Maria’s vader pleegde zelfmoord: ‘Stiekem hoop ik dat er een hemel is, zodat ik hem toch terug kan zien’

Deel dit artikel:

Jeroen Kleijne schreef een indrukwekkend boek over trauma- en rouwverwerking: De draad weer oppakken. In dit boek vertelt Maria hoe haar vader zich van het leven beroofde. En hoe zij langzaam maar zeker echt beseft dat hij er niet meer is.

Maria (19) heeft veel mooie herinneringen aan haar vader, vooral uit haar eerste levensjaren. “Ik had een goede band met hem. Hij maakte vaak grapjes. Soms dansten we samen door de kamer. Ik weet nog dat we hem uitzwaaiden als hij naar zijn werk ging – dat hij dan expres de verkeerde kant op fietste, of fietste met zijn benen over het stuur. Als zwarte piet haalde hij op school allerlei acrobatische capriolen uit. Hij zat voor zijn werk veel in het buitenland en dan nam hij vaak iets voor ons mee. Bijvoorbeeld een barbie, kleding uit het land waar hij was geweest of van die shampootjes uit het hotel waar hij had geslapen. Vlak voor zijn dood wilde ik een keer dat hij me voorlas, maar toen barstte hij in huilen uit. ‘Ik kan het niet,’ zei hij alleen maar. Daar snapte ik niks van.”

Vlak voor Maria’s zesde verjaardag is haar vader plotseling vermist. “Mijn broertjes en ik moesten logeren bij vrienden van mijn ouders. Ik werd ’s nachts heel misselijk, wilde graag naar mijn moeder, maar dat kon niet. De volgende dag kwam ze ons ophalen bij de speeltuin in de buurt. Mijn moeder moest huilen. ‘Er is iets met papa,’ zei ze. We zijn naar het bos gefietst, vlak bij mijn huis. Ik weet nog precies wat ik aan had: een blauwe trui met strepen. En daar vertelde ze dat mijn vader zichzelf had doodgemaakt. Mijn oudste broer ging meteen voetballen, maar ik wilde alles weten. Ik besefte nog niet dat hij echt niet meer terug zou komen. Hoe heeft hij het dan gedaan, wilde ik weten. Ik zag het beeld voor me van een pistool tegen zijn hoofd, maar mijn moeder vertelde dat hij van een flat was gesprongen.”

‘Lieve papa, ik vind het jammer dat je dood bent’

Haar vader ligt na zijn dood opgebaard in het rouwcentrum. “Zelfs toen drong nog niet tot me door dat hij dood was. Ik gaf hem kusjes en ging allerlei tekeningen voor hem maken. Ik heb geholpen met het uitzoeken van zijn kleren. Het werd zijn mooiste pak – het pak waarin hij zogenaamd met mij zou gaan trouwen. Een dag voor de begrafenis ging de kist dicht, daar heb ik nog steeds heel nare associaties mee. Vanaf dat moment kon ik niet meer bij hem zijn. Voor de begrafenis had ik een nieuwe jurk aan, de meest rare roze jurk ooit. En ik droeg een indianenketting die ik van mijn vader had gekregen. Er waren heel veel mensen bij de begrafenis, maar ik kende bijna niemand. Ik mocht tekeningen maken op de kist. Ze lieten allemaal ballonnen de lucht in gaan, dat was een mooi gezicht. Achteraf trouwens heel dom, want mijn vader werkte voor Greenpeace. ‘Lieve papa, ik vind het jammer dat je dood bent,’ schreef ik thuis op het schoolbord.

De eerste jaren is Maria niet echt verdrietig. “Ik was er juist heel open over. Vertelde het aan iedereen, dat was kennelijk mijn manier om het te verwerken. Zelfs aan de kassière van de supermarkt: ‘Mijn vader is dood.’ Waar ik wel droevig van werd, was een bepaalde cd van Acda & De Munnik, en dan vooral dat nummer Ren Lenny ren. Dat lijkt te gaan over iemand die overleden is: ‘Ik ben je vader, de wind, ik kom eraan.’ Als ik dat hoorde, voelde het alsof ik even heel dicht bij mijn vader was. Dan miste ik hem erg. En de eerste keer dat iemand anders op school in zijn pietenpak zwarte piet speelde, vond ik ook moeilijk. Gelukkig speelde de beste vriend van mijn vader sinterklaas en kon ik die gauw een knuffel geven.”

