Hartverscheurend: er overlijden steeds meer honden en katten bij dierproeven

Deel dit artikel:

Dierproeven worden vooral gedaan met muizen, zou je denken. Dat is zo. Maar er worden ook steeds vaker honden en katten voor gebruikt. 

Dit blijkt uit cijfers van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA).

Van katten tot konijnen

In 2016 werden er in Nederland nog 656 honden en 89 katten gebruikt voor experimenten. In 2017 waren dat 909 honden en tweehonderd katten. Een stijging van bijna vijftig procent, dus. Dat levert onze trouwe viervoeters en huistijgers een plek in de top tien van meest gebruikte proefdieren op. Op nummer één staan nog altijd muizen (205.993 in 2017), gevolgd door ratten (91.537 in 2017), cavia’s (5.817 in 2017), hamsters (1.035 in 2017) en konijnen (9.764 in 2017).

Waarom toch die dierproeven?

Enorm zielig natuurlijk, die arme diertjes waarvan maar liefst 89,5 procent in 2017 overleed of werd gedood tijdens of in het kader van de proeven. Maar waarom dóen we het dan? Nou, zo’n 35 procent van alle dierproeven in Nederland zijn zelfs verplicht. Een nieuw medicijn mag niet op de markt komen voordat het op een levend dier is getest. Zo worden risico’s voor ons, mensen, voorkomen. Maar ze worden ook gebruikt voor onderzoek naar de bestrijding van ziekten, zoals kanker.

Niet meer dierproeven, maar beter onderzoek

Maar zijn daar zóveel proefdieren voor nodig, ieder jaar weer? Volgens onder meer dierenrechtenorganisatie Animal Rights niet. En daarom diende het ook 57.000 handtekeningen in bij de Tweede Kamer, in de hoop om in ieder geval dierproeven met honden en katten te verbieden. Dat lukte niet, maar het streven is wel om te gaan minderen. “Steeds vaker wordt duidelijk dat veruit de meeste dierproeven nooit leiden tot betere medicijnen,” vertelt Frank Wassenberg van de Partij voor de Dieren aan het AD. “De oplossing is niet: méér dierproeven, maar betere onderzoeksmethoden, zoals het combineren van weefselkweek met computertechnieken en 3D-printing.”

Proefdier redden

Om een mensenleven niet in gevaar te brengen, zullen we het voortaan met de dierproeven moeten doen, blijft de overtuiging van de overheid. Toch kun jij als individu iets betekenen, moedigt de Universiteit Utrecht aan. Met je overleden huisdier kun je namelijk het leven van een proefdier redden. Door bij je dierenarts een dierdonorcodicil aan te vragen, kun je het lichaam van je overleden huisdier ter beschikking stellen aan de Universiteit Utrecht voor onderzoek. Zo hoopt de school het fokken van proefdieren in te dammen en zijn Benno of Streep niet voor niets gestorven. Wellicht iets om over na te denken, als proefdieren je nauw aan het hart gaan.

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox? Schrijf je in op margriet.nl/nieuwsbrief.

Bron | ADNVWA, Rijksoverheid.nlUniversiteit Utrecht
Beeld | iStock