Aaf heeft een hekel aan voetbalmoeder zijn… Toch is ze er een en dít is waarom

Deel dit artikel:

Aaf Brandt Corstius is schrijfster. Ze woont samen met Gijs, hun zoon Benjamin (8) en dochter Rifka (7).

Dat ik een voetbalmoeder zou worden, had je me een jaar of tien geleden niet kunnen wijsmaken. Ik zag alle ouders met sportende kinderen toch als gekkies; waarom zou je je halve weekend wijden aan sport als je, bijvoorbeeld, ook lekker naar de bioscoop of 
het strand zou kunnen? Waarom op bijzonder onheilige tijden 
opstaan om een stel kindertjes in een kluit achter een bal aan te zien rennen als je ook, wel nu, kon uitslapen? In die tijd nog mijn hobby, tegenwoordig onmogelijk.

Met dat besef over de onmogelijkheid van uitslapen begon mijn langzame omslag naar voetbalmoeder. Uitslapen ging er niet meer van komen, dat had ik wel door. Lange weekend ochtenden moesten worden stukgeslagen. Enter het idee dat dat hele voetballen 
misschien toch niet zo’n gek idee was. Iets met buitenlucht en 
beweging op de zaterdagochtend.

En nu zijn we dus in het nu beland, en ben ik een keiharde voetbalmoeder. Het is zelfs zó ernstig, dat ik teamleider ben van Bens team, en Gijs trainer is van Rifka’s team. Dit is geen vrijwillige keuze, maar voortgekomen uit het feit dat er verder niemand te vinden was die die taken wilde vervullen. Ik ben een manager tegen wil en dank, want als er een ding is dat ik haat, is het wel taakjes toewijzen,
 delegeren en leuren met de vraag ‘Wie wil er schoonmaken bij het paastoernooi?’ Helemaal niet mijn afdeling, maar dat is het nu wel.

Wat ik er dan voor terug krijg, want dat dien je te vermelden bij al
 het gezeur over hoe pittig het ouderschap soms is: Benjamin’s hoofd. 
Elke zaterdagochtend. Rifka’s wedstrijden zie ik amper, wat ik erg jammer vind, maar goed, ik ben dus aan het managen bij het
jongensteam en Gijs is aan het trainen bij het meisjesteam, en aan die afspraken dienen wij ons te houden. Maar Benjamins hoofd. Als-ie heeft gescoord. Dat is, dat durf ik zo te zeggen, het meest stralende jongens hoofd dat een moeder ooit heeft aanschouwd.

Zelfs de andere moeders uit het team zeggen het. ‘Wat kijkt hij
 gelukkig als-ie heeft gescoord, hè?’ Ja, zeg ik dan intens tevreden, en kijk minstens zo gelukkig. Met de opgetelde straling die wij met onze gelukkige hoofden veroorzaken op zo’n moment zou je gemakkelijk een energiecentrale aan de praat kunnen houden. Er zijn ook jongens die achteloos weglopen als ze hebben gescoord. Cool. Of jongens die zich verliezen in een ingewikkelde dans, 
afgekeken van professionele voetballers. Maar mijn zoon kijkt naar mij, zo blij, met zo’n grote lach en zijn enorme bos blonde krullen zo 
onpraktisch dansend voor zijn gezicht, dat ik weer het hele weekend door kan. En de werkweek erna trouwens ook. Dat is heel veel opstaan om half zeven op zaterdagochtend waard.

Fotografie | Ester Gebuis
Styling | Odette Simons en Nicky Groenewoud (assistent)
Visagie | Tirzah Waasdorp

Deze column is afkomstig uit Margriet 2018-20. Je kunt deze editie nabestellen via Magazine.nl.

Ook leuk en interessant om te lezen

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox? Schrijf je in op Margriet.nl/nieuwsbrief

Bekijk ook

Ga je mee op de koffie bij Aaf?