Vraag van de week: ‘Hoe herken je een eetstoornis?’

Deel dit artikel:

Nienke (49): “Mijn dochter eet weinig en is heel dun. Hoe weet ik of het een eetstoornis is? En hoe kan ik haar dan helpen?”

Helena Zorge is psychomotorisch therapeut en geeft antwoord: “Bij een eetstoornis geldt: hoe eerder je erbij bent, hoe groter de
genezingskans. Het is dus belangrijk dat je de symptomen vroeg herkent en bespreekbaar maakt. Er zijn verschillende eetstoornissen, maar bij jouw dochter gaat het
mogelijk om anorexia nervosa: te weinig eten en duidelijk dunner worden. Veelvoorkomende symptomen zijn: kouwelijkheid, blauwe handen, bleek zien,
vermoeidheid, duizeligheid, flauwvallen, haaruitval en bijvoorbeeld uitvallende
menstruatie. Verder verstoppen ze hun lijf vaak onder wijde kleding, focussen ze op een ideaal gewicht, bewegen ze soms veel, slaan ze maaltijden over of vertonen ze apart eetgedrag met bijvoorbeeld heel kleine hapjes. Daarnaast hebben ze vaak 
een verstoord lichaamsbeeld (ze zien vetrolletjes terwijl ze echt heel dun zijn) en 
vermijden ze contacten met leeftijdsgenoten omdat daar vaak eetmomenten bij 
horen, met eenzaamheid als gevolg. Ook zie je neerslachtigheid.

Eigenlijk gaat het bij een eetstoornis niet over die symptomen, maar over de onderliggende problematiek. De eetstoornis is een middel om bijvoorbeeld grip te krijgen op het leven als er problemen zijn. Er is een bron en díé moet worden behandeld.
Die bron gaat vaak over ‘er niet mogen zijn’, ‘zichzelf niet goed genoeg vinden’, ‘moeite hebben met vrouw worden’ et cetera. Als je die bron goed behandelt, wat een pittig proces kan zijn, verliest de eetstoornis zijn functie en verdwijnt hij.

Het is belangrijk om het als ouder snel te bespreken. Doe dat vooral niet op een boze of geïrriteerde manier. Verwijt niets, geef je kind niet de schuld van het verpesten van de sfeer of een feestmaal, want ze denkt al negatief over zichzelf en dan trekt ze zich nog verder terug. Benader haar liefdevol en benoem wat je ziet en voelt: dat ze afvalt, dat je je zorgen maakt en dat je erover wil praten. Geef haar alle ruimte en luister goed. Laat liefde voelen en wees eerlijk. Zeg bijvoorbeeld dat je er bang van wordt dat ze 
zo dun is. Of dat je je onmachtig voelt. Die eerlijkheid is essentieel, want als jouw 
onmacht er mag zijn, laat je blijken dat je kind er ook helemaal mag zijn mét haar nare gevoelens. Zorg dat je dochter naar de huisarts gaat voor een diagnose. Is het een 
eetstoornis, dan kan de huisarts helpen om een behandelplek te zoeken. Een goede klik met de therapeut is daarbij de beste voorspeller van een geslaagde genezing. Zoek daarom door tot je dochter iemand heeft met wie ze oprecht contact voelt én die de juiste behandelaanpak kan inzetten. Dan kan een eetstoornis écht helemaal genezen.”

Helena Zorge had zelf ooit een eetstoornis en is Ervarings-professio-nal® bij Human Concern. Als psychomotorisch therapeut behandelt ze mensen met een eetstoornis en traint ze therapeuten.

Op deze plek geven specialisten antwoord op vragen van lezeressen. Heb je ook een vraag die je aan een deskundige wilt voorleggen? Stuur hem naar
redactie@margriet.nl, o.v.v. ‘Vraag aan’.

Tekst | Bianca Bartels
Beeld | iStock

Dit is afkomstig uit Margriet 2018-26. Bestel deze editie na via magazine.nl.

Lees ook

Artikelen van margriet.nl in je mailbox ontvangen? Schrijf je in voor nieuwsbrief via margriet.nl/nieuwsbrief