Zo herken je een trombosebeen: 5 belangrijke symptomen

Deel dit artikel:

Trombose is iets om rekening mee te houden. Bij trombose raakt een bloedvat verstopt door een bloedstolsel. Vaak gebeurt dit in een van je benen, wat levensgevaarlijke gevolgen kan hebben als je de symptomen niet op tijd herkent. Deze vijf verschijnselen doen zich bijna altijd voor bij een trombosebeen.

Elke dag krijgen in Nederland ongeveer zeventig mensen een trombosebeen. Het is belangrijk dat dit direct wordt behandeld. Zo niet, dan kan stolsel uit je been afbreken en in je longen terechtkomen. Dat heet een longembolie en kan levensgevaarlijk zijn. Daarom is het belangrijk om bij klachten direct contact op te nemen met je huisarts.

Symptomen van een trombosebeen

De kans op een trombosebeen is groter als je langdurig stil hebt moeten zitten of liggen, bijvoorbeeld door ziekte, na een operatie of tijdens een lange vliegreis. Helaas geeft een trombosebeen niet altijd klachten. Je kunt dus ook een bloedstolsel in je ader hebben zonder dat je er iets van merkt. Volgens de Trombosestichting doen de volgende vijf verschijnselen zich echter bijna altijd voor bij een trombosebeen:

  • een vrij snel optredende zwelling van één been
  • een zwaar gevoel of pijn in je been
  • een rode tot blauwachtige verkleuring van het been
  • een lichte temperatuurverhoging
  • de huid van het been is strakgespannen (rood en glanzend met gestuwde oppervlakkige aderen)

Minder vaak voorkomende klachten zijn:

  • een wit been
  • een zeer pijnlijk been
  • een gevoel als bij een zweepslag in de kuit
  • pijn in de benen bij het lopen, die afneemt zodra je stilstaat

Andere aandoeningen, zoals een zweepslag, kunnen ook deze symptomen veroorzaken. Neem daarom altijd contact op met je arts als je denkt dat je een klacht herkent.

Gevolgen van een trombosebeen

Een trombosebeen kan een aantal ernstige gevolgen hebben. De gevaarlijkste is een longembolie, waarbij een stolsel losschiet en vastloopt in een van de longslagaders. Een deel van het longweefsel krijgt dan geen bloed en ook geen zuurstof meer, waardoor het kan afsterven. Blijft een stolsel in je been vastzitten? Dan kan het de aderkleppen aantasten, wat weer ontstekingen kan veroorzaken (‘posttrombotisch syndroom’).  Daarnaast kunnen bloedstolsels ook een grote slagader in het been (deels) afsluiten. Hierdoor worden de spieren in je benen minder goed doorbloed, wat een stekende pijn geeft tijdens het lopen (‘etalagebenen’).

De behandeling

Een trombosebeen kan meestal goed worden behandeld met bloedverdunners. Als uit de echo blijkt dat de trombose alleen in je onderbeen zit, zijn bloedverdunners niet per se nodig. De kans op uitbreiding van de trombose of een longembolie is dan namelijk heel klein. Wel krijg je dan een steunkous en moet je nog een paar keer terugkomen voor controle met een echo. De steunkous moet je minimaal een jaar dragen.

Trombose voorkomen doe je zo

  • Blijf in beweging om de bloedsomloop te stimuleren. Moet je een lange periode liggen of rust houden? Bespreek met je arts welke oefeningen mogelijk zijn. Ga je een lange reis maken, bijvoorbeeld met het vliegtuig of in een bus? Loop een stukje door het gangpad of doe elke twee uur oefeningen: strek en buig je voeten en draai er rondjes mee.
  • Stop met roken, want door roken klontert je bloed sneller.
  • Als trombose in de familie zit, kun je sommige anticonceptiepillen beter niet slikken. Oestrogeen verhoogt het risico op trombose. Vrouwen in de overgang die hormonale substitutietherapie (HST) gebruiken, lopen daarom ook een verhoogd risico. Bespreek dit met je (huis)arts.
  • Probeer af te vallen als je overgewicht hebt.
  • Eet gezond.

Informeer je op Wereld Trombose Dag

Zaterdag 13 oktober is het Wereld Trombose Dag. Wil je meehelpen aan onderzoek om trombose sneller te herkennen? Dan kun je een ‘steun’kous kopen. Dit jaar is hij ontworpen door Bas Kosters.

Bronnen | Hartstichting, thuisarts.nl, Trombosestichting
Foto | iStock