Steeds meer nadenken over zijn zelfmoord

Pas de laatste jaren heeft Maria het op sommige momenten echt moeilijk met haar vaders dood. “Dit jaar kwam er bij voorbeeld een ervaringsdeskundige in de klas vertellen over zelfmoord, precies op mijn vaders sterfdag. Ik ben keihard in huilen uitgebarsten. En dan waren er nog momenten dat ik met mezelf worstelde als puber en dacht: mijn vader had me nu wél begrepen. Met mijn vrienden kan ik er niet echt over praten, alleen met één vriend die op jonge leeftijd zijn moeder heeft verloren. Ik heb ook wel gesprekken gevoerd met een psychiater en een haptonoom, maar daar heb ik niet veel aan gehad. Gelukkig kan ik goed met mijn moeder praten, zij staat daar altijd voor open.”

Hoe ouder ze wordt, hoe meer Maria gaat nadenken over haar vaders zelfmoord. “Waarom heeft hij voor die oplossing gekozen? Een vrouw met drie jonge kinderen zo achterlaten? Ik had zo graag met hem willen praten om te zorgen dat het weer goed kwam. Ergens snap ik het ook wel weer. Hij zat verstrikt in zijn leugens over een buitenechtelijke relatie, en hield zo veel van mijn moeder dat-ie het haar niet kon vertellen. Af en toe vraag ik me af hoe moeilijk hij het heeft gehad heeft toen hij daar stond, daarboven. Dacht hij toen ook aan mij? En waarom is hij dan toch gesprongen? Ik merk dat ik soms onzeker ben en me snel afgewezen voel. M’n moeder denkt dat het misschien door zijn zelfmoord komt, dat ik diep vanbinnen het gevoel heb dat ik het niet waard ben om voor te leven. Ik zou zelf in elk geval nooit zelfmoord plegen – vooral vanwege de mensen die je achterlaat. Als mensen tegen mij zeggen dat ze in een dip zitten, neem ik het meteen serieus. Misschien ben ik daarom ook wel sociaal pedagogische hulpverlening gaan studeren, om mensen te helpen die het moeilijk hebben.”

Een vaderfiguur heeft Maria niet echt gemist in haar leven. “Ik voel me goed in het samengestelde gezin dat we nu hebben. Een jaar na mijn vaders dood heeft mijn moeder mijn stiefvader leren kennen, en hij is echt een vader voor me geworden. Ik kan het goed met hem vinden, daar heb ik veel geluk mee gehad. Als hij minder ‘chill’ was, zou dat anders zijn. Richard is de beste stiefvader die ik me kan wensen, hij heeft me zeker geholpen in het verwerken van de dood van mijn vader. En ik heb er twee leuke stiefbroers bij gekregen.”

Eens per jaar gaat Maria nog naar het graf van haar vader. “Als ik toevallig in de buurt ben. Het is fijn dat ik nog een plek heb waar ik naartoe kan. Waar ik even aan hem kan denken, alsof-ie toch nog dichtbij is. Ik zou hem nog wel willen vragen: ‘Excuse me, waarom heb je dit gedaan? Heb je er wel over nagedacht hoe het voor ons zou zijn?’ En ik zou hem dingen willen vragen over zijn jeugd, volgens mij lijk ik heel erg op hem. Een tijdje geleden droomde ik dat ik met mijn vader aan het chillen was. Ik vond het heel leuk om te vertellen over mijn leven, hoe het verder is gegaan. Stiekem hoop ik dat er een hemel is, een heel fijne plek. Zodat ik hem toch nog terug kan zien.”

Over het boek

Dit verhaal komt uit het boek De draad weer oppakken van Jeroen Kleijne,
€ 14,95 (uitgeverij AUP).

Maria is niet de enige die in het boek vertelt over wat ze heeft meegemaakt. Ook Tamara komt bijvoorbeeld aan het woord. Haar vader vermoordde haar moeder, een dag later beviel ze van een zoon. Het verslag over hoe je zo’n schokkende gebeurtenis te boven komt, is indrukwekkend om te lezen. Je vindt haar verhaal hier.

 

Lees ook

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox? Schrijf je in op margriet.nl/nieuwsbrief