar een klein trauma achter zat. Iets met een heel strenge juf die mijn moeder met een riet op haar vingertjes sloeg, omdat ze geen matjes kon vlechten…

‘Ik was nogal brutaal’

We maakten een praatje met één van de huidige bewoners van het plein, een aardige Marokkaanse Nederlander die er al dertig jaar woonde. Hij vond het heel leuk om een oud-bewoner van het plein te ontmoeten. We reden nog langs haar oude lagere school, de Van Eeghenschool in de Kalkoenstraat. “O, ik heb zó vaak op de gang gestaan hier,” zei ze. “Ik was nogal brutaal.” Ze haalde mooie cijfers, behalve voor gedrag. De rapporten heeft ze nog: in mooi handschrift staan de vakken én de cijfers, geschreven met een vulpen. Alles met zwarte inkt, behalve de vijf voor gedrag, die is rood…

Tot slot dronken we in een klein cafeetje op de Nieuwendammerdijk een kop thee en zaten we na te genieten van alles wat we hadden gezien. Wat was dít een leuk uitje! Voor mij zeker zo leuk als voor haar! Dat blije gezicht en al die verhalen, die zijn voor mij goud waard!

Eindredacteur Alexandra Holscher (52) is getrouwd en moeder van drie kinderen (15, 18 en 21). Naast haar werk is ze mantelzorger voor haar moeder van 92. Om te ontspannen doet ze aan yoga, bootcamp en zingt ze in een koor. Ze houdt van films kijken en ‘met haar handen bezig zijn’.

Lees ook van Alexandra: Puberperikelen: ‘Nu ík moeder ben, snap ik dat m’n kinderen zich af en toe voor me schamen’