Zij van Ronald Plasterk: Els Plasterk-Beumer

Deel dit artikel:

Hoe is het om de partner van een bekende Nederlander te zijn? Deze week: begeleidingsdeskundige Jeugdbescherming en Reclassering Els Plasterk-Beumer (60), vrouw van minister Ronald Plasterk (59).

“Ik ontmoette Ronald bij de verhuizing van Jan, een goede vriend van ons. Wij kwamen Jan helpen inpakken. Qua uiterlijk was Ronald niet echt mijn type, maar ik vond hem meteen sympathiek. Hij was zo ad rem en origineel, ik moest erg lachen om zijn grapjes. Met een vriendenploeg uit Leiden en Amsterdam spraken we vaker af om bijvoorbeeld samen te gaan schaatsen op de Jaap Eden IJsbaan. Ronald was daar dan ook bij. Ik had net na vier jaar mijn relatie verbroken en hij was ook weer solo. Daar hadden we het wel over, hoe het was om weer alleen te zijn. In zo’n periode ga je juist weer meer met vrienden doen. Het ging er heel kameraadschappelijk aan toe tussen ons, maar ik begon hem wel steeds leuker te vinden. Op een gegeven moment had hij nieuwe overhemden nodig en vroeg hij of ik met hem meeging om die te kopen. Terwijl we door de Amsterdamse Kinkerstraat liepen, zag ik mooie spijkerbroeken, dus ik vroeg of hij geen nieuwe spijkerbroek nodig had. Nee, hij droeg geen spijkerbroeken! Ik kwam niet meer bij! Zelf lééfde ik in spijkerbroeken. Af en toe ging ik nog met andere mannen uit en hij met andere vrouwen. Tot ik merkte dat me dat helemaal niet zinde. Ik dacht: ik moet nu een stap zetten. Die gelegenheid kreeg ik, want Ronald nodigde me uit om samen met hem Sinterklaas te vieren. Ik had erover nagedacht hoe ik in een gedicht kon laten blijken dat ik wel iets meer wilde dan vriendschap. Niet wetende dat Ronald al drie stappen verder zou gaan, want tot mijn grote verrassing vroeg hij mij die avond, in december 1988, ten huwelijk. Terwijl ik altijd had geroepen dat ik nooit zou trouwen, omdat ik meende dat je er dan voor tekende dat je altijd je man zou volgen en dat leek me niks, zei ik toch onmiddellijk: ja! We hebben die avond als eerste onze vriend Jan gebeld. We hoorden zijn vriendin op de achtergrond reageren: ‘Gaat Ronald trouwen? Maar met wie dan?’ Het was voor onze omgeving dus ook een volslagen verrassing. Vijf maanden later zijn we getrouwd in de Wim T. Schipperszaal in de Stopera. Een jaar later was ik zwanger van Wouter en anderhalf jaar later kwam Willem. Beiden zijn inmiddels het huis uit, maar we zien ze vaak. Vriendinnen die mij al langer kennen, zeggen dat ik in de loop der jaren iets bedachtzamer ben geworden. Ik was nogal een flapuit. Van Ronald heb ik geleerd om tot tien te tellen en wat langer te luisteren voor ik reageer. Ik flap er nog steeds wel dingen uit hoor, maar minder dan vroeger en probeer nu toch wat tactvoller te zijn. Het fijne van Ronald is dat als hij een andere mening heeft dan ik, hij die weliswaar stellig verkondigt, maar nooit zegt: ‘Jij moet dit of dat.’ Daar zou ik ook niet tegen kunnen. Omdat ik in mijn werk mensen begeleid, coach en supervisie geef, heb ik geleerd me in anderen te verplaatsen. Daardoor heb ik minder snel mijn oordeel klaar. In de jeugdzorg kom je natuurlijk veel problemen tegen en ik zeg echt niet dat die gemakkelijk op te lossen zijn, maar ik geloof wél in wat we doen. Ik heb daar ook goede resultaten van gezien. Zelf zou ik ongeschikt zijn voor de politiek. De polarisering en de negatieve beeldvorming die vaak overheerst, vind ik geen fijne ontwikkeling. Ronald is gelukkig positief ingesteld en laat zich niet klein krijgen. Dat bleek wel toen hij al na tweeëneenhalve maand weer in Den Haag aan de slag ging na zijn openhartoperatie. Ja, dat was afgelopen zomer wel even schrikken. Op een maandag had hij ineens last van kortademigheid en een hartritmestoornis die niet overging. Nog diezelfde middag belandde hij bij de cardioloog. Zij constateerde een niet goed sluitende hartklep en wilde hem de volgende dag verder onderzoeken. Hij kreeg meteen bètablokkers en bloedverdunners. Mij liet-ie weten dat-ie een pilletje had gekregen. Dus ik appte terug: ‘Nou, dat valt mee!’ Maar toen-ie ’s avonds thuiskwam zei hij: ‘Ik ga me niet meer inspannen, want het is niet goed met mijn hartklep en ik moet morgen voor verder onderzoek terugkomen.’ Toen ik doorvroeg, werd het me duidelijk dat het niet de vraag was óf hij moest worden geopereerd, maar wanneer. Ik ging de volgende dag met hem mee. Na diverse onderzoeken en een echo werd er zeer kordaat opgetreden. We kregen precies uitgelegd wat ze gingen doen. En ja, dan merk je dat Ronald een bèta-wetenschapper is, want hij zei kalm: ‘Ah, het is een technisch probleem.’ Natuurlijk ging de gedachte dat hij zo’n zware operatie misschien niet zou overleven wel even door me heen, maar ik besloot direct dat ik me niet door angst zou laten meesleuren. Dat zou ook voor Ronald en onze twee jongens belastend zijn en dat was het laatste wat ik wilde. De thoraxchirurg stelde ons ook gerust door te zeggen dat er bij hem op de operatietafel nog nooit iemand was overleden. Aan zulke strohalmen klamp je je vast. Ronald zelf beleefde even een moeilijk moment toen hij ’s avonds thuis de gordijnen dichttrok en dacht: misschien gaan voor mij de gordijnen wel definitief dicht. De chirurg had ons ook verteld over het revalidatietraject. Soms zie ik beelden van wat er komen gaat, dus toen ik over Ronalds revalidatie droomde, had ik er alle vertrouwen in dat hij de operatie goed zou doorstaan. Ook voordat dit speelde, had hij al besloten zich niet meer verkiesbaar te stellen. Na tien jaar landspolitiek is het wel genoeg. Nee, we weten nog niet wat hij hierna gaat doen. Er komt ongetwijfeld een boeiende baan en privé gaan we vooral genieten van ons nieuwe huis in onze oude woonplaats Amsterdam waar we álles hebben: cultuur, parken, eethuisjes, we kunnen er alle kanten op.”

Tekst: Mieke van Wijk
Foto: Marloes Bosch

Dit is afkomstig uit Margriet 2017-10. Je kunt deze editie nabestellen via Tijdschrift365.nl.

Lees ook:

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox? Schrijf je in op Margriet.nl/nieuwsbrief