Geloven we nog? De uitkomsten van de Margrietgeloofsenquête

Deel dit artikel:

Geloven in Nederland anno 2017: we spreken met Janneke Stegeman, Theoloog des Vaderlands, over de opvallendste uitkomsten van de Margrietgeloofsenquête.

‘Ik ben enigszins gelovig,’ dit antwoordt 36% van de Nederlandse vrouwen op de vraag: beschouw je jezelf als gelovig? Dit is een stijging met een kleine tien procent ten opzichte van eenzelfde onderzoek naar geloof onder Nederlandse vrouwen uit 2012. Van de ondervraagde vrouwen zei 44% ‘nee, beslist niet’, 20% antwoordde ‘Ja, beslist’.

Meer mensen noemen zich ‘enigszins’ gelovig. Vanwaar dat voorbehoud?
Janneke Stegeman: “Als er aan mensen wordt gevraagd of ze in God geloven, hebben ze vaak de neiging te zeggen: ‘Ik geloof een beetje.’ Dat komt doordat er nog steeds een statisch beeld heerst van wat geloven is. Veel mensen denken dat gelovigen rechtlijnig zijn, en dat er allerlei voorwaarden aan zitten, dat je elke zondag naar de kerk moet gaan. Dat ‘enigszins’ duidt er waarschijnlijk op dat mensen zich niet thuis voelen in dat statische beeld, maar wél iets met het geloof hebben. Ik verwacht dat dit de komende jaren nog zal toenemen. De jonge generatie is over het algemeen nieuwsgieriger naar het geloof dan bijvoorbeeld de babyboomers. Jongeren van nu hebben vaak geen strikte religieuze tradities meegekregen, maar ze staan wel open voor het geloof. Dat heeft ook te maken met moderne religieuze boegbeelden. De nieuwe paus is heel toegankelijk. Hij neemt stelling in prangende kwesties en fungeert als moreel kompas. De katholieke kerk heeft een menselijk gezicht gekregen, en dat spreekt aan.”

Janneke Stegeman (36) werkt als theoloog bij De Nieuwe Liefde in Amsterdam, een centrum voor debat, bezinning en poëzie. In 2016 werd ze uitgeroepen tot Theoloog des Vaderlands.

Esther en Fiona

Fiona (44): ‘Op momenten dat ik er doorheen zit, geven de tien geboden mij steun’

Fiona Dadema (44, rechts op de foto hierboven) is hervormd en getrouwd met Arthur (46). Ze hebben zes kinderen (24, 20, 19, 9, 9 en 6). De drie jongsten zijn gelovig. De oudste drie, onder wie Esther (20, links op de foto hierboven), geloven niet meer.

Fiona: “Esther was een jaar of dertien toen ze vertelde dat ze twijfels had over haar geloof. Ja, toen moest ik wel even slikken. Ik ben ervan overtuigd dat je als gelovige na je overlijden naar God gaat en dat je in het hiernamaals voortleeft zonder pijn en ellende. Voor Esther is dat dus niet weggelegd; evenmin voor Sarah (24) en Ruben (19), die ook niet meer geloven. Dat doet me verdriet.”
Esther: “Op de christelijke basisschool las ik elke ochtend uit de Bijbel. Thuis deden we dat ook en ik bad ’s avonds voor het slapen. Maar toen ik ouder werd, deed ik dat minder op vaste momenten en ging ik me afvragen: waarom bid ik eigenlijk? Ik realiseerde me dat ik dat vooral deed als ik niet lekker in mijn vel zat, met de hoop op bescherming. Bijvoorbeeld als ik ruzie met iemand had. Soms kwam het goed, soms niet. Maar kwam dat doordat ik het aan God had gevraagd? Daar kreeg ik steeds meer twijfels bij.”
Fiona: “Ik voel me juist enorm gesteund door mijn geloof. Mijn man heeft adhd en een dwangstoornis, bovendien is bij hem onlangs autisme vastgesteld. Dat heeft zijn weerslag op onze relatie. Op momenten dat ik er doorheen zit, geven de tien geboden mij steun. Bijvoorbeeld dat ik geen kwaad mag spreken en mijn naasten moet liefhebben als mijzelf. Dat besef geeft me kracht: mijn man heeft mij nodig, ik moet sterk zijn.”
Esther: “Het is voor mijn moeder best zwaar. Ze doet haar best om er voor mijn vader te zijn en ik vind het mooi dat ze kracht kan halen uit haar geloof. Voor mij vormen mijn vriend en familie een steun als het tegenzit. Daar heb ik geen religie voor nodig. Mijn vader is ook niet-gelovig, maar we bidden aan tafel wel mee. Uit respect voor mijn moeder en jongere broer en zusjes, die wel geloven.”
Fiona: “Mijn jongste zei laatst: ‘Ik heb twee vaders: papa en de Here God.’ Hij gaat volledig op in zijn geloof en heeft het gevoel dat hij wordt beschermd. Dat is zo waardevol. Ik vind het jammer dat mijn drie oudsten het niet zo ervaren. Gedeeltelijk wijt ik dat aan mezelf. Als moeder zie ik het als mijn plicht om met hen over het geloof te praten. Daarin heb ik gefaald toen ze jong waren. Ik nam ze mee naar de kerk en we lazen thuis in de Bijbel, maar ik stelde hen weinig persoonlijke vragen: hoe kijk je naar het geloof, hoe leeft het bij jou? Bij mijn drie jongsten zal ik daar straks voor waken. Aan de andere kant weet ik ook dat je geloof niet kunt afdwingen. Dat maakt het dubbel. Ook al word je kerkelijk opgevoed, dan nog moet er een moment komen waarop het geloof voor je gaat leven. Ik blijf de hoop houden dat mijn oudsten dat nog gaan meemaken.”

Leontine van den Bos, hoofdredacteur van Margriet, zegt in het voorwoord van Margriet 2017-15 over de geloofsenquête: “Een kwart van alle vrouwen zegt: “Ik geloof in God.” Nog eens een kwart gelooft in “iets”. Van de vrouwen die geloven zegt 55% dat het geloof “troost en vertrouwen” biedt en 30% is lid van de kerk. Voor veel van deze vrouwen is het paasfeest behalve een blij lentefeest een feest met een diepere betekenis. Het valt me sowieso op dat veel vrouwen geïnteresseerd zijn in spirituele verdieping en zingeving. In wat voor vorm dan ook. En nu de lente losbarst, voelen we die misschien wel extra. Dus wens ik iedereen een vrolijk én verdiepend Pasen!”

Tekst | Sander Hiskemuller
Interview | Tessa Heselhaus
Foto | Ester Gebuis

Dit is een gedeelte uit het artikel ‘Geloven we nog?’ uit Margriet 2017-15. Bestel deze editie na via Magazine.nl. Ook kun je het hele artikel lezen via Blendle.

Ook interessant om te lezen

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox? Schrijf je in op Margriet.nl/nieuwsbrief