Aaf: ‘Jarenlang was je je fiets hier niet zeker. Je zette hem ergens neer en de volgende dag was hij weg’

Deel dit artikel:

Aaf Brandt Corstius is schrijfster. Ze woont samen met Gijs, hun zoon Benjamin (7) en dochter Rifka (6).

Ik durf het bijna niet op te schrijven, maar mijn fiets is al jaren niet gestolen. Ik durf dat niet op te schrijven omdat ik bang ben dat hij dan onmiddellijk wél wordt gestolen. Zo gaan die dingen. Of niet. Maar je wordt natuurlijk woedend op jezelf als je fiets wordt gejat op het moment dat jij triomfantelijk opschrijft dat dat al jaren niet is gebeurd. Maar goed. Hij staat voor mijn huis, nog steeds (ik heb het tijdens het schrijven net even gecheckt), dus tot zover gaat alles goed. Jarenlang was je je fiets niet zeker in Amsterdam. Je zette hem ergens neer, en de volgende dag, of het volgende uur, was hij weg. Sloten erop, alles, maar iemand zaagde ze gewoon door en nam hem mee. Die iemanden trof je meestal op een bruggetje vlak bij de Dam, voor de Oudemanhuispoort, waar honderden studenten rondhingen. Daar leurden fietsendieven met gestolen fietsen, vaak voor maar een tientje per stuk. Er waren veel mensen die meteen naar dat bruggetje gingen als hun fiets was gestolen, om er een andere gestolen fiets te kopen. Zo hielden zij een wonderlijke cyclus in stand. Een vriendin van me ging er ooit heen en trof daar een dief met haar eigen fiets. Ze dwong hem de fiets terug te geven. Hij deed het. Daarna nam hij haar zelfs mee naar een paaltje met honderden geforceerde sloten, waar ze ook nog haar eigen slot terugvond. Maar de fietsendieverij nam af. Je zag nooit meer een vage figuur met een gestolen fiets leuren op een brug in de binnenstad. De stad werd netter, en het leek alsof de dieven ook maar hadden besloten iets keurigs met hun leven te gaan doen. Amsterdammers reden minder op oude barrels, want nu die fietsen niet meer werden gestolen, konden ze net zo goed eindelijk een degelijke, dure fiets kopen. Dat deed ik ook. Ik deed mijn barrel weg – die had ik als dienstfiets gekregen toen ik begon in de journalistiek, dus die was echt heel oud – en kocht een degelijke, dure fiets. Met een standaard die het deed, en werkend licht en vering. En een goed zadel en een bel die tring zei. En die fiets zet ik nu, en dat is weer heel ondegelijk, al tijden alleen op het kleine slot. Omdat ik in de veronderstelling verkeer dat in Amsterdam geen fietsendieven meer rondlopen. Dat de stad, nu hij is vergeven van de toeristen, de dure winkels en de koffiecafés met dertig soorten deftige koffie, nu zo keurig is dat er heus geen mannetjes met betonscharen meer rondlopen die zo het slotje van je fiets losknippen. Maar de afgelopen weken hoor ik vaak over gestolen fietsen. De fiets van een vriend werd gejat, de fiets van een buurvrouw. De fiets van een moeder van school. De fietsendieven zijn terug. Maar nu zijn het geen mannetjes meer die ze verpatsen op een stadsbrug, maar naarlingen met een busje, die ze zo inladen en vervolgens verkopen op Marktplaats. Heb ik gehoord. Die dieven van vroeger, die je gewoon op de brug kon treffen, krijgen dan ineens iets heel romantisch.

Fotografie | Ester Gebuis
Styling | Odette Simons en Nicky Groenewoud (assistent)
Visagie | Tirzah Waasdorp

Deze column is afkomstig uit Margriet 2017-31. Je kunt deze editie nabestellen via Magazine.nl.

Bekijk ook deze video waarin we op de koffie gaan bij Aaf.

Columns
Lees hier de columns van Aaf.

Ook leuk om te lezen

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox? Schrijf je in op Margriet.nl/nieuwsbrief