Orgaandonatie: dít wil je erover weten

Deel dit artikel:

In Nederland stellen zo’n 3,6 miljoen mensen hun organen beschikbaar voor transplantatie na hun overlijden. Wat moet je doen als je donor wilt worden? Wie mag organen doneren? Komt er een nieuwe donorwet en zo ja, wat houdt die in?

Donorregistratie is in Nederland niet verplicht. We kennen een ‘nee, tenzij’-donorsysteem: na je overlijden kun je alleen orgaandonor zijn als je schriftelijk toestemming hebt gegeven (of mondeling, door de nabestaanden). Maar dat gaat wellicht veranderen. Op 14 september 2016 nam de Tweede Kamer een wetsvoorstel van D66 aan. Met de nieuwe wet komt er een systeem van ‘ja, tenzij’: het zogenaamde Actieve Donor Registratie (ADR) systeem. Dat betekent dat iedereen potentieel donor is, tenzij de persoon of de familie actief bezwaar maakt. Registratie wordt niet verplicht, maar vanaf het achttiende levensjaar wordt iedere Nederlandse ingezetene aangeschreven met een donorformulier. Wie niet reageert, wordt geregistreerd als persoon die geen bezwaar heeft tegen orgaandonatie. De Eerste Kamer moet zich nog uitspreken over het voorstel.

‘Bijzondere manier van doodgaan’

Erwin Kompanje is als klinisch ethicus verbonden aan het Erasmus MC in Rotterdam. Hij verdiept zich al bijna veertig jaar in de praktijk van orgaandonatie. Daarnaast is hij een van de negentien deskundigen die in mei op verzoek van de Eerste Kamer hun licht lieten schijnen over de nieuwe donorwet.

Wat maakt orgaandonatie voor familie soms zwaar?
“Donor-zijn houdt een ‘bijzondere’ manier van doodgaan in: je ligt op de intensive care en wordt (bij hersendood) met kloppend hart en ‘levende’ organen naar de operatiekamer gereden. Bij een hartstilstand worden overleden mensen meestal koud en bleek. Bij orgaandonatie na een geplande hartstilstand kan dit niet worden afgewacht. Ik kan me voorstellen dat sommige familieleden nog minstens een (half)uur naast de overledene willen zitten om rustig afscheid te nemen, maar bij orgaandonatie (na een hartstilstand) moet de overledene na vijf minuten naar de operatiekamer worden gebracht. Naast een bepaalde geloofs- of levensovertuiging kan de tijdsdruk een argument voor familieleden zijn om nee te zeggen.”

Welke nadelen kleven er aan de huidige wet?
“De meeste mensen schuiven de registratiekeuze voor zich uit. De dood is te abstract, het is een ver-van-je-bedshow en wellicht speelt de illusie van onsterfelijkheid mee. Familieleden weten dus niet hoe de overledene over orgaandonatie denkt. Het is niet iets wat je even aan de borreltafel bespreekt. Daarnaast is de informatie die wordt verstrekt niet erg aansprekend. Mensen kunnen zich er niet zo veel bij voorstellen: ‘je bent hersendood, je organen worden eruit gehaald en je schenkt iemand anders een nieuw leven’. De wijze waarop je informatie geeft is heel bepalend voor de manier waarop mensen op iets reageren, wat ze van iets vinden en of ze zich aangesproken voelen. De emoties van mensen worden in de voorlichting vaak weggepoetst. De informatie is erop gericht om zieltjes te winnen en zo veel mogelijk meningen in een register te krijgen, maar op deze manier werkt dat niet goed.”

Wat gebeurt er met een nieuwe wet?
“Het groteske drama van de dood blijft uiteraard hetzelfde, maar in de nieuwe wet komen mensen die zich niet registreren als ‘geen bezwaar’ in het systeem te staan. Dat is wat mij betreft geen expliciete, maar een veronderstelde toestemming. Je vult immers iets in voor een ander: je weet nog steeds niet of de betreffende persoon orgaandonor wil zijn. Op die manier passeer je de belangen van de familie. In de huidige situatie, als er geen donorregistratie is, gaan artsen echt heel ‘open’ een gesprek met de familie aan. In de nieuwe ‘geen bezwaar’- situatie, moeten familieleden ‘aannemelijk maken’ dat een niet-geregistreerde overledene wél bezwaar zou hebben. Dat kunnen dan heel kille, zakelijke gesprekken worden.”

Sta je zelf als donor geregistreerd?
“Ja, maar ik laat na mijn overlijden mijn familieleden beslissen of mijn organen beschikbaar worden gesteld. Je kunt als individu wel zeggen ‘ik ben donor’, maar het zijn juist de familieleden die met het verdriet moeten dealen en ik weet niet of mijn familie daar op zo’n moment aan toe is.”

‘Je kunt als individu wel zeggen ‘ik ben donor’, maar ik weet niet of mijn familie daar op zo’n moment aan toe is’

Wie mag doneren?

Vanaf je twaalfde verjaardag kun je je als donor registreren. Wel moet je wilsbekwaam zijn én in een Nederlandse gemeente staan ingeschreven. Als ouder kun je de ‘toestemming’ van je kind herroepen. Dit kan bij overlijden tot zestien jaar. Een geregistreerde ‘nee’ van je kind kun je niet negeren: donatie mag niet plaatsvinden.

Op deze drie manieren kun je je registreren

  1. Met je DigiD via donorregister.nl
  2. Op donorregister.nl door het formulier in te vullen. Binnen drie weken ontvang je het ingevulde formulier per post. Je kunt het dan ondertekenen en zonder postzegel terugsturen.
  3. Op transplantatiestichting.nl kun je kosteloos een papieren donorformulier bestellen. Je kunt het invullen en opsturen naar het Donorregister.

    En dan heb je drie keuzes:
    1 Ja, ik geef toestemming.
    2 Nee, ik geef geen toestemming.
    3 Iemand anders beslist (familie of een speciaal aangewezen persoon) Bij een verschil van mening tussen de nabestaanden vindt er geen donatie plaats. Als je geen partner of familie hebt, en je je keuze niet hebt geregistreerd, ben je geen donor.

Deze weefsels en organen kun je doneren

  • Alvleesklier
  • Bloedvaten (Lichaamsslagader en dijbeenbloedvat)
  • Botweefsel/kraakbeen/pezen
  • Darmen
  • Hart en hartkleppen
  • Huid
  • Lever
  • Longen
  • Nieren
  • Oogweefsel

Bron | transplantatiestichting.nl

Tekst | Nadine Ancher
Foto | iStock

Dit is een gedeelte uit het dossier Het leven doorgeven uit Margriet 2017-43. Je kunt het hele dossier lezen via Blendle. Of koop editie 43 na via magazine.nl.

Lees ook

Bekijk ook

Door deze truc krijg jij dé perfecte paardenstaart.

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox? Schrijf je in op margriet.nl/nieuwsbrief.