Dubbelinterview: Thomas Acda en Noortje Herlaar

Deel dit artikel:

Thomas Acda en Noortje Herlaar maken allebei deel uit van de sterrencast van De Zevende Hemel, een muzikale film over het wel en wee 
van een Amsterdams/Italiaanse restaurant-
familie. Wij spraken ze over, vooral, muziek en de impact daarvan.

Opvallend: 
de scènes van 
De Zevende Hemel 
zijn gelardeerd met 
bekende en minder 
bekende Nederlandse hits, 
gezongen door de acteurs zelf, naadloos passend in het verhaal. Thomas Acda werd beroemd als de helft van Acda en De Munnik, Noortje Herlaar toen ze 
Op zoek naar… Mary Poppins won. Allebei zijn ze zéér geoefende zangers, 
de liedjes waren voor hen geen sprong 
in het diepe. Maar muziek maken is altijd kwetsbaar en speelt in hun leven een grote rol.

Hoe hebben jullie naar De Zevende Hemel 
gekeken?
Thomas: “Ik was totaal verbaasd over hoe mooi Halina Reijn zingt. Van Noortje wist ik dat ze kan zingen, maar Halina… Die kwam echt bij me binnen, zeg. Verder keek ik met een grote liefde naar Henriëtte Tol. Die kende ik niet zo goed, maar ik vind haar zo goed spelen. Heel knap.”
Noortje: “Ik heb sowieso een heel warm gevoel voor het hele zooitje cast bij 
elkaar. Het is een bizarre combinatie van muziek en spelen, en met deze mensen heeft dat tot een heel gaaf schilderij 
geleid. Maar Thomas heeft mij denk ik wel het meest ontroerd in de film, en dat zeg ik niet omdat hij nu tegenover mij zit. Ik heb zelf twee oudere broers en als ik Thomas dan zie, die de oudste broer in het filmgezin speelt, raakt dat iets in mij. In familie zit misschien ook wel álles, qua drama. Het is een bron van warmte, vreugde en connectie, maar daardoor ook een permanent spanningsveld, door die eeuwige verbondenheid. Soms wil je er gewoon uit, meer ruimte.”

Wat voor muziek werd er vroeger bij jou thuis gedraaid?
Noortje: “Mijn vader was leraar Nederlands, we gingen vijf, zes weken op vakantie en dan stonden Bob Dylan, 
J.J. Cale en Paul Simon aan in de auto. Toen Bob Dylan de Nobelprijs voor de Literatuur won, stuurde mijn vader ook een berichtje in de familie-appgroep: ‘Yes, hij heeft ’m!’ Natuurlijk kwam er ook weleens een liedje van Bassie en Adriaan voorbij. En van Kinderen voor kinderen heb ik ook wel iets meegekregen. Maar dit zijn de namen die wat betreft mijn jeugd het meest bij me naar boven brengen.”

Noortje: ‘Op het conservatorium ben ik mijn diepe liefde voor muziek even kwijtgeraakt’

Is zingen altijd iets natuurlijks voor je 
geweest?
Noortje: “Ik denk dat het juist een tijdlang minder natuurlijk is geworden omdat het mijn vak werd. Op het conservatorium ben ik eigenlijk mijn diepe liefde voor 
zingen kwijtgeraakt. Later is dat gevoel wel teruggekomen, hoor. Als ik zing, wil ik alles helemaal los kunnen laten, alle 
gedachten en meningen erover. Oordelen over jezelf en over wat muziek zou moeten zijn: alleen maar muziek maken, dáár word ik heel gelukkig van. Maar ik voel me nooit écht een zangeres. Het is niet mijn eerste natuur om te willen zingen. Het grappige is dat ik het inmiddels 
vrijwel nooit meer professioneel hoef te doen – ik acteer voornamelijk – en ik het nu heerlijk vind om thuis, achter de piano te zingen. In die musicalperiode, toen ik de titelrol in Mary Poppins mocht gaan spelen, vond ik het zwaar om dag na dag, zeven dagen per week, veertien nummers te moeten zingen op het toneel.”

Thomas:‘ik heb optreden nooit erg gevonden’

Ben jij ooit de liefde voor het zingen kwijt 
geweest, Thomas?
Thomas: “Ik hoefde natuurlijk nooit in mijn eentje te zingen, en het waren liedjes die we zelf hadden gemaakt. Ik heb het optreden nooit erg gevonden.”

Wat is de plaat die bij jou de liefde voor 
muziek heeft aangewakkerd?
Thomas: “Als kind was ik elke zondagochtend heel vroeg wakker – nog steeds trouwens, maar toen ook al. Voor zeven uur had je niks op de radio, het was 
wachten op de piep en dan kwam Ko de boswachter. Dat is ver voor jouw tijd, Noortje, maar Ko de boswachter was 
geweldig. Ik lag dat te luisteren op het 
tapijt, terwijl iedereen sliep. Maar voordat dat begon: niks. Dus ik ging door de 
platenkast van mijn vader. Twee nummers draaide ik heel vaak. Een daarvan was Your song, het nummer van Elton John, maar dan gezongen door Billy Paul. Fantastisch. Het andere nummer dat ik heel vaak draaide was, gek genoeg, de Airport song van Gerard Cox. Die kon mooi zingen, hoor! Later was ik een keer met Ruut Weissman, onze regisseur, bij een avond in DeLaMar en zou Gerard Cox een nummer gaan doen. Ik denk: Gerard Cox, dat is oud cabaret, ik ga pissen. Maar Ruut zei: ‘Nee, jij blijft hier, luisteren, deze man kan zingen.’ Hij had gelijk.”

interview: gijs groenteman
fotografie: ester gebuis

Dit is een gedeelte uit het interview met Thomas Acda en Noortje Herlaar. Het volledige interview lees je in Margriet 48/49-2016. Dit nummer nabestellen? Dat kan bij Tijdschrift365.nl.

Lees ook:

Martijn Fischer: ‘Ik zie er best stoer uit, maar heb een hart van peperkoek’
Rick Nieman: ‘Ik heb weleens een droom laten varen’
Kristien Hemmerechts: ‘Ik denk dat ik het leven altijd als een opdracht heb gezien’

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox? Schrijf je in op Margriet.nl/nieuwsbrief